Ik heb vijftien jaar bij de Universiteit Leiden gewerkt en lees nu ik bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) werk nog steeds met plezier de Mare. Ik reageer niet snel op artikelen in het nieuws. Toch wil ik voor jullie artikel over Eppo Bruins (‘Waarom de willoze trekpop Eppo Bruins nooit Leidse “uitbuikprof” mag worden’, Mare 19, 26 februari) een uitzondering maken.
In mijn werkzame leven heb ik veel bestuurders meegemaakt, variërend van mini-Trumps (m/v) tot besluiteloze types (m/v). Ik heb bij het ministerie van OCW een jaar onder Eppo Bruins mogen werken.
Ik wil een paar dingen over hem zeggen. Allereerst: de bezuiniging was niet van hem, die was door de coalitie opgelegd. Het is flauw om Eppo de schuld te (blijven) geven van een bezuiniging bedacht door een coalitie van partijen voordat hij minister werd. Het is in Nederland uitzonderlijk moeilijk, zo niet onmogelijk (voor iedere minister) om financiële reeksen in regeerakkoorden op te breken.
Op een ander punt van het regeerakkoord is Eppo dit overigens wel gelukt.
In het coalitieakkoord zat namelijk een heel vervelend haakje: de langstudeerboete. Zou deze doorgezet zijn, dan zou dat grote financiële gevolgen hebben gehad voor instellingen en studenten.
Zij mogen Eppo Bruins dankbaar zijn dat hij zich heeft ingezet om deze langstudeerboete van tafel te krijgen. Hij heeft dus succesvol iets niet gedaan!
Dan nog even over de persoon Eppo. In mijn hele carrière ben ik geen bestuurder tegengekomen die zo vriendelijk was naar medewerkers als Eppo Bruins. ‘Wat een goede analyse, jullie hebben fantastisch werk geleverd’, zei hij regelmatig. En ik heb zelden meegemaakt dat een bestuurder toegaf dat hij/zij het verkeerd zag. Eppo Bruins wel.
Wat een contrast met bestuurders die mensen voor hun karretje spannen, alleen oog hebben voor hun eigen ego en nooit en te nimmer zullen toegeven dat zij iets verkeerd zien.
Of Eppo Bruins wel of niet professor moet worden, laat ik over aan zijn vakgenoten, maar bij deze wel een oproep om te stoppen met ‘alle ballen op Eppo’.
Gelet op zijn toewijding en enthousiasme voor mensen en zijn immer positieve toon zou ik zeggen: Eppo verdient een lintje!
Paul Flach is beleidsmedewerker bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap