Soms heb je er gewoon schoon genoeg van. Het kan een onschuldige opmerking zijn, een nietsvermoedend woord of een wellicht niet zo bedoelde blik die de druppel is die de emmer doet overlopen. Die van een redelijke gesprekspartner een rabiate zeloot maakt. Die in één klap al het cynisme dat zich dag na dag, week na week, maand na maand en jaar na jaar in je ziel heeft opgebouwd blootlegt en in al diens nakende glorie aan de wereld toont. Alsof je per ongeluk de rode en niet de blauwe pil nam.
Ik heb een paar van deze momenten gehad nog niet zo lang geleden. Onschuldige momenten in het gezelschap van normale mensen die zich normaal gedroegen. Om alvast een voorschot op de conclusie van deze column te nemen: ik ben niet normaal en men vermijdt mij beter.
In onberispelijk gezelschap sloeg de bliksem twee keer bij mij in en overviel mij met de kracht van een boeddhistische verlichting het besef dat papieren werkelijkheden onze (althans mijn) werkelijkheid de baas zijn en dat dat altijd zo zal blijven. Dat wat er op papier over ons staat geschreven zwaarder meetelt dan hoe het echt is.
Een literair ingestelde geest kan hier misschien troost uit putten – zijn romans immers ook geen papieren werkelijkheden? Maar laat mij deze troost even snel met een pil van Drion uit zijn lijden verlossen: nee, romans zijn bij uitstek geen papieren werkelijkheden. Romans geven, zoals Milan Kundera het in zijn onvergelijkbare De kunst van de roman verwoordde, mogelijkheden van het bestaan weer, ongerealiseerde werkelijkheden, weliswaar op papier gesteld maar daarom nog geen papieren werkelijkheden.
Papieren werkelijkheden zijn geen ongerealiseerde werkelijkheden - was het maar zo. Het zijn de koekoeksjongen van het leven, bedriegers die doen alsof ze het echt zijn, maar ondertussen.
Mijn eigen flits van inzicht kwam tot stand dankzij de arbeidsinspectie. Die heeft net de laatste hand gelegd aan een onderzoek naar werkdruk en sociale onveiligheid op de universiteiten. Dit deed de arbeidsinspectie naar aanleiding van een aangifte van een structureel te hoge werkdruk door WOinActie, een groepje papierenwerkelijkheidverafschuwers, dat daar een rapport over had geschreven. Een op verifieerbare feiten gebaseerd rapport overigens, dat in de avond- en weekenduren tot stand was gekomen na vele jaren van vruchteloos met de universitaire powers that be in gesprek te zijn geweest over de werkdruk en de noodzaak deze te verlagen.
Verder dan beleidsmaatregelen, beleidsplannen, strategische plannen en andere papieren werkelijkheden waren de universiteiten helaas nooit gekomen. De werkdruk oplossen aan de universiteit is in principe heel simpel. De meeste werkdruk ligt bij en rondom het onderwijs. Dus óf meer mensen aan die kant óf minder studenten aan de andere kant.
Blijkbaar is geen van beide opties aantrekkelijk, want in plaats van voor deze elegante oplossingen te kiezen, investeerde elke universiteit telkens weer in papieren werkelijkheden die zoveel meer aangenamer waren dan de barre werkelijkheid daarbuiten. Dat betekende werktaakberekeningen die de Baron van Münchhausen nog een betrouwbare jongen deden lijken, werkdrukplannen die alleen op papier bestonden en vele agendapunten. Geen concrete verbetering echter (behalve op die momenten dat er wat meer geld en dus meer mensen het systeem in stroomden), dus de arbeidsinspectie kwam langs, snuffelde wat rond en rondde dit onderzoek (ik zou het snuffelstage of wendagen hebben genoemd, maar goed) af, met de conclusie dat het beleid om de werkdruk te verlagen en sociale veiligheid te verhogen (dat dus alleen op papier leeft) er is en dat ergo alles dik in orde is. Een rapport van de inspectie komt er niet – er zijn elders meer wendagen vermoed ik.
Er is beleid dat werkdruk en sociale veiligheid aanpakt, dus er zijn au fond geen problemen meer met werkdruk en sociale veiligheid. De beleidsstructuren staan immers fier overeind.
De praktijk staat er bedremmeld naar te kijken, zo stel ik mij voor, ziend hoe de papieren werkelijkheid, immers niet veel anders dan de op papier of PDF gecondenseerde wens van hoe het zou moeten zijn (maar evident niet is) hem overvleugeld heeft. De afvinkcultuur heeft ons zojuist definitief verslagen - wie het eerst relevante beleidsmaatregelen kan afvinken op zijn iPad heeft gewonnen. Hoe minder verbinding met de praktische werkelijkheid hoe beter.
En wee degene die in naïeve verbazing met de vinger op het naakte karkas van de keizer zonder kleren wijst. Blijf vooral je blauwe pil slikken, vrienden, anders ben jij straks degene die niet normaal is. De melaatse negatieveling die anderen stelselmatig irriteert met diens eerlijke en op enige moment verzuurde onbegrip over hoe de dingen werken.
Ik kijk uit naar hoe we de milieucrisis gaan afvinken, het stikstofprobleem in beleidsmaatregelen inkapselen, en geopolitieke dreigingen tot actiepuntenschap op papier zullen veroordelen. Wensdenken is het nieuwe doen.
Remco Breuker is hoogleraar Koreastudies