Het leven telt veel hoepels. Eerst is daar natuurlijk je veterstrikdiploma en je pietendiploma. Niet veel later de entreetoets en de citotoets. Dan s.o.’s, proefwerken en eindexamens. En dan, voor wie aan onze universiteit studeert, uiteraard nog vele tentamens, essays, en papers. Oh, en de scriptie(s) niet te vergeten!
Voor degenen die echter wetenschappelijke ambities hebben is er aan onze rechtenfaculteit sinds kort een nieuwe hoepel bijgekomen: de Pre-PhD.
En ik hoor u al denken: wat in de diplomademocratie is dat nu weer, een ‘Pre-PhD’?
De Pre-PhD ‘staat exclusief open voor masterstudenten die één van de masterprogramma’s volgen aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid’. Het ‘PPP [die derde, uit de lucht gevallen P staat natuurlijk voor Programma, MdJ.] is de kans voor gemotiveerde studenten met een onderzoeksinteresse om kennis te maken met onderzoek aan de universiteit.’
Da’s mooi! In plaats van vier jaar vast te zitten aan een loodzwaar promotietraject waarvan je elk jaar zekerder wordt dat het eindproduct hoogstwaarschijnlijk in een of andere lade zal verdwijnen, kun je eerst even ‘snuffelen’. De academische snuffelstage is geboren!
Oké, en hoe ziet dat er dan uit? Mag je dan ook alleen maar koffiezetten en voetnoten aanpassen net als bij snuffelstages elders?
No, thank God!
Het PPP duurt een half jaar en volg je naast (!) je master. Je volgt twee verplichte vakken (van elk 5 EC) en je neemt deel aan onderzoeksbijeenkomsten. Optioneel is het doen van een wetenschapsstage bij een gepromoveerde medewerker. Een soort stage in een stage dus. De beloning van het springen door deze hoepel: een certificaat (dat je dus mooi kan ophangen naast je allereerste veterstrikdiploma).
Maar opgelet, net als bij een stage vormt je PPP-papier (je PPPP?) géén toegangsgarantie tot de poorten van de academie: ‘Deelnemers aan het PPP kunnen proberen een promotieplek te verwerven.’
En gelijk hebben ze! Want zou niet de kandidaat met het beste onderzoeksvoorstel en het meest innovatieve idee een promotieplek moeten krijgen? In plaats van de persoon die met een wapperend papiertje aan kan tonen dat ‘hij zijn veters kan strikken’, dat hij ‘het woord “fiets” naar het Frans kan vertalen’, en dat hij ‘weet wat erbij juridisch “empirisch” onderzoek allemaal komt kijken’? Toont het behalen van het PPP daarnaast niet slechts doorzettingsvermogen, conformiteit en een zekere kennis van onderzoek doen aan?
Logischerwijs zal het PPP binnen de kortste keren een van de volgende voorwaarden worden (naast, inmiddels, meerdere mastertitels) om voor een promotieplek in aanmerking te komen. Ironisch genoeg zal dat niet de hoepel vormen waar enkel de kandidaten met de beste ideeën doorheen zullen springen. Want dát is natuurlijk in geen enkel papiertje te vatten.
En zo kunnen studenten met een passie voor onderzoek alvast hun heupen stretchen: een nieuwe hoepel is geboren.
Mathijs de Jong is student rechten