Columns & opinie
Mijn cv van mislukkingen en losse snippercontracten maakte het meeste los
Jezelf staande houden in de academische wereld lijkt soms een herculische opgave: ‘Tenzij je een ondoordringbare leeuwenhuid hebt, is een afwijzing op het moment zelf altijd een teleurstelling’
Lieke Smits
donderdag 16 april 2026

Ik ben niet alleen slecht in nee zeggen, ik heb ook nog eens de neiging mijn hand op te steken als er vrijwilligers nodig zijn. Zo gebeurde het dat ik op het programma van een carrièredag voor promovendi en postdocs belandde en mijn impostersyndroom toesloeg.
Wie was ik, een postdoc, om andere postdocs iets te vertellen over het voor mij nog abstracte concept van een carrière?

De taak die mij was gesteld was ook eigenlijk onmogelijk: een inspirerend vertoog houden over carrièremogelijkheden. De verwachting dat iets zal inspireren is sowieso fnuikend. Daarbij ook nog iets moeten vertellen over de academische banenjacht in het moeras van bezuinigingen, vacaturestops en hypercompetitieve beurzen die moeilijker te verkrijgen zijn dan de gouden appels van de Hesperiden? Iets wat mensen niet ontmoedigt maar zelfs een hart onder de riem steekt? Ga er maar aan staan.

Uiteindelijk besloot ik om dan maar radicaal eerlijk en open te zijn en samen met de deelnemers af te dalen in de onderwereld van mijn worstelingen. Ik liet een slide zien met al mijn aanstellingen sinds het afronden van mijn proefschrift, een nogal rommelig geheel met meerdere kleine, korte en gelijktijdige contracten, soms van enkele maanden en soms met een luttele omvang van 0.1 of 0.15 fte. Een hoorcollege buiten je expertise in minder dan zes uur voorbereiden én geven vereist ongeveer net zoveel kracht als nodig is om in één dag twee rivieren om te leiden.

Waarschijnlijk had ik nee moeten zeggen tegen dit soort ‘kansen’, maar wie in de wurggreep van het precariaat zit denkt al snel dat elke cv-regel het verschil zal maken bij die sollicitatie naar een vaste baan. Tot nu toe heeft het niet gewerkt, maar mijn volgende snippercontract zal vast een reusachtige impact hebben op mijn carrière.

‘Als we allemaal opener worden over ons falen hoeven we ons minder eenzaam te voelen’

Een deelnemer vroeg om tijdsmanagementtips die kunnen helpen bij het bestieren van je agenda wanneer je verschillende banen moet combineren. Aangezien ik had besloten eerlijk te zijn, moest ik zeggen dat ik die helaas niet had en dat het gewoon best wel moeilijk is. Ik suggereerde dat het misschien een goed onderwerp zou zijn voor een andere sessie die gegeven zou moeten worden door iemand die beter is in tijdsmanagement dan ik.

De volgende slide toonde mijn cv van mislukkingen met, in vogelvlucht, alle afwijzingen van universiteiten, beursverstrekkende instellingen en andere organisaties. Die bleken allemaal weinig moeite te hebben met nee zeggen.

Tenzij je een ondoordringbare leeuwenhuid hebt, is een afwijzing op het moment zelf altijd een teleurstelling, maar het gevoel dat je er een paar jaar later aan overhoudt kan variëren van berusting of zelfs opluchting tot sluimerende wrok, heeft de ervaring me geleerd.
Mijn praatje bevatte ook heus wel wat positiefs, maar het delen van mijn mislukkingen leek het meeste los te maken bij het publiek. Dat sterkt me in mijn opvatting dat we allemaal wat opener moeten worden over ons falen, opdat we ons minder eenzaam voelen in onze beproevingen.

Tot nu toe heb ik misschien de indruk gewekt dat alle ellende van ‘het systeem’ komt. Academici zijn er echter ook heel goed in hun eigen werk nodeloos ingewikkeld en tijdrovend te maken, bijvoorbeeld door teksten te schrijven vol verwijzingen die weinig toevoegen behalve aantonen hoeveel de auteur wel niet gelezen heeft.

Met successen moet je trouwens altijd oppassen. Als je te ver voor de kudde uitloopt, levert dat bijna altijd meer werk op. Het is alsof je een kop van een monster afhakt en er twee nieuwe voor in de plaats groeien. Een goed abstract moet ineens een lezing worden, een geslaagde lezing dient tot publicatie te worden omgewerkt.

Wie een inspirerend praatje houdt, mag volgend jaar weer komen opdraven. Voor je agenda is het beter om de kantjes er een beetje vanaf te lopen en af en toe strategisch wat te herkauwen, is uiteindelijk dan toch mijn tijdsmanagementstip.

Een oplettende lezer denkt nu misschien: zou het niet beter zijn om de dingen die je doet gewoon goed te doen, en af en toe nee te zeggen zodat je niet te veel hooi op je vork neemt?

Ongetwijfeld. Maar dat lijkt me een onderwerp voor een andere column, geschreven door iemand die beter nee kan zeggen dan ik.

 

Lieke Smits is postdoctoraal onderzoeker bij het Leiden University Centre for the Arts in Society