Zevende kyu, dat is tot waar ik ben gekomen in de vijf jaar dat ik de sport heb beoefend in mijn tienerjaren. Ik kan er niet veel aan doen dat het zo laag is: door corona ben ik vier examens misgelopen.
Toch krenkt het mijn ego als ik een 14-jarige zie rondrennen met een bruine band, terwijl ik als 20-jarige met de tweede graad zit opgescheept. Als ik nou gewoon verder was gegaan, of toen ik naar Den Haag verhuisde direct was begonnen met trainen, had ik misschien ook die kleur gedragen.
Toen ik ging studeren, kwam het niet in me op om de sport die me zoveel plezier bracht weer op te pakken. Daar had ik toch helemaal geen tijd voor?
Ik ging op vrijdagavond steevast naar mijn ouders, waar ik dan bleef tot maandag of dinsdag. De overgebleven avonden had ik nodig om te studeren of uit te gaan. Wel nam ik een abonnement bij het universitair sportcentrum en volgde af en toe een lesje boksen of yoga. Nu pas bedenk ik me dat mijn aarzeling om karate weer op te pakken, eigenlijk gewoon kwam door ongemakkelijkheid.
Veel meiden stoppen in hun tienerjaren met hun sport, waar ik dus geen uitzondering op was. Bij mijn oude karateclub verdwenen tijdens corona één voor één de vrouwen, onder wie mijn ‘mentor’: een stevige zwartebander die me altijd aanmoedigde om door te zetten (maar helaas door corona zelf ‘moest opgeven’).
De sfeer was heel masculien geworden. Voor de les flexten de jongens hun spieren naar elkaar en praatten ze over marathons en werk. Als een tengere, ietwat onzekere tienermeid, voelde ik me er al snel niet meer bij horen. Ik probeerde nog een nieuwe karateclub, maar ook daar overheersten de mannen van 1,80 en kwam ik vrijwel nooit aan de beurt bij het sparren.
Als student bedacht ik me dat gemeenschapszin, die ik miste bij mij oude club, niet de enige motivatie is om een sport te beoefenen. Ik voelde een drang om ergens supergoed in te worden, om weer met vaste regelmaat te gaan bewegen.
Er is natuurlijk een brede keuze aan studentensportclubs, maar niet voor alles. Dan moet je je aanmelden bij een ‘gewone’ club, proeflesrituelen doorstaan, een ongemakkelijk voorstelrondje doen in een groep mensen die al jaren wekelijks samen traint, de bewegingen nadoen alsof je weet wat je doet. Een groentje zijn is toch een gevoel dat ik liever vermijd.
Toch ben ik blij dat ik me daar overheen heb gezet. Ik vond weer hetzelfde plezier als mijn veertienjarige ik. Langzaam herinnert mijn lichaam zich de oude bewegingen, en ik voel me supercool als het lukt om iemand op de vloer te krijgen.
En: ik maak niet alleen tijd om te sporten ondanks de drukte, het sporten helpt me ook om met de drukte om te gaan. Misschien haal ik die bruine band over een paar jaar alsnog.
Zahra Menguellati is student International Studies