Aanleiding van het zogeheten facultaire plan van aanpak psychosociale arbeidsbelasting is de hoog ervaren werkdruk door medewerkers van Geesteswetenschappen.
Dit is al jaren zo, maar bleek ook weer uit het werkbelevingsonderzoek 2025. Daarin stond dat bijna de helft (47 procent) van de respondenten vaak of altijd een hoge werkdruk en ‘weinig innerlijke rust en kalmte’ ervaart. Ook vinden medewerkers dat er weinig mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling zijn.
De adviesgroep Werkbalans doet nu concrete voorstellen: examencommissies moeten een meer eenduidige werkwijze krijgen; digitaal toetsen moet worden gestimuleerd, waarna moet worden bekeken of dit daadwerkelijk werk scheelt (door bijvoorbeeld automatisering en betere leesbaarheid); hertentamens moeten beter worden gepland en de frequentie omlaag gebracht, waarbij wordt geopperd hertentamens helemaal af te schaffen in ruil voor onderlinge compensatie tussen vakken.
Verder oppert de adviesgroep om ‘collegebeschrijvingen algemener op te stellen zodat er ruimte overblijft voor nieuwe docenten om het onderwijs te laten aansluiten bij de eigen expertise, en de rol van de tweede lezer bij scriptiebeoordelingen mogelijk te herzien, waarbij die alleen nog een globale beoordeling geeft in termen van onvoldoende, voldoende of voldoende met lof’.
Daarnaast stelt de adviesgroep voor om ‘de tussentijdse visitaties te vereenvoudigen, het aantal avondcolleges te verminderen en per vak een afweging te maken of er een antwoordmodel beschikbaar moet zijn’.
Meest opvallend: ‘Verkennen of het mogelijk is dat studenten zelf de plagiaatcontrole uitvoeren, meer gestuurd vanuit vertrouwen en niet zoals nu vanuit wantrouwen.’
Sociale veiligheid
Ook de sociale veiligheid laat zeer te wensen over, bleek uit het werkbelevingsonderzoek. Zo gaven 99 medewerkers (28 procent) aan onlangs bij zichzelf of collega’s te maken te hebben gehad met pesten, intimidatie of discriminatie.
Dat is niet alleen meer dan het universiteitsbrede percentage (24 procent), maar ook aanmerkelijk meer dan in 2022: toen ervoer 18 procent van de Geesteswetenschappers ongewenst gedrag en was 23 procent getuige van ongewenst gedrag richting collega’s. Ook heeft slechts 6 procent van de medewerkers vertrouwen in de organisatie van de faculteit.
De faculteit wil dat aanpakken door ‘actieve periodieke voorlichting’ te geven over ‘beleid, procedures, aanpak en nazorg voor medewerkers’, door ‘sociale veiligheid bespreekbaar te maken via workshops en door trainingen aan te bieden in het omgaan met agressie, intimidatie en manipulatie’.
Ondanks de uitkomsten van het werkbelevingsonderzoek, stelt de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) ‘geen tekortkomingen te constateren’, aldus de faculteit in een memo. ‘De universiteit heeft de risicofactoren voor werkdruk en sociale veiligheid goed in beeld en er is geen reden voor de inspectie ‘om te handhaven met waarschuwingen’.
Maar: ‘Hiermee is echter niet gesteld dat alles in orde is. Het is noodzakelijk om constant aandacht te houden voor werkdruk en sociale veiligheid, het oordeel van de NLA is vooral een aanmoediging om op de ingeslagen weg verder te gaan.’