Het college wil twee deeltijds vice-rectoren aanstellen om effectiever te kunnen besturen. De universiteit krijgt namelijk met steeds meer complexe vraagstukken te maken, zoals AI, cybersecurity, kennisveiligheid, leven lang ontwikkelen, internationalisering en de LDE-samenwerking met de TU Delft en het Erasmus. Ook zijn er veel meer externe zaken waar het college bij is betrokken. Met name in politiek Den Haag, maar ook met betrekking tot de Europese Unie.
‘We proberen extra capaciteit te creëren om ons bij cruciale universiteitsbrede dossiers te ondersteunen’, zei collegevoorzitter Luc Sels tijdens de universiteitsraadsvergadering maandag over de vice-rectoren. ‘Met hen willen we de snelheid in afhandeling van deze dossiers verhogen en onze slagkracht vergroten.’
Het collegevoorstel is om een vice-rector onderzoek en een vice-rector onderwijs aan te stellen, elk voor 0,5 fte. Na twee jaar volgt een evaluatie. De kosten zijn jaarlijks rond de 150.000 euro. ‘Het zijn geen bestuurders’, benadrukte Sels. ‘Dit is een bescheiden stap naar meer menskracht om al deze dossiers goed aan te pakken.’
Stevig conflict
Het plan ligt uiterst gevoelig in de raad. In april 2024 stelde het vorige college Erwin Muller, toenmalig decaan van de Haagse Faculty of Governance and Global Affairs, aan als vice-rector organisatieontwikkeling. Die benoeming leidde tot een stevig conflict tussen raad en college.
Muller presenteerde zich namelijk al in een filmpje op YouTube als vice-rector, terwijl de raad nog een advies moest geven over de functie. De raad reageerde woedend.
Toch werd Muller vice-rector. Het werd geen succes. Hij kreeg de opdracht om de diensten van de universiteit anders in te richten en schreef daar een plan voor, dat vervolgens afgelopen januari door de raad werd gekraakt. Ook werd toen bekendgemaakt dat Muller stopte als vice-rector: per 1 april is hij staatsraad bij de afdeling Advisering van de Raad van State.
Het voorstel om nu twee vice-rectoren aan te stellen, werd dan ook met veel wantrouwen benaderd door de raad. Dat wantrouwen nam niet af door de in eerste instantie gebrekkige informatie die het college gaf over de plannen. ‘Ons bekroop een gevoel van déjà vu toen we een aantal weken geleden een heel algemeen stuk kregen over de vice-rectoren’, vertelde raadslid Patrick Klaassen van personeelspartij UB. Later kwam er wel meer uitleg. ‘Maar het is nog steeds niet duidelijk vastgelegd wat ze gaan doen en wat hun verantwoordelijkheden zijn.’
De raad besloot tijdens een eerdere vergadering op 29 juni dat er meer informatie nodig was om een oordeel te kunnen vellen over de plannen. De raad in nieuwe samenstelling, die in september aantreedt, moet uiteindelijk een besluit nemen over het voorstel.
Tijdens de vergadering afgelopen maandag had de raad veel kritiek op de plannen. ‘Ik begrijp op zich dat het college verwacht meer slagkracht te krijgen met de vice-rectoren’, aldus Mark Dechesne van personeelspartij LAG. ‘Tegelijkertijd wordt er vijf procent bezuinigd op de universitaire diensten. Mogelijk zal de slagkracht juist minder worden door die besparingen.’
Het lijkt me onvermijdelijk dat met twee mensen erbij de managementstructuur complexer wordt, vond Gerrit Schaafsma van personeelspartij LAG. ‘Ik maak me er zorgen over dat de organisatie meer top heavy wordt, terwijl we in een moeilijke financiële situatie zitten. Laten we dat niet doen.’
Agur Sevink van personeelspartij UB vulde aan: ‘Misschien moeten we geen extra laag toevoegen, maar andere prioriteiten stellen.’
Schaafsma: ‘Soms moet je juist minder doen als universiteit. Wat is de consequentie als de vice-rectoren er niet komen?’
Niet beter af
Het voorstel maakt de universiteit niet topzwaarder, stelde Sels. ‘De vice-rectoren nemen opdrachten aan van het college ter ondersteuning. We leggen geen extra financiële druk op de universiteit met de aanstelling van deze vice-rectoren.’ Het geld voor de functies komt uit de pot waaruit de vertrokken Muller werd betaald. ‘Als ze er niet komen, blijven we als college uiteraard ons uiterste best doen om er het beste van te maken. Ik betwijfel echter of we dan beter af zijn.’
‘Door een betere coördinatie door de vice-rectoren kan er juist ook minder van de organisatie worden gevraagd’, vulde rector Sarah de Rijcke aan. ‘Het idee is juist dat er niet meer dingen bijkomen, maar dat we bepaalde dossiers effectiever aan gaan pakken. We moeten leren om over kolommen heen te werken.’
Ook voor de raad zou dat positief zijn. ‘Er komen betere raadsstukken en we krijgen samen een scherper beeld van waar onze prioriteiten liggen.’
Sels: ‘We bekijken na twee jaar of dit model functioneert. Is dat niet zo, dan stopt het, of wordt er stevig bijgestuurd.’
Voor Klaassen was het vooral essentieel dat het college helder en transparant is over de plannen. ‘Ik wil de functieprofielen en de opdrachtbeschrijvingen zien van de dossiers die ze gaan behandelen. Wat gaan ze doen en waarom kan de huidige organisatie dat niet opvangen?’
Sels wilde niet al de gevraagde informatie leveren. ‘Het is niet verstandig om alles wat de vice-rectoren kunnen gaan doen van tevoren dicht te timmeren. Er is flexibiliteit nodig als het gaat om de dossiers.’
Kans van slagen
Klaassen had daar begrip voor. ‘Werk per vice-rector alvast een dossier verder uit waar ze zich op gaan richten. Dan wordt het voor ons allemaal duidelijker.’
Sels vond dat acceptabel. Hij wilde dan wel eerst een signaal van de raad krijgen of deze inspanning kans van slagen heeft. ‘Ik zou heel blij zijn als we met de raad naar een principe-akkoord kunnen gaan en dat na de zomer verder invullen. Eventuele instemming volgt uiteraard in september.’
Vice-collegevoorzitter Timo Kos: ‘Als er geen enkele steun is vanuit de raad, dan is dat ook duidelijk.’
Voor de raad kon er geen sprake zijn van een akkoord maar kwam wel met een indicatie. Een raadsmeerderheid vond dat als het college het voorstel verder uitwerkt, met een duidelijk functieprofiel en een voorbeeld van een dossier per vice-rector, er vooralsnog toekomst is voor de plannen.