AI en onderwijs: het is al lange tijd een heet hangijzer binnen de academische gemeenschap. Langzaam maar zeker komt er steeds meer beleid over, dat docenten en studenten handvatten moet bieden in hoe om te gaan met de snelle ontwikkelingen op dit gebied.
Ook de faculteit Geesteswetenschappen heeft nu regels en richtlijnen opgesteld voor onder meer AI-geletterdheid, communicatie over toegestaan AI-gebruik door studenten, gebruik van veilige AI-tools en naleving van wet- en regelgeving zoals de AVG.
Uit dat document blijkt dat docenten veel ruimte krijgen om te bepalen in hoeverre ze AI willen gebruiken in hun onderwijs. Zo staat er dat er ‘geen verplichting voor docenten is om zelf AI toe te passen in hun onderwijs’ en dat er ‘autonomie is voor de docent of opleiding om te bepalen of studenten AI mogen gebruiken bij toetsing’.
Wel worden docenten verplicht om enige ‘AI-geletterdheid in bachelorcurricula’ op te nemen. In de masterfase worden docenten verplicht om aandacht te besteden aan de risico’s van AI. Ook moeten docenten hun toetsing beoordelen op het risico van ongeoorloofd AI-gebruik door studenten en die risico’s ‘minimaliseren’.
Verder krijgen docenten toestemming voor het ‘experimenteren met AI-tools in een veilige en gecontroleerde omgeving’. Docenten die AI willen inzetten voor het becijferen van toetsen, moeten verplicht vooraf advies inwinnen bij Expertise Centrum Onderwijs en Leren (ECOLe) en goedkeuring vragen aan de examencommissie.
Daarnaast worden alle docenten ‘expliciet aangemoedigd om minstens elementaire AI-geletterdheid te verwerven’.
Vooral dat laatste zorgde voor kritiek vanuit de faculteitsraad, afgelopen woensdagmiddag. Zo wilde raadslid Arnout van Ree een verplichte AI-cursus voor alle docenten. ‘Dit is te vrijblijvend. Ik ben bezorgd dat niet alle medewerkers de tijd en energie nemen om zich AI-geletterd te maken. Is het een idee om het verplicht te maken?’
‘We moeten ervoor oppassen dat we binnen de bestaande werkdruk mensen gaan dwingen iets te doen’, antwoordde vice-decaan Jeroen Touwen. ‘Ik denk wel dat onze docenten hier alert op zijn vanuit hun eigen verantwoordelijk voor goed onderwijs en goede toetsing. Je kunt er niet omheen om hier kennis van te nemen.’
Beleidsmedewerker Maarten Bergwerff viel hem bij. ‘In de richtlijnen is geen sprake van dwang en de vraag is ook wat de uitvoerbaarheid daarvan zou zijn. Wij gaan onze stinkende best doen om ervoor te zorgen dat docenten efficiënt kennis kunnen nemen van wat er allemaal gebeurt rond AI en wat docenten ermee kunnen. De ene docent zal daarin andere behoeftes hebben dan de andere. Het past niet bij onze organisatiecultuur om dat dwingend op te leggen.’
Olievlekprincipe
Van Ree zei dat te begrijpen, maar wees erop dat verplichte bijscholing op basis- en middelbare scholen veel gangbaarder is dan op universiteiten. ‘Juist op dit onderwerp ben ik er wel voorstander van dit te verplichten. Daar kan gewoon tijd voor worden ingeboekt. AI heeft een wezenlijke impact op ons onderwijs, hoe gaan we garanderen of controleren dat onze staf daar ook gebruik van maakt?’
‘Het olievlekprincipe’, reageerde raadslid Jan Sleutels bondig.
‘Maar dat gaat te traag’, riposteerde Van Ree. ‘Tenzij we accepteren dat sommige docenten zeggen: “Ik gewoon pen en papier en negeer de leerdoelen en lesdoelen.” Maar die benadering is heel onverstandig.’
Studentraadslid Boris van Tuijl viel Van Ree bij. ‘We kunnen niet wachten op een olievlek. Er moet snel gehandeld worden.’
‘We doen onze stinkende best om onze docenten hierbij te betrekken en aan te bieden wat ze nodig hebben om hier verder in te komen’, reageerde Touwen. ‘Maar het ingewikkelde is: er is geen one size fits all.’
Volgens Touwen gaan docenten wel degelijk in gesprek met hun studenten over de vraag of een tool als ChatGPT wel of niet mag worden gebruikt. ‘Dat is goed.’
Nodeloos gestrest
Raadslid Elizabeth den Boer ziet dat anders. ‘Er zijn gestreste eerste- en tweedejaars studenten die te goeder trouw een goede tekst hebben geschreven, en op het matje worden geroepen met de mededeling dat ze ongeoorloofd AI hebben gebruikt. Dat is beschuldigen en niet een goed gesprek.’
Ze denkt dat dit kan worden voorkomen als docenten betere kennis hebben van AI. ‘Hier raken studenten nodeloos gestrest van.’
Decaan Henk te Velde benadrukte dat de richtlijnen een startpunt zijn en dat de ontwikkelingen snel gaan. ‘We moeten ergens beginnen, en we beginnen hier.’
Touwen: ‘Hiermee kunnen we een eerste stap zetten in het aanbieden van materiaal om docenten op een laagdrempelige manier kennis te laten opdoen. Het is niet zo dat we hier over pakweg maanden weer klaar mee zijn. Dan moeten we de richtlijnen wellicht weer herzien.’