Nieuws
Dilemma: welke universitaire banden zijn voortaan gevoelig?
De universiteit wil een systeem ontwikkelen om in de toekomst samenwerkingen zoals die met Israël beter te beoordelen. Alleen is nog onduidelijk wanneer zulke banden precies problematisch worden. ‘Wat is een institutionele samenwerking eigenlijk?’
Vincent Bongers
donderdag 11 juni 2026
Studenten demonstreren tegen samenwerking met Israël bij het Academiegebouw in mei 2024. Foto Taco van der Eb

Het college van bestuur heeft haar koers bepaald als het gaat om de banden met Israëlische instellingen, maar wil in de toekomst mogelijk gevoelige samenwerkingen beter kunnen inschatten. Over dit nieuwe ‘wegingskader’ heeft de universiteitsraad nog veel vragen.

De koers van het college is dat lopende projecten met Israëlische instellingen samen met de betrokken faculteiten worden geëvalueerd en gestopt als een partner problematisch verweven is ‘met leger, defensie en contraterrorisme’.

Bij projecten die geen risico dragen op directe schending van mensenrechten ‘kiezen we voor zorgvuldige uitfasering’. Wel stelt het college dat in een klein aantal gevallen voortzetting onder strikte voorwaarden verdedigbaar is, bijvoorbeeld als ‘stopzetting directe gevolgen heeft voor patiënten of andere kwetsbare groepen’.

Binnen Europese consortia wordt Leidse deelname niet verlengd als een Israëlische partner met een hoog risicoprofiel aan het consortium deelneemt, ook wanneer er geen direct contact met deze partner is. Verder gaat de universiteit geen nieuwe ‘institutionele samenwerkingsverbanden’ met Israëlische instellingen aan zolang ‘de humanitaire crisis in de bezette Palestijnse gebieden voortduren en er geen structurele verbetering zichtbaar is’, en in ieder geval totdat een nieuwe ‘geïntegreerde werkwijze gevoelige samenwerkingen in gebruik is genomen’.

Wegingskader

Het college wil namelijk een methode ontwikkelen waarin efficiënter besloten kan worden over gevoelige samenwerkingen. Het gaat dan niet alleen om mensenrechten, maar ook over fossiele industrie en defensie gerelateerd onderzoek. 

‘De ambitie is om dat wegingskader aan het eind van het kalenderjaar af te hebben, inclusief advisering van de raad’, zei rector Sarah de Rijcke vorige week tijdens de vergadering. ‘Maar het is niet zeker of dat lukt.’

‘We gaan niet toe naar een algemene boycot van landen’

Het is de bedoeling om bij de beoordeling van gevoelige samenwerkingen zo dicht mogelijk bij de werkvloer te blijven, aldus de rector. ‘We gaan niet toe naar een algemene boycot van landen. Het gaat bij elke casus om context, partner en activiteit. Wij scheppen kaders maar we willen deze afwegingen zo laag mogelijk in de organisatie leggen.’ Daarom wordt het wegingskader verder uitgewerkt samen met de faculteiten en de universitaire commissie die zich bezighoudt met gevoelige samenwerkingen.

Patrick Klaassen (UB) vond dat er nog veel onduidelijk is. ‘Wat bedoelt het college met een institutionele samenwerking met een instelling? Wat valt daaronder? Hoe begrenzen we dat? Dat is niet helemaal helder.’

Handtekening

De Rijcke refereerde in haar antwoord aan de definitie van de universitaire commissie mensenrechten/conflictgebieden die adviseerde over de band met Israël. Het gaat dan om ‘elke samenwerking waaraan een door de universiteit getekende overeenkomst ten grondslag ligt. Individuele samenwerkingen tussen onderzoekers vallen buiten dit onderzoek.’

Maar volgens Klaassen kon ook die omschrijving onduidelijkheid van grensgevallen niet wegnemen: ‘Als een individuele onderzoeker van een Leidse faculteit subsidie aanvraagt om samen met een Israëlische partner onderzoek te doen, is dat dan een institutionele samenwerking?’

‘Dat valt niet onder institutionele samenwerking’, reageerde De Rijcke.

Klaassen: ‘Weet u dat zeker?’

‘Het hangt ervan af of de universiteit ervoor moet tekenen of niet’, aldus de rector.

Klaassen: ‘Is het een institutionele samenwerking als de wetenschappelijk directeur van het instituut moet tekenen? Of alleen als het college moet tekenen?’

De Rijcke kon op die vraag niet meteen een antwoord geven. Collegevoorzitter Luc Sels besloot om in te springen. ‘Laten we dit soort vragen deel van het nieuwe kader maken’, zei hij. ‘Het is een van de zaken die we moeten bekijken.’ Hij legde uit dat het relatief nieuwe college nog niet alle Leidse verhoudingen weet te doorgronden. ‘Ik ken de interne spelregels nog niet helemaal: wanneer wie voor wat tekent. Dat moeten we goed in kaart brengen.’

‘Je moet inschatten waar de grote risico’s zitten en dat zijn toch vooral de grote institutionele samenwerkingen’

Wel benadrukte hij dat het kader geen betrekking zal hebben op bijvoorbeeld het samen schrijven van een publicatie met een Israëlische onderzoeker. ‘De werkwijze gaat over een situatie waarbij een handtekening en geld komt kijken. Als het Israëlische partners betreft, zal dat nagenoeg altijd gaan om Horizon Europe samenwerkingen en die worden altijd geëvalueerd.’

‘Wat gebeurt er met projecten die niet met EU-geld worden gefinancierd?’ vroeg Marie Kolbenstetter van personeelspartij PhDoc. ‘Of met een institutionele samenwerking waarbij sowieso geen geld is betrokken? En wat doen we met opleidingen die door twee universiteiten worden gegeven?’

‘Het nieuwe kader zal uitgebreider zijn dan de definitie in het commissieadvies’, legde De Rijcke uit. ‘Ook dit soort zaken moeten we nog verder uitwerken.’

Sels liet weten dat het ook met de nieuwe werkwijze niet mogelijk zal zijn om alle samenwerkingsverbanden op gevoeligheden te controleren.

‘We mogen wel de ambitie hebben maar het zal nooit lukken om alle projecten te ondervangen. Het moet ook haalbaar zijn voor de medewerkers om alle projecten te screenen. Je moet inschatten waar de grote risico’s zitten en dat zijn toch vooral de grote institutionele samenwerkingen.’ De universiteitsraad gaf ondanks de kritiek een positief advies over de koers van het college met betrekking tot samenwerking met  Israëlische instellingen.