In de nacht van 17 op 18 januari in 1942 staan verzetsman Peter Tazelaar, de sociaaldemocratische politicus Herman Wiardi Beckman en andere verzetsleden te wachten op het ijskoude strand van Scheveningen. Het is de bedoeling dat ze door een motorboot van de Britse marine worden opgepikt om zo te ontsnappen richting Engeland.
Wiardi Beckman staat al voor de zoveelste nacht te wachten, want er gaat telkens iets mis: technische problemen, fouten in de communicatie, de boot is zelfs al een keer verdwaald. Dat hebben de Duitsers inmiddels ook door: die nacht arresteren ze de politicus. Tazelaar weet te ontsnappen. Al snel volgen meer arrestaties en executies. Wiardi Beckman wordt afgevoerd naar concentratiekamp Dachau. Hij zal dat niet overleven.
De mislukte operatie is een van de inlichtingendienst ‘Contact Holland’ van Erik Hazelhoff Roelfzema (1917-2007), de afgestudeerde Leidse student rechten, die een halfjaar eerder naar Londen is gevlucht. Hij wordt na de oorlog beroemd als ‘de soldaat van Oranje’. Zijn boeken over zijn leven als verzetsheld vormen de basis van de film van Paul Verhoeven uit 1977 en de immens populaire musical die in juli na bijna zestien jaar stopt.
‘Hazelhoff Roelfzema heeft het in zijn laatste autobiografie helemaal niet over die catastrofale nacht’, vertelt Petra Alkema. ‘Wiardi Beckman komt er nul keer in voor.’ Alkema is voormalig forensisch rechercheur bij de politie en privédetective en schreef een zeer kritisch boek met de veelzeggende titel: De Soldaat van Oranje ontmaskerd.
Volgens Alkema loog Hazelhoff Roelfzema over zijn heldendaden, dikte hij zijn rol in het verzet aan, eigende hij zich het werk van anderen toe en nam hij nooit verantwoordelijkheid voor roekeloze acties die anderen het leven kostten. ‘Dit boek is geen afrekening’, benadrukt Alkema. ‘Het gaat om waarheidsvinding. Ik weerleg de absurde claims die hij al die jaren heeft gedaan.’
Hoe kwam u op het idee om dit boek te schrijven?
‘Heel toevallig. Ik was mijn zoon aan het helpen met zijn profielwerkstuk en kwam Hazelhoff Roelfzema tegen in een archief. Hij was in de jaren ‘60 directeur van een Amerikaans televisiebedrijf dat hij samen met prins Bernhard had opgezet. Vanaf een zendplatform in de Noordzee probeerde hij de Nederlandse omroepwetgeving te omzeilen. Waarom? Toen ik ging spitten kwamen er steeds meer vragen bij mij op over andere periodes in zijn leven.’
‘Ik heb zijn boeken met andere bronnen vergeleken, bijvoorbeeld dagboeken van personen die ook betrokken waren bij zijn activiteiten. In zijn eerste boek over de oorlog Het hol van de ratelslang kwam ik al meteen rare dingen tegen. Hij schrijft dat hij in het Oranjehotel had gezeten, de beruchte gevangenis in Scheveningen waar de Duitsers tegenstanders opsloten. Eerst schreef hij dat hij er een maand zat, op dezelfde pagina iets verderop, was het ineens een week. Behalve zijn eigen verklaringen kon ik geen bewijs vinden dat hij er echt heeft gezeten. Als hij er zat, was het maar twee of drie dagen.’
Pleegde hij wel verzetsdaden?
‘Ik zeg niet dat hij geen verzet heeft gepleegd, maar hij was niet betrokken bij een verzetsgroep. Hij heeft wel een aanplakbiljet geschreven dat op verschillende plekken in de stad hing. Daarin zou je kunnen lezen dat hij zich “namens alle Nederlandse studenten” verzette tegen de zogeheten numerus clausus die het studeren voor Joodse studenten vrijwel onmogelijk zou maken, al staat dat er niet expliciet.
‘Een week eerder verscheen er in Leiden al een pamflet van economiestudent Rudolf van Weel die de numerus clausus in veel scherpere bewoordingen veroordeelde. Hazelhoff Roelfzema nam op eigen houtje het besluit om het pamflet te drukken, namens alle studenten. Vrijwel niemand was daar blij mee. Het bracht professor rechten Cleveringa, die na zijn beroemde protestrede van 26 november was opgepakt, nog meer in gevaar.
‘Hazelhoff Roelfzema claimde dat door zijn manifest de numerus clausus van tafel ging. Dat is ook niet waar. Hij trekt weer iets naar zich toe, waardoor hij nog meer de held is. Hij zou vanwege zijn verzetsdaden door de Gestapo ter dood zijn veroordeeld. Maar daar is ook geen bewijs voor.’
U houdt ook de mogelijkheid open dat hij een informant van de Duitsers was. Dat gaat ver.
‘Ik heb daar geen uitsluitsel over kunnen krijgen. Ik laat zien dat er bronnen zijn die vermelden dat twee Leidse studenten van een Nederlandse verzetsgroep een waarschuwing meekregen als zij richting Engeland reizen. In die brieven staat dat Hazelhoff Roelfzema met “medeweten en goedkeuring” van de Duitsers uit Nederland mocht vertrekken en ervan verdacht werd met de Duitsers in contact te staan.’
Als dat zo zou zijn, betekent dat nog niet dat dat hij informant was.
‘Dat is zo. Die waarschuwing was er echter niet voor niets en kwam van een serieuze verzetsorganisatie. Uit mijn onderzoek blijkt dat hij meerdere keren in contact heeft gestaan met de zogenoemde vertrouwensmannen de waren verbonden met de Abwehr, de Duitse contraspionage. Die waren ook in Leiden erg actief om verzetsmensen in de val te lokken.’
Eenmaal gevlucht naar Engeland zette Hazelhoff Roelfzema met een van mede-Engelandvaarder Bob van der Stok gestolen plan een inlichtingendienst op, die operaties gaan uitvoeren in Nederland. Hoe verloopt dat?
‘Hij krijgt de leiding over een soort privé-inlichtingendienst van het koningshuis, dat omschrijft hij zelf als de “cosa nostra”. Hij is een bepalende figuur in de Contact Holland-operatie die zes maanden duurt en personen met militaire motorboten ophaalt en aflevert. In zijn boeken is Contact Holland een groot succes; een heldenverhaal waarvoor hij de militaire Willemsorde heeft gekregen. Maar er is vrijwel niets gelukt. Van de zeven gelande agenten zijn er zes gearresteerd en er is niemand opgehaald.’
Was dat zijn schuld?
‘Niemand is in zo’n situatie feilloos. Maar hij deed niets toen de missies keer op keer fout liepen. Hij was medeverantwoordelijk voor die eerste reeks arrestaties in januari 1942 en zo ontstond er een steeds groter wordende sneeuwbal aan slachtoffers.
‘Hazelhoff Roelfzema had een door prins Bernhard-ondertekende brief waarin staat dat hij volledig verantwoordelijk was voor Contact Holland. Hij zat in het hart van het koningshuis, was adjudant van koningin Wilhelmina. Alleen aan haar legde hij verantwoording af. Zo zette hij experts en de Nederlandse ministers in Londen eigenlijk buitenspel. Het was een “kongsi” die waarschuwingen uit Nederland dat de operatie was gecompromitteerd negeerde.’
Hazelhoff Roelfzema vloog tientallen zogeheten Pathfinder-missies met Britse Mosquito-vliegtuigen waarmee doelen in Duitsland met uitgeworpen fakkels werden gemarkeerd. U bagatelliseert hoe gevaarlijk die operaties waren. Waarom?
‘Ik wil hem absoluut niet belachelijk maken. Hij is piloot geweest en daar was moed voor nodig. Na zijn dood zegt zijn weduwe echter steeds dat die missies zo gevaarlijk waren. Ik toon aan dat dat niet zo was.
‘Op 3 april 2017 werd op vliegveld Valkenburg, waar de musical wordt gespeeld, de honderdste geboortedag van Hazelhoff Roelfzema gevierd met een luchtshow waarin de zogeheten missing man formation werd gevlogen: middels een lege plek in een formatie vliegtuigen wordt een gestorven of vermiste piloot herdacht. Maar levensgevaar liep Hazelhoff Roelfzema nauwelijks. Ik vond dat echt een absurd en enorm opgeklopt eerbetoon: hij is op negentigjarige leeftijd op Hawaii overleden!’
De missie van het boek lijkt toch: de held van zijn voetstuk trekken.
‘Er zijn critici die het boek een aanklacht vinden. Ik heb een achtergrond als rechercheur, maar ik speel meer de rol van een officier van justitie die de rechter met feiten probeert te overtuigen. Ik vond deze aanpak nodig om een beeld dat decennialang is gecreëerd, vooral door hem zelf, bij te stellen.
‘Ik heb deskundigen als voormalig NIOD-onderzoeker Gerard Aalders, de historicus Chris van der Heijden (bekend van het boek Grijs verleden, red.) en de Utrechtse hoogleraar Intelligence en Security Bob de Graaff laten meelezen. Zij vonden het boek overtuigend. Ik heb nog geen boze mails gekregen, wel reacties van kinderen van verzetsleden die mij bedanken voor het boek. Zij konden het niet uitstaan dat Hazelhoff Roelfzema zich steeds maar op de borst klopte met andermans daden.
‘Er zijn zoveel mensen in zijn schaduw gebleven. Hun verhaal is niet voldoende gehoord. Er moet ook gerechtigheid komen voor de deskundigen en ministers in Londen die hij dwars had gezeten en zwart had gemaakt. Na zijn overlijden in 2007 is zijn as bijgezet achter het ‘Voor hen die vielen’-monument in Wassenaar. Zelfs na je dood wil je de aandacht nog naar je toetrekken, denk ik dan.
‘Bij het Kurhaus in Scheveningen verwijst een herdenkingsplaquette naar het Soldaat van Oranje-strand. Die heeft Hazelhoff Roelfzema in 2003 zelf onthuld op de plek waar Wiardi Beckman nachten stond te wachten, maar niet werd opgehaald. Zo maakte hij van een mislukking weer een eigen succes en is Wiardi Beckman uitgegumd.’
Volgens de Erik Hazelhoff Roelfzema Stichting is het ‘feitelijk onjuist’ dat er ‘geen enkel bewijs of geldige aanwijzing’ is dat hij in het verzet zat. Het ‘impliceren van actieve samenwerking met Duitsers’ is volgens hen ook onjuist.
‘Ik denk niet dat ze het boek hebben gelezen. Achter de stichting zitten de erfgenamen die me ook geen toegang tot zijn archief wilden geven. Behalve dat het om hun familielid gaat, hebben ze ook een commercieel belang. Verder is een onderzoeker van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie al sinds 2013 bezig met een biografie. Zij laten nu mijn werk door hem beoordelen. Hoe onafhankelijk is zijn onderzoek eigenlijk?’
Moet er een bijsluiter bij de musical komen?
‘Er mag best vermeld worden dat lang niet alles uit de voorstelling daadwerkelijk zo is gegaan. Ik zou het meer brengen als een verhaal van Leidse studenten in het verzet. De slogan van de musical is: “Geef de geschiedenis door”, dan moet het wel om de feiten gaan.’
Petra Alkema, De Soldaat van Oranje ontmaskerd; Leugens, slachtoffers en geheimen. Bertram+deLeeuw, 352 pgs, € 24,95