‘Wat is de algemene relativiteitstheorie?’
De nieuwsgierige Leandra (12) en Janne (12) maken driftig aantekeningen aan een klein tafeltje, terwijl de Leidse natuurkundige Marien Raat antwoord geeft. Er staat ook een stoel voor hem, maar de bevlogen onderzoeker gebruikt die amper. Hij hurkt, springt weer op, en loopt heen en weer.
Om Einsteins gedachtenexperiment te illustreren pakt hij zijn fietssleutel uit zijn zak. ‘Stel je voor dat ik in een rijdende trein sta, wat gebeurt er als ik deze sleutel laat vallen?’
Raat is één van de ruim veertig academici die zich inzetten voor de Klokhuis Vragendag. Hij staat in een zaal achter in het Amsterdamse wetenschapsmuseum NEMO en wordt omringd door tientallen uitklaptafeltjes. Die zijn stuk voor stuk het domein van onderzoekers die prisma’s, botten, reageerbuisjes en Rubik’s kubussen hebben meegenomen.
De hele dag door hebben ze privégesprekken met kinderen die een vooraf ingezonden vraag stellen. Na een kwartier begint een ouderwetse bel te klingelen, en komt er weer een volgend kind met een brandende vraag aanlopen.
In een raket
Omdat de onderwerpen al bekend zijn, hebben de onderzoekers tijd gehad om hun antwoorden uit te denken. In het dagelijks leven focust Raat zich op de quantummechanica, dus voor de relativiteitstheorie had hij hulp nodig van collega’s. ‘Ik heb een universitair docent om advies gevraagd.’
Met haar notitieboekje in de hand probeert Leandra de relativiteitstheorie samen te vatten. ‘Als je in een trein zit… nee, een raket, dat is realistischer. Dan blijf je jonger dan mensen op aarde omdat je heel snel gaat.’ Janne zegt later wel natuurkunde te willen studeren. ‘Dat lijkt me echt heel gaaf.’
Bij het evenement zijn alle presentatoren van het televisieprogramma aanwezig. Die verzorgen een feestelijke aftrap en hosten de rest van de dag wetenschappelijke shows. Er zijn ook meet and greets, maar daarvoor moeten jonge fans wel geduld hebben. Na hun vragensessie sluiten Leandra en Janne zonder morren aan in de ellenlange rij. Lang wachten is helemaal niet erg, zegt Janne: ‘Ik kijk héél veel Klokhuis.’
Een paar minuten voordat het museum opent, staan er al zo’n tweehonderd kinderen en ouders voor de deur. Zo ook Bas Hensen, universitair docent kwantummechanica in Leiden. ‘Ik ben hier gewoon als vader en ik heb vast ook nog dingen te leren.’ Hij is hier met zijn zoon Luca (7). Hangend aan zijn vader noemt het jongetje de namen van Klokhuis-presentatoren op. ‘Tirsa, Pascal, Anna… ehm.’ Papa weet een ezelsbruggetje: ‘Ananas, maar dan zonder An.’ Luca: ‘Anas!’
Luca verklapt alvast de vraag die hij straks gaat stellen. ‘Waarom zijn alle grote mensen verslaafd aan koffie, maar vinden kinderen het vies?’ Het antwoord dat hij krijgt: kinderen proeven de bittere smaak van koffie veel beter. Ze hebben namelijk tienduizend smaakpapillen op hun tong, terwijl volwassenen er maar vijfduizend hebben. Een sterker smaakvermogen op jonge leeftijd is evolutionair belangrijk, omdat giftige voeding vaak bitter is.
Regenbogen
Kennis overbrengen aan kinderen vereist techniek. De meeste wetenschappers krijgen de jonge luisteraars mee door vragen terug te stellen. ‘Als je ze vraagt: “Wat denk jij?”, gaan ze zelf al veel vertellen’, zegt sterrenkundige Martje Slob. ‘Daar kan ik dan op aanhaken.’ Alleen is dat wel buiten het ongeduld van één jongetje gerekend, dat na de zoveelste wedervraag de bal gewoon terugkaatst: ‘Kan je het me niet gewoon vertellen?’
Bij sommige kinderen weten de onderzoekers de liefde voor wetenschap aan te wakkeren. In een gesprek met Wik (7) over regenbogen vraagt Raat: ‘We weten dat ze ontstaan door zonlicht, maar denk je dat het ook kan met maanlicht?’ De grote blauwe ogen van het kind springen open, en hij kijkt enthousiast naar zijn moeder. ‘Misschien kunnen jullie dat eens samen uitzoeken’, zegt de natuurkundige.
Het zijn waardevolle momenten, zegt Wiks moeder. ‘Hij vindt het normale curriculum op school niet zo leuk, maar houdt erg van wetenschap. Hij denkt veel na over de wereld om zich heen.’
Informatici Michiel van der Meer en Julia Wąsala leggen aan Sophie (8) uit hoe verschillende talen ontstaan. Van der Meer vraagt: ‘Welke talen spreek jij?’ Ze blijkt Nederlands en Italiaans te spreken, vanwege haar Italiaanse vader. Van der Meer: ‘Is er een woord dat in deze twee talen vrijwel hetzelfde is?’ Terwijl Sophie nadenkt dansen haar twee staartjes heen en weer. ‘Nee en no.’ Zo kan het duo uitleggen dat gebieden die dicht bij elkaar liggen vergelijkbare talen ontwikkelen, terwijl talen op verre continenten heel anders kunnen zijn.
‘Vraag Maar Raak Show’
In de pauzeruimte staan opgewekte wetenschappers en Klokhuis-crew samen broodjes en rauwkost te eten. ‘Ik krijg hier kneiterveel energie van’, zegt Van der Meer. ‘Ik vind het zó leuk om te zien dat het klikt bij een kind. Dan ben ik blij dat ik wetenschapper ben.’ Volgens Wąsala helpt een dag als deze ook haar onderzoek verder. ‘Je moet hier goed je ideeën verwoorden, wat helpt bij het schrijven van papers.’
Scheikundige Marouscha Puister komt stuiterend binnen na de ‘Vraag Maar Raak Show’, waar ze binnen dertig minuten zoveel mogelijk vragen uit het publiek moest beantwoorden. ‘Ik heb niet eens gelet op hoe het publiek reageerde, zo gefocust was ik.’
Ze heeft onder meer uitgelegd hoe lava ontstaat, zegt ze, bijtend in een broodje mozzarella. ‘Ik had het alleen over hitte. Eigenlijk speelt hoge druk ook mee, maar dat heb ik weggelaten.’ Haar uitleg hoeft niet honderd procent volledig te zijn, vindt ze. ‘Je moet ze laten denken: wauw, dit is zo gaaf! En ze het gevoel geven dat ze ook wetenschapper kunnen worden.’
Puisters werk heeft overigens niets te maken met lava: ze bestudeert radioactieve materialen voor kankerbehandelingen. Vrijwel alle wetenschappers krijgen vragen die buiten hun specialisatie liggen. ‘Normaal zit ik de hele dag naar quantumvergelijkingen te staren’, zegt Raat. ‘Dit is een fijne afwisseling.’
Kim Stroet, universitair docent in de pedagogiek, kreeg vooraf een waslijst met onderwerpen waar ze weinig vanaf wist. ‘Volgens mij worden veel niet-exacte vragen naar mij doorgesluisd. De meeste vragen gaan over natuurkunde en scheikunde. Ik denk dat kinderen wetenschap daarmee associëren. Ik heb me voorbereid door allerlei papers te lezen.’
‘Waarom doet pesten pijn?’
Ze praat vandaag niet alleen over files, maar ook over gewichtige onderwerpen zoals oorlog en ongelijkheid. Behalve vragen als ‘waarom kunnen arme landen niet gewoon meer geld printen?’ kan het soms ook schrijnend worden. Bijvoorbeeld als een meisje aanschuift met de vraag: ‘Waarom doet pesten pijn?’
‘Ik vond dit wel pittig’, vertelt Stroet achteraf. Je hebt maar een kwartier de tijd, daarin kan ik het niet voor haar oplossen.’ Ze heeft het meisje op het hart gedrukt hoe belangrijk het is om over haar gevoelens te blijven praten. ‘Daar kon haar moeder zich ook in vinden.’
’s Middags komt er eindelijk een vraag over haar eigen expertise: motivatie van leerlingen in het onderwijs. Arthur (5), een verlegen jochie dat bij zijn moeder op schoot zit, wil weten: ‘Waarom moeten kinderen naar school?’ Hij vindt het maar ‘stom en saai’, en wil liever aan het werk bij papa in de scheepsbouw. Stroet vertelt over gelijke kansen voor alle kinderen, en dat je voor de scheepsbouw ook de basiskennis nodig hebt die je op school leert.
Arthur antwoordt: ‘Maar dan moet school wel leuker worden.’