De Universiteit Leiden start in september met drie nieuwe minoren met als een onderdeel een stage in nationale veiligheid. Daarvoor werkt de universiteit samen met Defensie, de hulpdiensten en de politie (zie kader).
Een van die minoren, Defensie en nationale veiligheid, trok de afgelopen tijd de aandacht, onder meer in de universiteitsraad. In het stagegedeelte van deze minor volgen studenten namelijk de zogenoemde Initiële Militaire Opleiding (IMO) bij Defensie, als onderdeel van de Nationale Weerbaarheidstraining (NWT). Daar leren ze in tien weken tijd de militaire basisvaardigheden.
Critici binnen de academische gemeenschap vragen zich af: past zo’n stage wel bij het academische karakter van de universiteit? Tast samenwerking met een instelling als Defensie niet de onafhankelijkheid en academische vrijheid van de universiteit aan? Moet de universiteit wel een gateway willen zijn naar een reservistenopleiding? Verdient de universiteit hier geld mee? En is dit een eerste stap, zoals sommigen vrezen, naar militarisering van de universiteit?
Om te beginnen met dat laatste: ‘Nee’, zegt universitair hoofddocent Publieke veiligheid Jeroen Wolbers. Hij is tevens onderwijsdirecteur en initiatiefnemer van de minoren. ‘We moeten het wel in verhouding blijven zien. Het gaat om zeventig studenten die deze minor gaan doen, dat is nog geen kwart procent van alle Leidse studenten. Ik vind het belangrijk om binnen de universiteit ruimte te blijven geven aan kritische geluiden, maar als collega’s spreken over de “militarisering van de universiteit” en dat het een massale minor is: dat is niet zo.’
Het initiatief voor de samenwerking kwam van Defensie, vertelt Wolbers. ‘We doen dit niet om het aantal militairen aan te vullen, maar vanuit het idee dat het waardevol is om studenten met interesse in het veiligheidsdomein echte ervaring bij Defensie te laten opdoen.’
Defensiemedewerker Erik Noordam, initiatiefnemer en projectleider van de Nationale Weerbaarheidstraining: ‘Het primaire doel voor Defensie is om ervoor te zorgen dat veel meer mensen reservist worden, waarvan je natuurlijk hoopt dat je ze nooit nodig hebt. We hebben namelijk relatief weinig reserves. Nu de wereld verandert, kunnen we er niet meer vanuit gaan dat het beroepsleger aanwezig blijft in Nederland, omdat zij naar het buitenland kunnen worden uitgezonden. We hebben er dan meer hier nodig, bijvoorbeeld voor het bewaken van kritieke infrastructuur.’
Daarnaast wil hij dat jonge mensen op een laagdrempelige manier kunnen kennismaken met Defensie. ‘We zagen dat heel veel mensen interesse hebben, maar dat het voor velen een brug te ver was. Met de NWT hebben we het makkelijker gemaakt om het een keer uit te proberen.’
Zodoende benaderde Defensie tal van mbo’s, hogescholen en universiteiten voor een samenwerking. Meerdere mbo’s, tien hogescholen en twee universiteiten hebben daar ja tegen gezegd. Zo ook de Universiteit Leiden.
Noordam denkt dat er zo veel interesse is omdat instellingen ‘het gevoel hebben medeverantwoordelijkheid te dragen voor onze veiligheid. Daarnaast zien zij ook dat de dreiging nu dichterbij komt dan we ooit dachten.’
Wolbers beaamt dat. ‘Ik vind dat de universiteit altijd moet meebewegen met de maatschappij en daaraan op een onafhankelijke en kritische manier moet bijdragen.’
Financiële banden
Over onafhankelijkheid gesproken: zijn er ook financiële banden? ‘We krijgen er geen geld voor, en dat zou ook niet goed zijn’, zegt Wolbers. ‘Je wil je onafhankelijkheid behouden.’ Noordam bevestigt dat. ‘De samenwerking is volledig met een gesloten beurs, ook omdat beide kanten hier de meerwaarde van inzien.’
De bekostiging gaat dan ook via de reguliere weg: met een EC-vergoeding. ‘De docenten komen zowel van Leiden als de Defensie Academie. Vakken die door docenten van laatstgenoemde onderwijsinstelling worden gegeven, krijgen ook de EC-vergoeding. Net als wanneer we samenwerken met de TU Delft of Erasmus’, legt Wolbers uit.
Naast het feit dat financiële banden ontbreken, zegt Defensie zich ook niet te bemoeien met de inhoud van de universitaire vakken. ‘We bekijken wel samen met de onderwijsinstelling of de te behandelen thema’s voldoende aansluiten op de NWT’, aldus Noordam. ‘Tijdens die training moeten alle studenten namelijk een werkboek voltooien dat gaat over zelfreflectie op gedrag, leiderschap en teamwork.’
Dat roept de vraag op hoe academisch de stage is. ‘Ik voelde hem al aankomen’, reageert Wolbers. ‘Het klopt dat het geen wetenschappelijke stage is, maar dat geldt voor veel stages. Maar ik denk dat we ons vaardighedenonderwijs best kunnen verbreden. In de collegezaal moet je heel veel leren en reflecteren, maar dat kun je versterken door ook soms met beide benen in de modder te staan. Daar kunnen studenten veel baat bij hebben. Bovendien koppelen we de weerbaarheidstraining aan vakken door theoretische vraagstukken uit de praktijk te halen. Daarmee tillen we het naar een academisch niveau.’
Studenten die de NWT volgen, krijgen een riante stagevergoeding. Noordam: ‘Het is een leeftijdsafhankelijk salaris. Negentienjarigen krijgen ongeveer 1500 euro per maand, 23-jarigen en ouder krijgen ongeveer 2500 euro. Het is hetzelfde salaris als iedere startende militair.’
Dat is een stuk meer dan de stagevergoeding die studenten elders krijgen, erkent hij. ‘Het is bij Defensie zo geregeld dat zodra we iemand aanstellen en opleiden, ze daarvoor moeten worden bezoldigd. Je kan dus niet afwijken van dat opleidingssalaris.’
Een andere belangrijke reden: ‘We vragen veel van onze studenten, het is een behoorlijke commitment en ontzettend intensief. De opleiding duurt tien weken. De eerste twee weken zijn de internaatsperiode. Dan slaap je op legeringskamers en leer je samenwerken met mensen buiten de sociaaleconomische bubbel waar je doorgaans in Leiden mee omgaat. Je moet van alles samendoen en organiseren, waarbij je een grote persoonlijke ontwikkeling doormaakt op het gebied van teamwork, leiderschap en doorzettingsvermogen. Doordeweeks zitten ze ofwel op de kazerne in Amsterdam voor het lesprogramma, ofwel op het veld of de schietbaan voor de praktijkmodules. Na die twee weken wordt het wat soepeler: dan mogen ze ook soms ’s avonds weg en in de weekenden naar huis.’
Volgens Noordam is het niet zo dat studenten de opleiding vooral zouden volgen voor het geld. ‘Volgens de mensen die ik sprak is dat nooit de reden, maar eerder een fijne bijkomstigheid.’
Eindstreep halen
Dat de NWT een hoop van de deelnemers vraagt, is duidelijk. Wat als studenten halverwege hun stage ermee willen stoppen? ‘Dat verschilt per onderwijsinstelling en we zijn nog zoekende hoe we daar invulling aan gaan geven’, zegt Noordam. ‘We zien overigens niet veel mensen die aan het eind van de opleiding stoppen. De cultuurshock zit hem in de eerste week. Als studenten dan stoppen, kunnen ze een alternatief programma aangeboden krijgen. We hebben lage uitval, ongeveer zes procent. Dat is voor Defensie heel laag. De meeste daarvan vallen uit in de eerste twee weken.’
Wolbers: ‘In Leiden hoef je de weerbaarheidstraining niet verplicht af te maken, maar kan je op elk moment stoppen. Wij zorgen dan in samenspraak met de studieadviseurs voor een alternatief vakkenpakket of stage.’
‘Het doel van de reservistenopleiding is dat iedereen de eindstreep haalt, het is geen selectieprocedure’, benadrukt Noordam. ‘We gaan niet aan de boom schudden zodat er mensen uitvallen. Het is ook geen commando-opleiding, maar een basis-militaire opleiding.’
De studenten die ervoor kiezen om na de stage als reservist in dienst te blijven, zullen niet in oorlogssituaties in het buitenland worden ingezet, maar blijven in Nederland om de veiligheid hier te waarborgen, zegt Wolbers. ‘Maar ze kunnen na de NWT ook zeggen: dit is helemaal niks voor mij.’
De drie nieuwe minoren die de Faculty of Governance and Global Affairs vanaf september aanbiedt, zaten binnen twee dagen vol, vertelt universitair hoofddocent Publieke veiligheid en initiatiefnemer van de minoren Jeroen Wolbers.
Defensie en nationale veiligheid telt zeventig plekken en is in samenwerking met Defensie. ‘Er zullen wellicht nog enkele studenten afvallen bij de toelatingsprocedure.’
In de minor Crisismanagement en civiele weerbaarheid wordt samengewerkt met hulpdiensten zoals de brandweer, GGD en het Rode Kruis. ‘Daar zitten 25 studenten. Het gaat bijvoorbeeld om de vraag wat we moeten doen als de stroom langdurig uitvalt. We gaan studenten trainen om zich voor te bereiden op dat soort situaties door van de Universiteit Leiden een fictief noodsteunpunt te maken.’
Voor de minor Politiestudies, in samenwerking met de politie, hebben zestig studenten zich aangemeld.
Specifiek naar de minor met Defensie was al veel vraag, zegt Wolbers. ‘Veel studenten die ik heb gesproken op de minormarkt, wilden na hun studie sowieso al een nationale weerbaarheidstraining doen of bij Defensie gaan. We kunnen hen met deze minoren beter voorbereiden op dit werk.’
De studenten van de Defensieminor hebben zeer diverse achtergronden. ‘Ze komen van security studies tot pedagogische wetenschappen, van psychologie tot politicologie, van werktuigbouwkunde in Delft tot culturele antropologie’, aldus Wolbers. Ook studenten rechten, geneeskunde en criminologie hebben zich aangemeld, evenals studenten bedrijfskunde, lucht- en ruimtevaarttechniek, industrieel ontwerp, biologie, sterrenkunde en bestuurskunde.
Om te worden toegelaten tot de Nationale Weerbaarheidstraining moeten de studenten een psychologische en fysieke keuring doen en ondergaan ze een veiligheidsonderzoek. ‘Dat geldt voor iedereen die bij Defensie wil werken’, aldus Wolbers.
Na een jaar worden de nieuwe minoren geëvalueerd, zoals dat überhaupt jaarlijks bij elke minor gebeurt. ‘Hebben we de leerdoelen behaald, heeft het meerwaarde dat de studenten theorie met praktijk verbinden, zijn de studenten en docenten tevreden? Zo ja, dan gaan we ermee door.’