Achtergrond
In memoriam: Hoogleraar taalkunde Harry Stroomer (1946-2026) was kenner van de Berbercultuur
Emeritus hoogleraar Afro-Aziatische talen en culturen Harry Stroomer is op 19 juli op 79-jarige leeftijd overleden. Stroomer publiceerde vorig jaar zijn levenswerk: een woordenboek van de Berbertaal Tashelhiyt naar het Frans van ruim tweeduizend pagina’s. ‘Maar Harry deed veel meer’, schrijft vakgenoot Maarten Kossmann.
Gastschrijver
zaterdag 25 juli 2026

Volkomen onverwacht is onze collega en vriend Prof. Dr. H.J. Stroomer in Leiden overleden. Harry Stroomer (1946-2026) was van 2002 tot zijn pensioen in 2011 hoogleraar Afro-Aziatische talen en culturen aan de Universiteit Leiden met een bijzondere focus op Berber en de Semitische talen van Arabië en Ethiopië. Daarvoor was hij al sinds 1976 aan de universiteit verbonden. Hoewel zijn onderzoek op de grens van oriëntalistiek, afrikanistiek en algemene taalwetenschap lag, was hij voor onderwijs en administratie ingedeeld bij afdelingen die nu Midden-Oostenstudies heten. 

Na zijn studie van Arabische Taalkunde en Zuid-Semitische talen onder Prof. A.J. Drewes begon hij in 1978 een project voor de beschrijving van drie aanzienlijk verschillende Oromo-dialecten, waarvoor hij uitgebreid veldwerk verrichtte in Kenya. Oromo is een Koesjitische taal: Afro-Aziatisch, maar noch Berber, noch Semitisch. Dit project mondde uit in zijn proefschrift waar hij in 1987 op promoveerde.

Niet ontmoedigen

Ondertussen werd hem met enige druk door de leiders van zijn toenmalige vakgroep verzocht om zijn werkterrein te verplaatsen naar het Midden-Oosten. Hoewel hij weinig sympathie kon opbrengen voor deze ingreep in zijn onderzoeksagenda liet hij zich niet ontmoedigen en vatte met verve een nieuw onderwerp aan, de Berbertalen (ook bekend als Amazigh) van Noord-Afrika. Hij volgde bij de nestor van de Nederlandse berberologie, Roel Otten, in Utrecht een cursus in het Tashelhiyt, de taal van Zuid-Marokko. Deze cursus zou de rest van zijn wetenschappelijke leven bepalen. 

Gefrustreerd door de afwezigheid van goede woordenboeken en geïnspireerd door het ongepubliceerde materiaal van de Franse koloniale berberoloog Arsène Roux dat hij in Aix-en-Provence aantrof, besloot hij zijn eigen woordenboek samen te stellen. Dit project kreeg steeds grotere ambities en heeft hem uiteindelijk bijna 35 jaar beziggehouden. In 2025 was het woordenboek klaar en is het in vier kloeke delen van in totaal ruim tweeduizend pagina’s bij Brill verschenen: Dictionnaire berbère: tachelḥiyt–français.

‘Hij was een begenadigd zanger van renaissancemuziek en van Zuid-Marokkaanse volksmuziek’

Op zichzelf zou een boek als dit voldoende zijn om een levenswerk te definiëren. Maar Harry deed veel meer dan dat. Onder de indruk van de tekstcollecties uit de koloniale periode die in Franse archieven lagen besloten, maakte hij het zich tot taak om deze uit te geven. Uiteindelijk leidde dat tot tien boeken. 

Hij bezocht ook gepensioneerde wetenschappers in heel Europa die hun ongepubliceerde materiaal graag toch nog publiek wilden maken en verzorgde uitgaves voor grote specialisten als James Bynon, Terence F. Mitchell en Karl-G. Prasse. Hetzelfde deed hij voor andere talen, waarbij met name de uitgave van de modern Zuid-Arabische teksten die in de jaren 1960 door Thomas M. Johnstone in Oman waren verzameld zijn bijzondere aandacht hadden.

Harry’s interesse betrof niet alleen de taalkunde. Hij was zeer geïnteresseerd in etnografie en orale literatuur en heeft moeite gedaan de Tashelhiyt-cultuur op de Nederlandse culturele agenda te zetten met lezingen en vertalingen.

Ook buiten Leiden heeft zijn werk veel waardering gevonden. Zo werden hij en zijn woordenboek nog in april speciaal gevierd in Agadir, de hoofdstad van het gebied waar Tashelhiyt gesproken wordt.

ademloos publiek

Harry’s nalatenschap wordt niet alleen bepaald door zijn eigen wetenschappelijke arbeid, maar ook door de inspiratie die hij leverde aan zijn studenten. Hij begeleidde een reeks projecten als promotor en copromotor, veelal over het Berber maar ook over andere talen. Op deze manier heeft hij het Berber als een robuust onderwerp van studie in Leiden opgezet en vormgegeven. 

Onmiddellijk nadat hij tot hoogleraar was bevorderd besloot hij de boekenserie Berber Studies op te zetten bij de in afrikanistiek gespecialiseerde uitgeverij Rüdiger Köppe in Keulen. Hij was niet alleen coördinator, maar ook redacteur van de serie en verzorgde in veel gevallen alles, van tekstcorrectie tot financiering. Met niet minder dan 59 delen in minder dan 25 jaar is het uitgegroeid tot één van de pilaren van het vakgebied. Eenieder die in deze serie heeft gepubliceerd is onder de indruk van de precisie en inspiratie waarmee Harry de manuscripten behandelde.

Daarnaast was hij ook nog in vele gremia en organisaties actief. Harry was, onder meer, voorzitter van Stichting Het Oosters Instituut en van Stichting De Goeje en bestuurslid van de Juynboll Stichting.

Maar Harry was meer dan een bevlogen wetenschapper. Iedereen die bij hem college heeft gevolgd kan meepraten over hoe inspirerend zijn onderwijs was en velen hebben mede door zijn charisma voor onderzoeksonderwerpen gekozen die bij zijn colleges aansloten. Hij was een begenadigd verteller, die met zijn anekdotes – op college, in congressen en privé – zijn publiek ademloos hield. Hij was ook een begenadigd zanger, niet alleen van renaissancemuziek, maar ook van Zuid-Marokkaanse volksmuziek.

Bovenal echter was Harry een buitengewoon hartelijke en gastvrije persoon vol humor en warmte. Hij zal worden gemist.

Maarten Kossmann is hoogleraar Berberstudies aan het Leiden University Centre for Linguistics (LUCL)