Studentenleven
Kamervragen: ‘Ik heb iedere twee weken een lekke band’
Doordat Laura Odijk (23, PABO vrije school) in een rolstoel zit, was het lastig om een kamer te vinden. ‘Zodra er ergens een trap is, kan ik al niet meer hospiteren.’
Lorenzo Gerritsen
donderdag 26 februari 2026
Foto Taco van der Eb

Huisnaam: Huize Open Deur (Klikspaanweg)
Huisgenoten: 2
Kamergrootte: 16 m²
Huur: €473

Zijn dat hockeyspullen?
‘Ja, dat zijn leg guards. Ik hockey nog steeds in Oegstgeest, ook al heb ik het Ehlers-Danlos-syndroom. Mijn gewrichtsbanden functioneren niet goed, waardoor mijn gewrichten makkelijk uit de kom gaan. Maar mijn braces en strakke keeperspak drukken alles tegen elkaar aan als een soort exoskelet, waardoor ik kan staan, rennen en springen.

‘Ik heb totaal geen moeite met het feit dat ik in een rolstoel zit, maar het moment dat ik opsta, is wel vet. Je loopt mee op ooghoogte en je bent niet meer afhankelijk van anderen.’

Was het moeilijk om een kamer te vinden?
‘Heel erg. Zodra er ergens een trap is, kan ik al niet meer hospiteren. En zelfs als er een lift is, blijft het de vraag of die groot genoeg is, en niet te vaak kapotgaat. Ik heb geen aangepast huis. De badkamer is groot genoeg dat ik met mijn rolstoel erin kan draaien.
‘DUWO denkt met mij mee. Toen in oktober vanwege een verbouwing de lift het drie weken niet deed, hebben ze op hun kosten een andere woning geregeld.

‘Soms is het taai, bijvoorbeeld als studenten hun fietsen voor de deur zetten, waardoor ik niet meer naar binnen of buiten kan. Als ik het zie gebeuren, zeg ik het even vriendelijk. En in mijn eigen gebouw probeer ik het ludiek op te lossen door bijvoorbeeld op 5 december aan iedereen te vragen om zijn schoen te zetten. Ik heb ze allemaal gevuld, zodat ik niet alleen maar aan het zeuren ben.’

Heb je geen last van het glas dat hier overal ligt?
‘Ik rij er dagelijks doorheen en soms komt het op mijn handen. Ook heb ik elke twee weken een lekke band. Tot voor kort had ik geen service vanuit de gemeente, dus moest ik zelf vrienden fixen die mijn band naar de fietsenmaker brachten. Ik zat dan een week thuis en miste ook studie en stage. Nu komt de gemeente binnen een halve dag op de plek waar ik ben, dus ook op mijn stageschool.’

‘Ik heb totaal geen moeite met het feit dat ik in een rolstoel zit, maar het moment dat ik opsta, is wel vet’

‘Van vliegen gaat een rolstoel vaak kapot, doordat ze die in het ruim gooien. Afgelopen zomer ben ik met mijn dispuut voor de eerste keer naar Marokko gevlogen. Ik had elk onderdeel ingepakt in bubbelplastic met briefjes “Please be careful” in alle talen en er zelfs een chocoladereep op geplakt als bedankje. Gelukkig ging het goed. Toch heb ik in Marokko de rolstoel amper gebruikt, maar vooral op de ruggen gezeten van mijn vrienden. Soms heb ik het idee dat ik anderen weerhoud van hun plezier en voel ik me opgelaten. Maar het voordeel van mijn dispuut is dat ze me goed kennen. Ze komen zelf naar me toe of ik op hun rug wil. Maar ik ga liever naar toegankelijke plekken, zoals London. Dan ben je niet afhankelijk van anderen.’

Vind je het niet vervelend dat het altijd over je rolstoel gaat?
‘Daar heb ik wel last van, maar ik weet ook dat het hetgeen is wat opvalt. Stel je voor dat je als karakter heel chagrijnig bent, dan maken mensen de aanname dat alle mensen in een rolstoel chagrijnig zijn. In die rol voel ik soms dat ik een voorbeeldfunctie heb.

‘Ik heb de minor gebarentaal gedaan omdat ik aan één oor doof ben. Ik leer mijn vrienden en leerlingen ook het alfabet in gebarentaal. Laatst zat ik in de bus met een man die gebaarde dat hij doof was. We hadden een heel leuk gesprek, maar met een ander zou hij dus niet kunnen praten. Ik probeer dat ook mijn leerlingen mee te geven. Door je eigen gedrag een beetje aan te passen zonder dat je er zelf last van hebt, kun je de wereld van een ander vergroten.’