Normaal staat de Wibar, de nachtclub net buiten het centrum, vol met zwetende dansers die losgaan op stampende techno. Op donderdagmiddag rond half zes is de sfeer heel anders en valt ineens de open keuken, links naast de ingang, op.
Waar tijdens feestjes nooit activiteit is, wordt er nu druk gekookt. Naast de keuken staan kratten met overgebleven witlof en de tekst: ‘Neem mee!’
‘Een vriend van mij was vrijwilliger bij Groenten Zonder Grenzen in Rotterdam, waar hij groenten van de markt ophaalde en daar maaltijden van maakte’, vertelt Kavian Mirzaei (27), een van de oprichters van Stichting Soepgoed. ‘Voedsel redden en mensen samenbrengen vond ik zo goed klinken dat ik zoiets ook in Leiden wilde.’
‘Ik liep met een soortgelijk idee rond’, vertelt Rosa Poell (33). ‘Toen ik de Wibarkeuken zag, wist ik dat dit een goede plek zou zijn voor zo’n initiatief en toen zeiden anderen dat ik Kavian moest aanspreken.’
Sinds de eerste editie in december 2023 zijn er elke donderdagavond minimaal vijftig eters. De afgelopen weken kookten vrijwilligers zelfs voor zo’n honderd gasten. ‘Er komen veel mensen die er al vanaf het begin bij zijn: studenten, krakers, ouderen’, vertelt Poell. ‘Een van de vrijwilligers kwam laatst zijn buren tegen.’
‘We hebben ook iemand die in haar dagelijks leven professioneel chef-kok is, en die neemt vaak de leiding in de keuken’, vertelt Mirzaei.
Die chef, Marlous van Putten, zegt het belangrijk te vinden dat de rest van de keuken meebeslist over de gerechten. ‘Vorige week waren er twee Italiaanse jongens die een perfect toetje maakten met wat we die dag in huis hadden. Dat was toen meteen een hit.’
Iedere woensdag gaan ze samen naar de markt, waar ze van verschillende kramen, restaurants, supermarkten en winkels waarmee ze samenwerken gratis producten krijgen die anders zouden worden weggegooid.
Soepgoed krijgt ook vaak eten van de voedselbank. ‘Vaak de dingen die de week erop niet meer houdbaar zijn, of producten die ze moeilijk aan mensen mee kunnen geven’, vertelt Van Putten. ‘Ik heb een keer honderd vegetarische kroketten van ze gekregen.’
Ze bekijkt altijd aandachtig de foto die de vrijwilligers wekelijks maken van de buit om te inventariseren wat ze daarmee kunnen koken. ‘Als ik binnenkom, haal ik meteen alle groenten uit de koelkast en leg ik alles op tafel. Dan gaan we kiezen: wat gaat er in de soep, wat gaat er in de salade, en wat gaan we van de rest maken?’
Vandaag staan - naast een minestronesoep - ook nog witlof, aardappel en prei uit de oven, brood met gesmolten geitenkaas, zuurdesembrood met kruiden en gebakjes op het menu.
Het is erg druk vandaag. Om zes uur staat er een lange rij voor de keuken. De chef roept de gasten toe: ‘Denk bij het opscheppen aan de mensen achteraan!’ ‘Ik probeer bijna iedere week te gaan’, vertelt student Kim (24) die staat te wachten om op te scheppen. Vandaag heeft ze vrienden meegenomen, die hier voor het eerst zijn. Haar vriend Gian Matteo (24), masterstudent archeologie, vertelt dat hij iedere week probeert te helpen in de keuken. Hij maakte vorige week het toetje, tiramisu met ijs, waar iedereen zo enthousiast over was.
‘Zit hier vlees in?’, vraagt een van de vrienden van Kim als ze de minestronesoep ziet.
‘Nee hoor, alles hier is vegetarisch’, stelt een van de koks haar gerust.
‘Ik probeer de activiteit in de keuken in goede banen te leiden, maar als ik suggereer om de zoete aardappel, prei en aardappel te combineren laat ik de vrijwilligers bijvoorbeeld zelf kiezen welke kruiden ze erbij willen doen’, vertelt Van Putten. De maaltijden zijn op donatiebasis, maar de vrijwilligers kunnen sowieso gratis mee-eten.’
‘Je maakt hier heel makkelijk contact met anderen’, merkt PhD-student Maud (27) op. ‘Als je eten serveert, wil iedereen met je praten.’ ‘Er komen ook vaak onbekenden aan je tafel zitten, met wie je in gesprek raakt’, voegt Van Putten toe. ‘Het is altijd een mix van ouderen, jongeren, studenten, mensen zonder vaste verblijfplaats en mensen die hier normaal gesproken uitgaan.’
‘We komen hier elke week voordat we gaan zingen bij ons popkoor’, vertelt Hans Poort (85) tijdens het eten. ‘Hier eet ik elke week vegetarisch, maar thuis eet ik een biefstukje.’ Samen met vriendin Maaike Visser (68) eet hij al 25 jaar op donderdagavonden bij vergelijkbare initiatieven. ‘Toen het restaurant van Augustinus nog op donderdag open was, gingen we iedere week daarheen’, vult ze aan. ‘Als gewone Leidse burger durf je daar niet zo snel aan te kloppen, maar het was er altijd heel erg leuk.’
Visser woont in de buurt en ontdekte Soepgoed via een flyer. ‘Ik heb me jarenlang geërgerd aan het geluid van de Wibar, gelukkig is het nu geïsoleerd. Het is fijn om de goede kanten van een club in de buurt te zien op zo’n avond. We doneren iedere week geld. Vandaag is Hans weer aan de beurt.’
Ook vrijwilliger worden bij Soepgoed? Mail dan naar [email protected]