Columns & opinie
Niets is zo uitzichtloos als het leenstelsel
De gemiddelde studieschuld is verder gestegen, werd deze week bekend. Else van der Steeg blikt terug op drie jaar lenen. ‘Daar staat het: 21.000 euro. Au.’
Else van der Steeg
donderdag 10 oktober 2019
Moeder en dochter tellen het spaargeld dat is verstopt in een oude sok, 1958. Foto Spaarnestad/Hollandse Hoogte

Met één uitgestoken hand zit ik achter mijn laptop. Die hand moet mij beschermen en bedekt het beeldscherm. Daar staat namelijk iets wat ik niet wil zien.

Even daarvoor heb ik www.duo.nl ingetikt. Hoe hard ik ook nadenk: ik kan me niet herinneren wanneer ik hier voor het laatst ben geweest. Wel moet ik net als bij die eerdere sporadische bezoeken wéér een nieuw wachtwoord aanmaken om überhaupt te kunnen inloggen, want dat ben ik wederom vergeten.

Oké, snel weg. Eerst vijf minuutjes Facebook. Dan kan ik het echt niet meer uitstellen. Klik. Hand omhoog. Daar staat het: 21.000 euro. Au.

Dit is de studieschuld die ik in vier jaar heb opgebouwd. Tel hier nog een master bij op en ik zit de rest van mijn leven in de schulden. En met mij de kleine 44.000 studenten die alleen al in 2015 aan een opleiding zijn begonnen. De gemiddelde schuld is gestegen, rekende het Centraal Bureau voor de Statistiek uit: van 12,4 duizend euro in 2015 naar 13,7 duizend euro in 2019. En dan moet het grotemensenleven nog beginnen.

Lenen levert stress op, bleek uit onderzoek van het Interstedelijk Studentenoverleg: 73 procent van de ondervraagden voelde toegenomen stress door de invoering van het leenstelsel. Dit ging om psychische klachten, maar ook om prestatiedruk: studenten studeren sneller. Ze hebben geen tijd meer voor een bestuursjaar, commissies of extra vakken, maar willen simpelweg zo snel mogelijk die bachelor in de pocket. Een jaar uitloop kost namelijk tweeduizend euro collegegeld, plus minstens het viervoudige aan levensonderhoud.

Als je dit binnen de perken wil houden, moet daar een bijbaantje bij en hou je echt geen tijd over voor ook nog een actief studentenleven.

Ik wilde het lenen nog uitstellen, al wilde de overheid kennelijk dat ik daar zo snel mogelijk mee begon

Het hing al jaren in de lucht, maar toen in 2015 de stufi werd afgeschaft, kwam dat alsnog onverwacht. Scholieren die 2014 hadden besloten toch gewoon een tussenjaar te houden - de discussie was immers al lang gaande – kregen daar extreem veel spijt van, want nu kregen ze ineens niets meer.

Zelf bleef ik het eerste studiejaar thuis wonen. Ik was zeventien en wilde het lenen nog uitstellen, al wilde de overheid kennelijk dat ik daar zo snel mogelijk mee begon. De oude regeling voor studenten onder de achttien was namelijk dat de ouder geen kinderbijslag meer kreeg vanaf het moment dat het kind basisbeurs ontving. Logisch: de ene gift wordt ingewisseld voor de andere. Maar: bij de invoering van het leenstelsel werd deze regeling niet op de schop genomen. Mijn kinderbijslag werd stopgezet zodra ik begon met studeren. ‘Want’, zo luidde de verklaring, ‘je kunt nu lenen’.

Talloze telefoontjes naar de gemeente en bezoekjes aan verantwoordelijke ambtenaren leverden niks op, behalve de erkenning: ‘Foutje, vervelend, niets aan te doen.’ Ik werd pas in juni achttien, wat betekende dat mijn ouders een jaar minder kinderbijslag kregen. In plaats daarvan mocht ik me als minderjarige alvast flink in de schulden werken.

Vier uur per dag, vier dagen in de week reisde ik heen en weer, tussen Zwolle en Leiden. Het was te doen: de studie Engels heeft weinig contacturen en veel leeswerk dat ik ook in de trein kon verrichten. Als ik geneeskunde had gestudeerd, was het geen optie geweest.

Na zeven maanden pendelen, kwam ik tot de ontdekking dat vier jaar vanuit huis studeren (1) zwaar is met zoveel reistijd (2) enorm afdoet aan je studententijd.

Op naar Leiden dus. Als kersverse kamerbewoner lette ik op iedere uitgave. Als ik voor de hele week in een keer kookte, was ik het goedkoopst uit, dus dan maar elke dag dezelfde pasta pesto eten. Ik kwam tot de schokkende ontdekking dat kaas ontzettend duur is, terwijl smeerkaas maar 30 cent kost en ongeveer hetzelfde smaakt. Maar na een paar weken werd ik al nalatiger: of je nou dertig cent of drie euro betaalt voor je avondmaaltijd, de schuld bouwt zich toch wel op. Bovendien is smeerkaas is niet te kanen.

Het knaagt wel. Maar geen studieschuld opbouwen was ook geen optie

Iedere keer dat ik mijn bankrekening opende, schrok ik hoeveel geld er was verdwenen. Er. Kwam. Nooit. Iets. Bij. Behalve op de geliefde 24e van de maand, maar ook dan was ik me bewust, hoe hoger dat groene bedrag, hoe harder de schuld opliep.

Ik ben al heel snel gestopt met bijhouden hoe snel dit ging. Bij een basisbeurs had ik tenminste nog kunnen zeggen: “Mijn geld is op.” Maar het leenstelsel is zo uitzichtloos dat ik niet wist waar ik moet beginnen. Ik zag het verschil niet meer tussen een duizendje meer of minder. Maar het knaagt wel. Die schuld neem je straks mee naar je werkende leven. Maar hem niet opbouwen was ook geen optie, want je moet wel studeren.

In 2017 begon de overheid ook tergend langzaam in te zien dat het leenstelsel niet ideaal was, dus voerde zij halvering van het collegegeld voor eerstejaars in. Dit gebeurde met ingang van collegejaar 2018/2019. Best sympathiek toch? Behalve dan dat de studenten van collegejaren 2015-2017 niet werden gecompenseerd. Weer wat misgelopen.

Gelukkig barst de discussie over herinvoering van de basisbeurs nu weer los, dus wellicht krijg ik ooit nog een paar duizend euro compensatie inclusief welgemeende excuses. Misschien moet ik tegen die tijd maar weer eens mijn Duo-saldo checken.

Else van der Steeg studeert Engels en is stagiair bij Mare. Omdat de universitaire stagevergoeding lager is dan het loon van haar bijbaan, heeft ze onlangs haar lening moeten verhogen.