Columns & opinie
Ik draag mijn steentje bij en zal ontstellend ouderwetse colleges geven
‘Mooi hoor, dat vooruitgangsdenken. Het heeft ons van alles opgeleverd, van moderne opvattingen over de democratie tot de magnetron.’
Remco Breuker
donderdag 5 maart 2026

Als medewerker van deze universiteit word je af en toe onthaald op dingen die je niet begrijpt. Onderzoek van collega’s bijvoorbeeld, waarvoor het je aan de disciplinaire en contextuele kennis ontbreekt om te duiden waarover ze het hebben. Of aan taalkennis, waardoor een toevallige ontmoeting met een boek daarbij blijft, omdat je de taal waarin de tekst gesteld is niet machtig bent.

Alhoewel het praktisch onmogelijk is, is mijn eerste impuls bij dit soort gebeurtenissen om de ontbrekende kennis toch te willen bezitten. Onbegonnen werk natuurlijk, maar geen fundamentele onmogelijkheid, want je wil vooruit, progressie boeken, de onwelriekende duisternis van onwetendheid achter je laten. We staan als wetenschappers immers altijd op de schouders van reuzen.

Mooi hoor, dat vooruitgangsdenken. Het heeft ons van alles opgeleverd, van moderne opvattingen over de democratie tot de magnetron. Nu zou ik zelf zonder magnetron kunnen (sterker nog, bij ons thuis staat er geen, al zijn we recentelijk wel voor de airfryer bezweken) maar moderne opvattingen over democratie en zo zijn me dierbaar. In sommige opzichten is het leven voor veel mensen daadwerkelijk verbeterd.

Maar het is niet altijd koek en ei met die vooruitgang.

We vergeten dingen terwijl we voortjakkeren in de vaart der volkeren. In mijn eigen vakgebied zie ik hoe vaak verketterde en ouderwets bevonden methodologische apparaten zoals de filologie met node worden gemist. Te vaak heeft de notie van vaardigheid kennis van haar plaats verdreven. Het is heel fijn als je iets in een andere taal kunt zeggen, maar een wetenschappelijke houding vereist dat je ook probeert te begrijpen waarom je iets op die manier zegt, hoe dat gekomen is en in wat voor analytische raamwerken (zoals dat van de grammatica, nog zo’n arme verschoppeling uit moderne curricula) dat kan worden beschouwd. 

‘Vooruitgang is onmiskenbaar goed voor me geweest. Maar dat proces is nu al een tijdje afgelopen’

Daar is vooruitgang debilisering geworden - we hebben onszelf onder de fier wapperende vlag van moderniteit en vooruitgang willens en wetens dommer gemaakt door oude verworvenheden en kennis te veronachtzamen en hoe meer we de wortels met het verleden doorsnijden hoe meer we doelloos en wat absurd uitziend ongebonden lijken rond te zweven.

En nu geven we zelfs de teugels van het denken uit handen aan kunstmatige intelligentie. Sommige wetenschappelijke zienswijzen die NWO nu als ‘groundbreaking’ en ‘innovative’ (daar zijn nu eenmaal geen Nederlandse woorden voor) ziet, werden in voorbije eeuwen ook al geopperd, bewezen en aangehangen maar raakten vergeten. Maar goed, daar kunnen we in principe zelf prima wat aan doen door gezamenlijk onze hoofden uit onze wetenschappelijke derrieres te trekken en feiten en solide argumentatie voorrang te geven boven luchtkastelen, wetenschappelijke modes en angst voor Reviewer Two.

Ik weet het, ik ben conservatief geworden. Ik was het altijd al, denk ik, want als middeleeuws historicus is de kans nu eenmaal groot dat filologie meer dan een vriend is, maar meer als een soort crypto-conservatief omdat er nog zoveel onwetendheid uit me moest worden verjaagd en vervangen door kennis en inzicht.

Vooruitgang is onmiskenbaar goed voor me geweest. Maar dat proces is nu al een tijdje afgelopen. Ik vermoed dat ik een soort toestand heb bereikt waarin de drift naar vooruitgang nu echt het onderspit aan het delven is tegen de drang om te behouden.

Mijn timing had niet beter kunnen zijn, want ik zie allemaal dingen verdwijnen die ik niet kwijt wil. De centrale plaats van het internationale recht in hoe staten met elkaar omgaan bijvoorbeeld of vrede en welvaart in Europa. En dichter bij huis: de onafhankelijkheid van de wetenschapper die steeds meer in abstracte termen en breedsprakig beleid wordt ingekapseld of de universiteit als een plek waar het wetenschappelijk leren en studeren de hoofdzaak vormen en mode gedragen maar niet beleden wordt.

Om mijn behoudende steentje bij te dragen zal ik vanaf volgend semester enige ontstellend ouderwetse colleges gaan geven, privatissima eigenlijk, want buiten het curriculum om en op puur vrijwillige basis. Ik denk aan grammatica met regels, rijtjes en voorbeelden op een krijtbord. Ik denk aan Klassiek Koreaans, klassikaal besproken en vertaald met behulp van papieren woordenboeken. Ik denk aan zoveel.

 

Remco Breuker is hoogleraar Koreastudies