Nieuws
Tekort aan mentoren: voor twee euro per uur doen ze het niet
Studentmentoren haken vaak af vanwege de lage vergoeding. Voortaan worden ze ingedeeld in twee categorieën: een vrijwillige rol en een betaalde functie met extra verantwoordelijkheden.
Marciëlle van der Kraan
donderdag 2 april 2026

Leden van de studentenpartij DSP-SC was ter ore gekomen dat studentmentoren niet langer betaald zouden krijgen, maar rector Sarah de Rijcke kon daar kort over zijn. ‘Dat klopt gelukkig niet.’ Wel gaat er iets veranderen in het mentoraat, zei ze maandag tijdens de universiteitsraadsvergadering.

‘Er zijn twee manieren om studentmentoren te vergoeden’, vertelt de rector. ‘Dat is of als vrijwilliger of als studentassistent via JobMotion. Daarover is terecht gezegd dat je niet de ene studentmentor kunt vergoeden met een vrijwilligersvergoeding en de ander met een salaris.’

Vanaf nu gaat de universiteit werken met een ‘lichtere en een zwaardere variant’. ‘Bij de lichtere variant helpt de studentmentor vooral met het wegwijs maken en de binding van studenten, daarbij hoort een vrijwilligersvergoeding. In de zwaardere variant komen daar inhoudelijke verantwoordelijkheden bij: studenten helpen met studievaardigheden en cognitieve vaardigheden. Dat is een mentoraat dat ingevuld wordt door een studenttutor met een aanstelling als studentassistent via JobMotion.’

Michel Vermeer, DSP-SC: ‘Wat is de betaling nu precies?’ Dat weet De Rijcke niet uit haar hoofd, antwoordt ze.

‘Daar heb ik persoonlijk ervaring mee’, zegt Renske van Gulijk van studentenpartij PBMS. ‘Ik ben mentor geweest. Eerst kreeg ik nog een studentassistent-loon, maar dat werd verlaagd naar een vrijwilligersloon. Dat is dus twee euro per uur. Vooral bij informatica zijn er heel weinig mensen überhaupt nog geïnteresseerd in het mentorschap. Het is superleuk, maar eerst hadden we een mentorgroep met 15 studenten, maar nu krijg je er al snel 30 of 40, omdat er te weinig mentoren beschikbaar zijn.’ De Rijcke: ‘Hopelijk helpt het onderscheid om het beter te doen. Ik denk dat dit een stap in de goede richting is.’