De onderlinge verhoudingen bij de vereniging van International Studies zijn ernstig verstoord, schreef Mare eerder op basis van een vertrouwelijk rapport van de ombudsfunctionaris, interne mails van zowel de ombudsfunctionaris als oud-bestuursleden van BASIS en correspondentie tussen (bestuurs)leden van BASIS met het opleidingsbestuur en de -coördinator.
Een lid dat kort voor de escalatie nog een relatie had met de penningmeester, is door hem en anderen gepest, geïntimideerd, uitgesloten en valselijk beschuldigd van onder meer bedreiging, geweld en zelfs brandstichting.
Zij diende daarop een klacht in bij de ombudsfunctionaris, die een onderzoek startte. ‘Door deze karaktermoord heb ik blijvende schade opgelopen’, schreef het slachtoffer in een verklaring.
‘We zijn dit niet eerder in deze vorm tegengekomen’, zei decaan Henk te Velde, vorige week tijdens de vergadering van de faculteitsraad. ‘Er gaan hier dingen mis en mensen raken beschadigd. Daar zij we van geschrokken. We vinden dan ook dat er iets moet veranderen, dit moeten we echt niet hebben.’
Statuten wijzigen
Die veranderingen kunnen volgens het bestuur niet worden bewerkstelligd door individuen aan te pakken, maar door de cultuur en structuur van de vereniging te verbeteren. Zo heeft het faculteits- en opleidingsbestuur de vereniging opgedragen om de statuten te wijzigen, ‘met als doel dat er een open vereniging ontstaat’, en heeft het faculteitsbestuur de vereniging gezegd dat het ‘verstandig zou zijn als de adviesraad wordt opgeschort, omdat de cultuur anders waarschijnlijk niet verandert’.
Het faculteitsbestuur is zelf niet bij machte om een bestuurs- of adviesorgaan van een studievereniging te schorsen, aldus Te Velde. ‘We kunnen wel zeggen dat wij vinden dat ze weg moeten, maar als zij dat niet doen, hebben wij geen juridische middelen om dat af te dwingen.’ Het is namelijk aan de algemene ledenvergadering om wel of niet voor schorsing van de adviesraad te stemmen. Inmiddels staat de adviesraad op non-actief.
Studieverenigingen zijn een eigen rechtspersoon, of ‘een zelfstandige juridische entiteit’, zoals de Erkenningsprocedure studieverenigingen Universiteit Leiden 2022 van de faculteit Geesteswetenschappen dat noemt. Maar toch heeft de faculteit wel degelijk ‘drukmiddelen’, erkende de decaan. ‘We kunnen als bestuur zeggen: wij erkennen jullie niet meer als studievereniging. Dat houdt bijvoorbeeld in dat we geen ruimte meer beschikbaar stellen.’
Ook kunnen er financiële maatregelen volgen. Bestuursleden krijgen namelijk vergoedingen uitgekeerd vanuit de faculteit, en kunnen ‘aanspraak maken op facultaire fondsen, (garantie)subsidies of fondsen vanuit het assessorbudget voor specifieke activiteiten of werkzaamheden’, aldus de Erkenningsprocedure.
Het faculteitsbestuur kan de steun voor een studievereniging stoppen als de vereniging bijvoorbeeld verzuimt contact te onderhouden met de assessor van de faculteit, of als er ‘naar het oordeel van het faculteitsbestuur zwaarwegende belangen voor het intrekken van de erkenning zijn’.
In zo’n geval wordt het ‘voor een vereniging lastig om nog te functioneren’, aldus Te Velde. ‘Dus we hebben een vrij stevig middel achter de hand als dat nodig mocht zijn, maar dat hebben we hier niet ingezet. We hebben alleen gezegd wat wij vonden dat er moest gebeuren, en daar heeft de vereniging tot dusver aan willen meewerken.’
De decaan zei dat het bestuur zich wel heeft afgevraagd hoe het mogelijk is dat deze cultuur zo lang heeft kunnen voortbestaan. ‘Die is niet gisteren ontstaan. Hoe kan het dat we niet eerder de ernst ervan hebben gezien? Er waren wel signalen, maar daar hebben we niet afdoende op gereageerd.’
Raadslid Jip Floris Bloem wilde weten waarom het bestuur liever ziet dat de adviesraad op non-actief zou worden gesteld dan het bestuur. ‘Als zulke berichten naar buiten komen en bepaalde personen nog steeds in het bestuur zitten, zou toch juist het bestuur op non-actief gezet moeten worden?’
‘Je kunt wel een bestuur wegsturen, maar wat gebeurt er dan?’ reageerde Te Velde. ‘Dan heb je een vereniging zonder bestuur. En omdat het een kwestie van weken was tot er een nieuw bestuur zou aantreden, en er geen acute noodsituatie was, hopen we dat de situatie verandert met de komst van dat nieuwe bestuur.’
Tegen Mare verklaarde het faculteitsbestuur echter eerder dat er ook iets met het bestuur zou gebeuren dat dit academisch jaar in functie was. ‘Met het bestuur van BASIS wordt een ander proces in gang gezet (dan met de adviesraad, red.), maar over de details geven we geen informatie’, mailde de faculteit vorige maand.
Bloem wilde ook weten hoe het kan dat er al in 2024 een vergelijkbaar incident is geweest met een weggepeste studente, die ook vlak voor de escalatie een relatie had met de penningmeester. ‘In Mare stond dat er toen maatregelen zouden zijn genomen, terwijl nu dezelfde problematiek zich nogmaals voordoet. Wat hebben jullie toen gedaan en wat zouden jullie nu anders doen?’
Maatregelen
‘Er zijn geen eerdere maatregelen genomen’, reageerde Te Velde. ‘Je moet niet meteen alles geloven wat in de pers verschijnt. Er is wel een eerdere situatie geweest die lijkt op wat zich nu voordoet. Daaruit concludeerde de ombudsfunctionaris dat er sprake is van een patroon en niet van een incident. Dat is de aanleiding om nu wél maatregelen te nemen.’
Die opmerking is opvallend, aangezien het faculteitsbestuur voor publicatie van het eerste BASIS-artikel juist aan Mare liet weten dat er wél eerder actie is ondernomen: ‘In de bij het faculteitsbestuur eerder bekende kwesties is ingegrepen. Echter, uit de rapportage van de ombudsfunctionaris blijkt dat deze ingrepen niet hebben geleid tot de noodzakelijke structurele wijzigingen in de cultuur en structuur bij de studievereniging.’
En: ‘In 2024 is er een kwestie geweest waarbij de ombudsfunctionaris een bemiddelende rol heeft gespeeld.’
Raadslid Arnout van Ree wilde weten of het faculteitsbestuur bij andere studieverenigingen wil navragen of daar dezelfde problematiek speelt. ‘We hebben nu geacteerd op basis van een rapport, maar het zou wat ingewikkeld worden om dit als bestuur overal te gaan navragen. Daar hebben we ook geen grond voor’, antwoordde Te Velde.