In de herfst van 2025 maakte de universiteit na een WOO-verzoek al documenten openbaar over de aangescherpte beveiligingsmaatregelen in het Wijnhavengebouw.
Na een extra WOO-verzoek (#26-13) heeft de universiteit nu opnieuw stukken vrijgegeven, die meer inzicht geven in hoe de universiteit de oorspronkelijke informatie openbaarde.
Uit die – deels zwartgelakte – correspondentie blijkt dat de afdeling Juridische Zaken zorgen had over hoe het beveiligingsbeleid gezien zou worden als de WOO-stukken openbaar zouden worden. Verschillende maatregelen konden volgens hen gezien worden als etnisch profileren.
‘De vraag kan worden gesteld waarom de universiteit hierover niet eerder openheid van zaken heeft gegeven’, zo schrijft een medewerker van Juridische Zaken aan de woordvoerders van de universiteit. ‘Er kunnen ook vragen worden gesteld over etnisch profileren door beveiligers en over het zonder toestemming delen van persoonsgegevens (foto’s, filmmateriaal) met derden (politie, profilers)’.
Juridische Zaken stelt in een memo aan het college van bestuur ook de vraag of de sluiting van Wijnhaven en de daaropvolgende aangescherpte beveiligingsmaatregelen wel proportioneel waren in verhouding tot de aanleiding, een Arabisch sprekende man die per toeval het Wijnhavengebouw in liep.
‘Uit de documenten kan worden opgemaakt dat bezoekers van Wijnhaven met bepaalde uiterlijke en/of etnische kenmerken het risico lopen om als verdacht te worden aangemerkt. De vraag kan worden gesteld of dit terecht was.’
De juristen uiten meer kritiek op het veiligheidsbeleid dat in de eerdere vrijgegeven WOO-stukken staat beschreven: ‘De afdeling JZ en de afdeling Veiligheidszaken komen tot een verschillende beoordeling van de volgende tekstdelen’, waarna het document een aantal citaten uit beleidsstukken van Veiligheidszaken citeert, onder andere over zogenaamd pro-actief beveiligen en het opplakken van stickers met de tekst ‘Verboden toegang’ in het Wijnhavengebouw.
Hoe de beoordeling over die opvattingen precies verschilt is onduidelijk, dat gedeelte van het document is zwartgelakt.
Een geanonimiseerde persoon mailt verder nog aan de woordvoerder: ‘[Anoniem] heeft het bijvoorbeeld over iemand [zwartgelakt] dat door menigeen zal worden bestempeld als etnisch profileren.’
Er staat ook een tijdlijn bij van de gebeurtenissen rondom de sluiting van Wijnhaven. Daaruit valt op te maken dat de afdeling veiligheidszaken herhaaldelijk bij de politie aandringt om meer onderzoek te doen naar de ‘verdachte’ situatie met de Arabisch sprekende man. Uit het uitblijven van een reactie van de politie blijkt dat die niet de mening van de afdeling Veiligheidszaken deelde dat het hier om een veiligheidsrisico ging.
Klachten
Er zijn over de jaren al vaker klachten geweest over etnisch profileren door de beveiliging, maar de universiteit heeft nooit eenduidig antwoord gegeven op de vraag of daar sprake van was.
Toen Koen Caminada, decaan Faculteit Governance and Global Affairs, er in september 2024 naar werd gevraagd antwoordde hij: ‘Ik heb stoere mannen en vrouwen met tranen in hun ogen zien staan bij de portiersloges omdat hen werd verweten dat zij zich schuldig zouden maken aan etnisch profileren. Ik wil buiten de discussie blijven of dat wel of niet zo is, maar het verwijt doet iets met mensen. Het is onwaarschijnlijk pijnlijk. Zij herkennen deze aantijging in ieder geval niet.’
De universiteit laat desgevraagd in een reactie weten dat er geen sprake is geweest van etnisch profileren.
De waarschuwingen van de juristen zijn ‘geen inschatting dat er sprake was van etnisch profileren, maar de opmerking dat sommige teksten als zodanig gelezen zouden kúnnen worden’, aldus woordvoerder Mischa van Vlier.
Voor het vrijgeven van de documenten in najaar 2025 had Juridische Zaken ook geen waarschuwingen gegeven.
‘Het is belangrijk om aan te geven dat het veiligheidsbeleid sinds die periode op verschillende punten is gewijzigd. Het destijds geldende, aangescherpte veiligheidsbeleid was door het toenmalige hoofd Veiligheidszaken geïnitieerd en vormgegeven. Onder de huidige leiding ligt sterker de nadruk op openheid en transparantie en op tijdige afstemming met de betrokken onderdelen van de universiteit. Dit sluit aan bij de bredere wens om als universiteit een open organisatie te zijn.’