Nieuws
Archeologie is nog niet klaar met de cultuurverandering
Na het wangedrag van hoogleraar archeologie Corinne Hofman en haar partner Menno Hoogland startte de faculteit een cultuurveranderingstraject. Dat gaat langer duren dan gepland. ‘We hebben heel hard gewerkt, maar dit is niet van vandaag op morgen opgelost.’
Else van der Steeg
donderdag 3 september 2026

Het onderzoeksbureau Breinkorf, het externe bedrijf dat het cultuurveranderingstraject bij de faculteit Archeologie leidt, blijft nog een half jaar langer aan. ‘Het was een beetje te vroeg om te stoppen’, zei hoofd bedrijfsvoering Jan Pronk onlangs tijdens de faculteitsraad.

Naar aanleiding van het wangedrag van hoogleraar Corinne Hofman en haar partner Menno Hoogland is de faculteit Archeologie in september 2024 begonnen aan een cultuurveranderingstraject. Daarin wordt de faculteit begeleid door Breinkorf.

In de afgelopen twee jaar werden er focusgroepen en (weerbaarheids)trainingen georganiseerd, waaraan de gehele staf meedeed. Ook studenten konden deelnemen. 

Maar aan het begin van het traject was het voor veel medewerkers nog onduidelijk wat Breinkorf zou bijdragen. In december 2024, na het eerste semester, voelde het proces voor faculteitsraadsleden ‘nog vrij stil’, en vroeg de raad zich af hoe succesvol resultaat kon worden gemeten.

Positiever geluid

Een jaar later, in december 2025, klonk een positiever geluid. ‘Het is goed dat we in het proces zitten en medewerkers zijn blij eraan te kunnen bijdragen. Er was veel behoefte aan betere communicatie en dialoog. Met deze sessies worden die nu aangeboden’, zei toenmalig faculteitsraadsvoorzitter Marie Soressi destijds tegen de raad.

De volgende stap, die naar verwachting tot december 2026 zou duren, is het uitfaseren van Breinkorf en zorgen dat de faculteit het traject zelf overneemt. ‘We hebben zoveel trainingen en bijeenkomsten gehad met elkaar, maar op een gegeven moment wil je het weer in de reguliere lijn van werk opnemen’, aldus Pronk. ‘Hoe ga je dat dan bestendigen? Het leek ons verstandig om daar nog ietsje extra faciliteiten, hulp en aandacht aan te besteden.’  Tot aan de kerst wordt daar samen met Breinkorf een plan voor gemaakt. 

‘Je kan geen situatie bereiken waarin er nooit meer wat gebeurt. Dat is een utopie’

De komende maanden worden er vrijwillige cursussen aangeboden in feedback geven en ontvangen. Mensen in leidinggevende functies volgen nog extra trainingen. De active bystander-training die aan eerstejaars studenten werd aangeboden, blijft structureel op het programma staan, vertelde Pronk aan de faculteitsraad.

Voor de zomer werd een bijeenkomst georganiseerd om de eerste twee jaar van het traject af te sluiten. ‘De conclusie was daar dat de verandering voelbaar en zichtbaar is’, licht Pronk telefonisch toe. ‘Maar we zijn nog niet klaar. Een cultuurveranderingstraject duurt gemiddeld genomen zomaar drie tot vijf jaar. En daar zitten wij nog niet.’

‘We hebben in de afgelopen jaren veel gedaan, denk aan een vernieuwde code veldwerk, veldwerkvoorbereidingen, veldwerkevaluaties die worden gedaan onder studenten. Maar ook hebben we meldingsroutes en mechanismes in gang gebracht.’

Gedragsverandering

Dat moet volgens hem ook geïnternaliseerd worden. ‘En daar hebben we Breinkorf voor nodig gehad. Het gaat ook over welk gedrag je ziet in de organisatie en wat daarin verandert. En wat is het gevoel van de mensen? We hebben daar heel hard aan gewerkt, maar dit is niet van vandaag op morgen allemaal opgelost.’

Het doel van de komende maanden is om steeds meer de regie over te nemen van Breinkorf. ‘We hebben veel trainingen gehad, nu is de vraag: Als je het dan loslaat, wat beklijft daarvan? Daar willen we nu nog wat extra tijd in steken: hoe zorgen we ervoor dat we dat thema levend houden?

‘Je kan geen situatie bereiken waarin er nooit meer wat gebeurt. Dat is een utopie. Maar als er een probleem is, wil je dat het helder is waar je je moet melden, dat het dan serieus wordt behandeld, dat er goed over wordt gecommuniceerd. Zodat het nooit meer zo ongelooflijk diepgaand en lang kan blijven doorgaan als dat er rondom de casus (zoals de faculteit en universiteit het wangedrag van Hofman en Hoogland noemt, red.) is gebeurd.’