‘No-study-zone’, waarschuwen bordjes op de tafels van Leidse universiteitscafés in het Lipsius en Herta Mohr. Het verbod op boeken en laptops, luidt de boodschap, is ‘the solution for a real meet and talk’. In CaféUBé, bij de universiteitsbibliotheek, staat in kleine lettertjes onder de klok: ‘No laptop area.’
Met dit beleid wil het Universitair Facilitair Bedrijf (UFB) studievrije zones creëren en voorkomen dat bezoekers die lang achter hun laptop blijven zitten plekken bezet houden voor pauzerende medewerkers of studenten, legt directeur Rogier de Bruin uit.
Alleen: de maatregel stuit op kritiek. Bijna honderd medewerkers van de faculteit Geesteswetenschappen verzetten zich tegen het beleid en ondertekenden een petitie die is opgesteld door Florian Schneider, hoogleraar Chinees. ‘De transformatie van inclusieve, op de gemeenschap gerichte leeromgevingen naar commerciële gelegenheden met snelle doorstroom staat haaks op de geest en missie van de universiteit als publieke onderwijsinstelling’, betoogt hij in de petitie.
Niet bevorderlijk
‘Wij willen ook benadrukken dat deze cafés zich bevinden in publiek gefinancierde universitaire ruimtes, ruimtes die zijn gebouwd en onderhouden met belastinggeld en collegegelden van studenten’, vervolgt hij. ‘De plekken die nu overblijven zijn vaak minder aantrekkelijk, minder praktisch en simpelweg niet bevorderlijk voor het voeren van gesprekken en samenwerkingen.’
Schneider wil zijn petitie desgevraagd niet verder toelichten. ‘Omdat de discussies nog gaande zijn, ben ik geneigd om de uitkomst van de opkomende gesprekken af te wachten voordat ik verder commentaar lever op de kwestie.’
Baristas sturen regelmatig bezoekers weg en zijn het inmiddels gewend dat ze als politieagenten moeten optreden. ‘Sommige mensen zijn koppig en proberen terug te komen’, zegt een UFB-medewerker die anoniem wil blijven. ‘Voorheen zaten hier ook veel mensen van buiten de universiteit urenlang een tafel te bezetten, dat willen we niet meer. Daarnaast is het in de bibliotheek verboden om te eten, deze ruimte leent zich specifiek om te pauzeren of rustig een boek te lezen.’
‘Het doel van het beleid is niet primair om consumptie te stimuleren, maar om ervoor te zorgen dat de ruimtes tijdens openingstijden gebruikt worden waarvoor ze zijn ingericht: het bieden van eet- en drinkvoorzieningen met voldoende zitplaatsen’, aldus De Bruin.
Rustige momenten
Volgens hem is het belangrijk dat er tijdens piekmomenten genoeg ruimte is voor gasten van het café. ‘Buiten openingstijden en rustige momenten stimuleren wij deze zitplekken graag als studieplekken.’ Maar wanneer zijn deze ‘rustige momenten’ dan? De Bruijn: ‘Dit is geen exacte wetenschap. We doen een moreel beroep op mensen om ruimte te maken, onder andere tijdens de lunchperiode of de in- en uitstroom momenten van het onderwijs.’
Een rondgang leert dat de ‘no-study zones’ in het Herta Mohr buiten de piektijden opmerkelijk vaak leeg zijn. Op nog geen tien meter afstand zitten de studenten aan lange tafels dicht op elkaar te studeren.
Rowan Plsizczunski, bachelorstudent filosofie, is zojuist buiten de piektijden op heterdaad betrapt en weggestuurd naar de andere kant van het café, afgescheiden middels twee plastic plantenbakken. ‘Compleet nutteloos’, vindt hij. ‘Het café is gelinieerd aan de bibliotheek, een plek waar je komt om te studeren, als het een klein café was, was het misschien nog logisch geweest.’
In april gaat het UFB in gesprek met studenten en medewerkers van de universiteit over de ruimte in het Herta Mohr.