Nog voordat de bommen zijn gevallen weet Mania Faramarzi (23) meestal al dat ze eraan komen. ‘Als de verbinding met mijn familieleden in Iran slecht wordt, is dat voor mij een teken dat er iets gaat gebeuren.’
Sinds de aanval op Iran door Israël en de Verenigde Staten ligt het internetverkeer er plat, wat leidt tot grote bezorgdheid bij Nederlandse Iraniërs met familie in Iran. Zo ook bij de Leidse student Midden-Oostenstudies. ‘Het is me nog niet gelukt om direct contact met mijn familie te krijgen.’
‘Ik ben een agnost, maar ik ben de hele dag aan het bidden dat het regime valt’, vertelt promovendus Jamaseb Soltani. ‘Als het regime niet valt, zal mijn neef hoogstwaarschijnlijk de doodstraf krijgen.’
Die neef is na deelname aan de protesten tegen het onderdrukkende Iraanse regime in januari opgepakt door de Iraanse autoriteiten. ‘Ze hebben hem gearresteerd in zijn ouderlijk huis, een zwarte zak over zijn hoofd gedaan en hem meegenomen. Ze verdenken hem van spionage voor de Mossad en opzettelijke opruiing tijdens de demonstraties in januari. Ik heb de beelden van de Iraanse staatstelevisie gezien. Samen met een groep andere jongens “bekent” hij dat hij zogenaamd geld kreeg van de Israëlische geheime dienst om protesten op te ruien.’
Soltani zucht. ‘Niks klopt aan dit verhaal. Hij was helemaal niet politiek actief. Ik vrees dat hij onder druk van martelingen deze “bekentenis” heeft gedaan.’
‘Berichten komen soms pas na enkele dagen aan’, zegt universitair hoofddocent internationale betrekkingen Babak Rezaeedaryakenari. ‘Tegelijkertijd is het nieuws uit Iran vaak vertekend en sterk beïnvloed door de staatsmedia en propaganda, waardoor het nog moeilijker is om betrouwbare informatie te krijgen over wat er werkelijk gebeurt.’
In afwachting van een teken van leven speurt Faramarzi constant naar nieuws over ontwikkelingen en aanvallen. ‘Zij kunnen ons bellen, maar wij hen niet. Voor hen kost dat veel geld.’ Als het ze lukt om iemand te bereiken wordt de verbinding vaak snel verbroken. ‘Mijn nicht heeft kort met mijn oom gebeld, hij vertelde haar dat ze veilig zijn, het goed gaat en sommige familieleden uit het meest gevaarlijke gebied uit Teheran gevlucht zijn naar midden-Iran.’
Protesten
Ondanks de bombardementen was Faramarzi afgelopen januari bezorgder over het lot van haar familie. ‘Toen was het geweld gericht op burgers, nu zijn zij niet het doelwit. Ik was in Teheran toen de protesten tegen het regime begonnen, maar mocht er niet heen omdat we de volgende dag naar huis moesten vliegen omdat ik een tentamen had. We konden het risico niet lopen om vast te komen zitten.
‘Mijn familie heeft wel geprotesteerd, en sommige van hen werken in de ziekenhuizen. Ik heb verhalen gehoord dat er onder dwang van militairen medische hulp aan sommige demonstranten moest worden geweigerd. Sommige artsen werden gedwongen operaties op demonstranten te staken. Sommigen werden in het ziekenhuis alsnog doodgeschoten door militairen.’
Het overgrote deel van de Iraniërs is volgens haar blij met de aanvallen op het Iraanse regime en de dood van opperste leider Ali Khamenei. ‘Toen tegelijk met de demonstraties in Iran het nieuws van de Amerikaanse militaire actie op Venezuela naar buiten kwam, juichte mijn neef dat Iran de volgende zal zijn. Mijn nicht stuurde mij een emoji met hartjesogen na de eerste aanvallen op Teheran.’
Onder de Iraanse Leidenaars zijn de meningen over de oorlog verdeeld. ‘Ik ben geen fan van militaire interventies, omdat ik me afvraag of de VS en Israël wel het beste voor hebben met het Iraanse volk’, zegt een Iraans-Italiaanse studente (21) die anoniem wil blijven. ‘Ik had liever gezien dat het volk zelf het regime ten val had gebracht. Aan de andere kant vraag ik me ook af of dit ooit was gelukt, gezien de vele pogingen die er zijn gedaan de afgelopen jaren.’
Uit solidariteit met de onderdrukte Iraanse bevolking loopt ze regelmatig mee in Nederlandse demonstraties. ‘De mensen die daarop afkomen wapperen met vlaggen van Israël, Amerika en de pre-revolutionaire monarchie. Een deel van de diaspora is erg extreem en ondersteunt blindelings Israël en de Verenigde Staten, dat frustreert me enorm.’
Hoe graag hij het regime ook zou zien vallen, Soltani vindt het lastig om een oordeel te vellen over de militaire interventie. ‘Ik ben veilig hier in Nederland, ik krijg geen bommen op mijn kop. Er is momenteel geen waardig scenario over om te verdedigen, ik ben in stilte geraakt.’
Media-aandacht
Hij zegt verbaasd te zijn over de beperkte media-aandacht die de januariprotesten kregen in verhouding tot de huidige oorlog. ‘Ik merk ook dat er een selectieve verontwaardiging is onder activistische studenten. Collega’s van mij hebben een ideologische vijand gecreëerd die anti-imperialistisch en antiwesters is. Zij keuren deze militaire interventie af, maar ze begrijpen niet dat onder het overgrote deel van de Iraniërs dit als laatste redmiddel wordt beschouwd na hun poging in januari om het regime omver te werpen. Ook links heeft een blinde vlek’.
‘De Iraanse diaspora is altijd politiek divers geweest’, zegt Rezaeedaryakenari. ‘Er zijn zowel pro- als anti-regeringsstemmen die tegen de oorlog zijn, maar er is ook een derde groep, waarschijnlijk de meest aanzienlijke, die denkt dat externe militaire druk de enige overgebleven manier is om de Islamitische Republiek te verzwakken of te beëindigen, omdat in de afgelopen tientallen jaren andere strategieën weinig effect hadden.
‘Iran is een land met enorme menselijke capaciteit, een jonge en hoogopgeleide bevolking, een rijke intellectuele traditie en grote natuurlijke hulpbronnen. De tragedie van de afgelopen decennia is dat veel van dit potentieel is beperkt door politieke repressie en internationale isolatie.’
‘We gaan het land weer opbouwen’, vult Soltani aan. ‘Ik twijfel er niet over dat het Iraanse volk zal zegevieren.’