‘Hé, waar ga je naartoe?’
‘Mag ik je telefoonnummer?’
‘Hoezo niet, heb je een vriend?’
‘Waarom doe je zo moeilijk?’
Met die woorden, die iedere vrouw wel eens heeft gehoord, laat Lieke Lorea Gaminde nog eens horen hoe het klinkt om op straat te worden belaagd. De medewerker van Stichting Stop Straatintimidatie sprak tijdens het symposium ‘Straatintimidatie in het studentenleven’, dat vorige week donderdag in het Academiegebouw werd georganiseerd door Catena, Augustinus, Minerva en de Plaatselijke Kamer van Verenigingen.
‘Wie van jullie hebben hier al eens te maken mee gekregen?’ vraagt een lid van de Leidse tak van de Dolle Mina’s. Bijna alle ruim veertig aanwezigen, mannen en vrouwen, steken hun hand op.
‘Sinds de landelijke aandacht voor geweld tegen vrouwen is dit ook een veelbesproken thema in het studentenleven’, vertelt Mike Huijben, bestuurslid van Catena. ‘We hopen dat studenten samen ervaringen kunnen uitwisselen.’ Ook is er door de aanwezigheid van landelijke en lokale politici ruimte om te praten over het maken van nieuw beleid over veiligheid op straat.
Intimidatie of flirten
Straatintimidatie heeft vele gedaantes, waarschuwt Gaminde. Denk hierbij aan fluiten, sissen, maar ook aan het achtervolgen van slachtoffers. ‘Het kan seksueel getint zijn, dat overkomt vaak vrouwen en meiden, maar het kan ook discriminerend zijn, en dat overkomt vaak mensen van kleur, mensen uit de queer community of mensen met een zichtbare geloofsovertuiging.’
Er zit een groot verschil tussen dit gedrag en flirten, vervolgt ze. ‘Bij flirten stemmen beide partijen in, en dan kan het heel leuk zijn. Straatintimidatie is niet leuk. Volgens mij is er nog nooit een liefdesverhouding ontstaan nadat een vrouw op straat hoer is genoemd.’
Sinds 2024 is straatintimidatie strafbaar, mede door de inspanningen van Gamindes stichting. Dat houdt in dat de politie verplicht is om in te grijpen wanneer ze vermoeden dat iemand wordt lastiggevallen. Ook zijn er in verschillende steden, waaronder in Leiden, pilots actief waarbij boa’s ook de bevoegdheid krijgen om in te grijpen. ‘Maar strafbaar stellen is niet de oplossing’, vertelt Gaminde. ‘Anders waren we twee jaar geleden al klaar geweest als stichting.’
Hoewel ze blij is met initiatieven om vrouwen te beschermen, wordt zo de verantwoordelijkheid meer bij de slachtoffers gelegd dan bij de plegers. ‘Apps, alarmen en zelfverdedigingscursussen zijn niet de oplossing. Er is een app waarmee slachtoffers kunnen markeren waar ze zijn lastiggevallen, zodat andere gebruikers kunnen zien welke plekken ze beter kunnen mijden. Sorry hoor, maar dan kan je net zo goed helemaal niet meer naar buiten gaan.’ Bovendien hebben apps volgens haar sowieso weinig zin. ‘We horen vaak dat telefoons door daders worden afgepakt en weggegooid.’
Handen en ogen
‘Is het dan niet beter als de politie aanwezig is tijdens grote evenementen als de introductieweek om alles in de gaten te houden?’ vraagt een van de Dolle Mina’s tijdens een paneldiscussie. ‘Extra handen en ogen zijn sowieso belangrijk’, reageert Claire van Megen, lijsttrekker van Studenten Voor Leiden. ‘Maar als je studenten tijdens de El Cid een dansje kunt aanleren, kan je ze ook leren om grensoverschrijdend gedrag te melden.’
‘Ik vind een meldpunt een goed idee’, merkt Geminde op, ‘maar het aantal meldingen van grensoverschrijdend gedrag is niet representatief voor het totale aantal incidenten. Volgens de gemeente Tilburg was er weinig straatintimidatie, omdat ze nauwelijks meldingen binnenkregen. Maar toen ze een meldpunt openden, stroomden die binnen.’
Op 8 maart 2017, Internationale Vrouwendag, plaatste journalist en schrijver Milou Deelen een video op Facebook waarin ze zich uitsprak over de slutshaming die ze meemaakte op studentenvereniging Vindicat. Toen kwam haar leven op zijn kop te staan. ‘Ik maakte die video omdat ik vanwege mijn openheid over mijn seksleven gezien werd als de allergrootste slet van het jaar, en dat vond ik oneerlijk, want jongens werden juist geprezen als ze veel seks hadden. Ik hoopte dat mensen op de vereniging het cool zouden vinden dat ik me had uitgesproken, maar later hoorde ik dat ze zeiden dat ik sociale suïcide had gepleegd.’
‘Ik wil jullie niet bang maken’, zei ze tegen de zaal. ‘Maar de kans is groot dat je bevriend bent met iemand die een keer over iemands grens is gegaan op seksueel gebied.’
‘We zien te weinig actie van omstanders’, voegt Gaminde toe. ‘Veel mensen weten niet wat ze moeten doen of niet hoe ze moeten helpen, waardoor ze niet durven in te grijpen.’
Van Megen vertelt dat Augustinus-leden trainingen kregen van een wijkagent over grensoverschrijdend gedrag. ‘Het is heel belangrijk om goede rolmodellen te hebben. Iemand naar wie je opkijkt, misschien juist omdat hij het meeste bier drinkt, maar daarna wél zijn handenthuishoudt. Als je ziet dat iemand die jij vet vindt, positief gedrag vertoont, verandert het beeld van hoe mannelijkheid eruit zou moeten zien.’
Een jongen uit het publiek merkt op: ‘Vrouwen bespreken na het uitgaan vaak met elkaar wat er allemaal gebeurd is op de avond en wat ze ervan vonden. Wat nou als we dat als jongens ook met elkaar gaan doen?’