Achtergrond
Oranjes doorgelicht (4): ‘De koning heeft moreel leiderschap getoond’, vindt Gert Oostindie
Uit het onderzoek blijkt dat de Oranjes niets verdienden aan slavernij. Het is een verrassende conclusie die ook voor boosheid zorgt, merkte onderzoeksleider Gert Oostindie. ‘Sommige nazaten geloven ons niet en zien dit als een witwasoperatie.’
Vincent Bongers
donderdag 8 oktober 2026
Koning Willem-Alexander en emeritus hoogleraar Gert Oostindie betreden het Academiegebouw. Foto Taco van der Eb

‘Ik wist niet wat de koning ging zeggen’, vertelt emeritus hoogleraar koloniale- en postkoloniale geschiedenis Gert Oostindie over het moment dat hij het eerste exemplaar van een van de vijf boeken aan Willem-Alexander overhandigde. 

‘Ik wilde ook absoluut niet van tevoren weten wat zijn reactie zou zijn. Er was geen invloed van het kabinet of het koningshuis geweest op ons onderzoek en ik wilde nu ook niet weten wat hij er in zijn toespraak stond.’

Was u verbaasd over het uitblijven van excuses? 
‘Nee. De koning had op basis van ons onderzoek kunnen zeggen: ik maak excuses voor het hele koloniale verleden. Ik had echter niet verwacht dat hij dat daadwerkelijk zou doen. Ik was wel blij met de reactie op ons werk: “Ik omarm het.” Veel duidelijker kan het niet.’

Zouden die excuses er wel moeten komen?
‘Je zou kunnen stellen: als je “A” zegt, moet je ook “B” zeggen. Uiteraard ga ik de koning niet vertellen wat hij moet doen, daar komt nog bij dat de premier de reactie van tevoren goedkeurt. Zelfs al zou de koning excuses willen maken, heeft hij te maken met politieke afwegingen.’

Uit jullie berekeningen blijkt dat slavernij de Oranjes weinig opleverde. 
‘Klopt, al probeerden ze er wel aan te verdienen. Het is heel belangwekkend dat dat nu eindelijk goed is uitgezocht. De resultaten vallen tegen voor sommige nazaten. Die geloven de cijfers niet en zien dit als een witwasoperatie. 

‘Ik zag enkele haatmails van mensen die vinden dat we met deze cijfers slavernij goedpraten. Dat is natuurlijk niet zo. De schrijvers van dat financiële hoofdstuk maakten zich er ook zorgen over dat hun berekeningen als goedpraten zouden worden gezien. Dat wil je voorkomen natuurlijk. Maar wetenschappelijk is er geen probleem. Je werkt met de cijfers die je vindt.’

Tegelijkertijd zijn er reacties dat u de Oranjes veroordeelt met de ogen van nu. Wat vindt u daarvan?
‘Natuurlijk waren ze kinderen van hun tijd, maar ze wisten dat het anders kon. Een deel van de elite constateerde al vrij vroeg: dit kan helemaal niet. Daar deden de Oranjes niets mee. 

‘Verzet in de koloniën was er ook altijd. Het is niet zo dat de Afrikanen die uit hun land werden weggehaald dat oké vonden en onderdrukte Javanen instemden met hun lot.

‘De koning toonde met het verzoek naar dit onderzoek moreel leiderschap. Het kan hem ook vervreemden van een deel van de bevolking: namelijk radicaal rechts.’

‘Hulde der Koloniën’ (1898), ontwerptekening voor het zijpaneel van de Gouden Koets door Nicolaas van der Waay
De koloniale geschiedenis van het Huis Oranje-Nassau

‘Uit het boek waarin de vergelijking wordt gemaakt met andere monarchieën blijkt dat alle vorsten ongeveer hetzelfde koloniale beleid voerden. Het kan zijn dat er in andere landen ook bij de koningshuizen wordt aangedrongen op een onderzoek. Voor ons koningshuis is dat ingewikkeld. Stel dat koning Charles hem daarop gaat aanspreken: “Willem-Alexander, wat heb je ons aangedaan?” Het besluit om die vergelijking te maken kwam echter van ons, en niet van de koning.’

Wat vond u het meest opvallend aan het onderzoek?
‘Dat iedere Oranje, tot Juliana, bereid was om zonder enige twijfel geweld te gebruiken om oproer in de koloniën neer te slaan. Dat vind ik shocking. Anna van Hannover, de vrouw van stadhouder Willem IV, die in 1737 keihard optreden aanmoedigt tegen opstandige marrons (ontsnapte tot slaaf gemaakten, red.) in Suriname zodat “vooral vrouwen en kinderen, van honger zullen vergaan”. Zó heftig!

‘Koningin Wilhelmina omschreef in 1945 haar onderdanen in Borneo, het huidige Kalimantan, aan de Amerikaanse president Roosevelt als “koppensnellers”. Het zou wel honderd jaar duren voor de Nederlanders hen zouden “kunnen opleiden en beschaven”. 

‘Over Nederlands Nieuw-Guinea (nu Papoea) vertelde de vorstin hem dat daar “de laagste vorm van menselijk leven ter wereld” te vinden was en dat hun “schedels het minst ontwikkeld” waren. Dat was overigens al eerder bekend. Het is opmerkelijk genoeg de enig expliciet racistische opmerking die we van een stadhouder of een vorst hebben gevonden.’

‘Dat iedere Oranje tot Juliana bereid was geweld te gebruiken, vind ik shocking’

U had toegang tot het gesloten archief van Beatrix. Wat viel u op?
‘Publiekelijk stelde ze zich op als beschermvrouw van de Antillen. Binnenskamers spreekt ze harde woorden over wat er volgens haar niet goed gaat daar. Ze heeft ook heel veel vertrouwelijke gesprekken met Surinaamse en zelfs met Indonesische politici. Waarom komen die mensen met haar praten? Want officieel heeft ze niet veel macht. Je ziet dat een koningin informeel toch invloed heeft. 

‘Ze houdt kritiek op het koloniale verleden heel erg af. Ze zit bijvoorbeeld helemaal niet te wachten op het nationaal slavernijmonument in Amsterdam. Uiteindelijk is ze wel aanwezig bij de onthulling in 2002, maar dat gaat niet van harte.’

Wat is de volgende stap?
‘We hopen het debat verder te helpen en dan juist richting verzoening. Dat zal niet eenvoudig zijn. Ook naar aanleiding van dit onderzoek gaan er weer stemmen op voor herstelbetalingen in de orde van honderden miljarden euro’s. Dat gaat niet gebeuren, premier Jetten heeft ook meteen gezegd: geen nieuwe herstelbetalingen. En dus blijft er spanning.

‘Feit is wel dat de koning deze geschiedenis open wil bespreken, hopelijk helpt dat de samenleving en de politiek.’ 

En wat nu… herstelbetalingen?

Het onderzoek van ruim zestig wetenschappers voor De koloniale geschiedenis van het Huis Oranje-Nassau leverde vijf boeken op. Wat te doen met die kennis? ‘Een koning die A zegt, moet ook B zeggen.’

‘Uw bevindingen zijn onverbloemd en indringend’, reageerde koning Willem-Alexander toen hij het onderzoek naar de koloniale geschiedenis van zijn familie in ontvangst nam. De onderzoekers laten volgens hem zien dat stadhouders en koningen kolonialisme en slavernij actief ondersteunden, ‘inclusief instemming met het neerslaan van verzet’. Daarmee droegen zij medeverantwoordelijkheid voor het voortbestaan ervan.

Ook de conclusie dat de Oranjes tot Juliana nooit hun invloed gebruikten om kolonialisme of slavernij aan te kaarten, noemde hij ‘schrijnend en confronterend’. ‘Een conclusie die me raakt, ook al ben ik van drie generaties later.’ Willem-Alexander benadrukte het belang van erkenning: ‘Zonder erkenning van wat er is gebeurd, komen we niet verder.’

Nieuwe excuses kwamen er niet. Onderzoeksleider Gert Oostindie betwijfelt ook of dat de logische vervolgstap is. De eerdere excuses van regering en koning betroffen vooral de trans-Atlantische slavernij en het extreme geweld tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, beide na een duidelijke roep om erkenning. ‘Ook over andere dieptepunten uit vier eeuwen koloniale geschiedenis zou de koning zich nog kunnen uitspreken. Maar erg zinvol zou het niet zijn om dat alles een voor een “af te vinken”.’

Hoogleraar Esther Captain, die ook deelnam aan het onderzoek, had liever een ander gebaar gezien. ‘Mensen hadden gehoopt dat de koning misschien met een gebaar vanuit zijn familie zou komen. Eigenlijk met geld.’ Volgens haar blijkt uit het onderzoek dat de familie een half miljard verdiende aan onder meer het cultuurstelsel en de Billiton-mijn. ‘Ook van de onbetaalde arbeid van generaties tot slaaf gemaakten hebben mensen geprofiteerd. Dat is nooit verrekend. De koning had kunnen zeggen: ik geef een half miljard terug.”’

Tegelijkertijd is Willem-Alexander internationaal gezien een pionier, vindt Captain. ‘Voor heel veel nazaten is het niet voldoende, maar als historicus moet ik ook zeggen: hij is hierin uniek. Hij loopt voorop en heeft excuses aangeboden.’ Juist daarom vindt ze dat er een vervolg moet komen. ‘Dat brengt wat mij betreft ook een verplichting met zich mee. Dat mag nog worden opgevolgd.’

Ook mede-onderzoeker Bart Verheijen vindt dat Willem-Alexander een financieel gebaar had kunnen maken. Het argument dat hij daarmee andere koningshuizen voor het blok zou zetten, vindt hij ‘een beetje zwak’. ‘Je moet je verantwoordelijkheid nemen. De koning heeft A gezegd door dit onderzoek te laten uitvoeren. Dan kan hij ook B zeggen.’ Hij noemt een bijdrage aan een slavernijmuseum als mogelijkheid.

Hoe herstelbetalingen eruit zouden moeten zien, vindt Verheijen moeilijker. ‘De moderne wereld is een direct gevolg van de wereld van honderd jaar geleden, en die zat zeer, zeer oneerlijk in elkaar. Je zou willen dat dat op een bepaalde manier eerlijker wordt verdeeld. Maar hoe, dat is een politieke vraag die ik als historicus niet kan oplossen.’

Tristan Mostert wil nadrukkelijk afstand houden van die discussie. ‘Er zijn zoveel meningen over herstelbetalingen. Ik wil dat niet mengen met de uitkomsten van dit onderzoek.’

Ook Erik Odegard vindt dat het onderzoek de historische feiten voor het debat moeten leveren, niet de uitkomst. ‘Wij moeten daar niet de voortrekker in zijn.’ Wat excuses betreft sluit hij zich aan bij Oostindie. ‘Als je voor alle zaken apart excuses gaat maken, loop je het risico dat je onbewust een hiërarchie lijkt aan te brengen, dat kan tot onenigheid tussen belangengroepen leiden: waarom zijn wij niet eerder aan de beurt? Een holistische aanpak is goed te verdedigen.’

Door Vincent Bongers en Marciëlle van der Kraan