Achtergrond
Bij de rechtswinkel luisteren studenten naar het kind als de ouders vechten
Studenten van de rechtswinkel proberen kinderen die in juridische conflicten niet worden gehoord een stem te geven. ‘Na lang doorvragen blijkt de situatie soms heel anders in elkaar te zitten.’
Eline Dirven
donderdag 8 oktober 2026

Ouders die ruzie maken over bij wie je moet gaan wonen, maar niemand die aan jou vraagt waar je zelf wilt wonen? Het is wekelijkse kost voor de vrijwilligers van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel Leiden.

‘In het begin nam ik best vaak heftige gesprekken mee naar huis, ik dacht in de avond vaak na over de situatie van zo'n kind’, zegt Isabelle de Gooijer (24), oud-bestuurslid en student notarieel recht. Juist die empathie is waar de vrijwilligers voor de Kinder- en Jongerenrechtswinkel Leiden op worden geselecteerd. Daarna krijgen ze scholing in het jeugd- en familierecht. Na een intern tentamen mogen ze aan de slag.

‘De meeste kinderen die naar ons toekomen zijn onder de twaalf jaar’, aldus De Gooijer. ‘Ik vind dat heel heftig. Dan vertellen de kinderen dat ze niet meer bij hun vader of moeder willen wonen.’ ‘We willen de stem van het kind laten horen wanneer papa en mama aan het ruziën zijn, die wordt namelijk vaak vergeten’, legt Emma van den Brink (21), bestuurslid en rechtenstudent, uit.

Sinds 2000 geven 21 vrijwilligers gratis rechtshulp aan kinderen, gesubsidieerd vanuit de gemeente. Dit gebeurt via de informele rechtsingang, namelijk via een brief aan de kinderrechter waarin de belangen van het kind staan. De rechter is verplicht om de brief te lezen en te beoordelen. Tijdens de spreekuren op dinsdag en vrijdag kunnen kinderen bij de vrijwilligers terecht. 

De vrijwilligers zijn terughoudend in het vertellen over individuele gevallen. Wegens de geheimhoudingsplicht mogen ze niet ingaan op de details. Maar niet ieder gesprek draait om nare gevolgen van scheidingen, zeggen ze.

‘Je moet goed afwegen hoeveel waarde je kan hechten aan wat het kind zegt. Is het niet te veel beïnvloed door de ouders?’

Zo probeerden ze ook een minderjarige te helpen die uit huis was geplaatst en daardoor in een woongroep terecht was gekomen. Daar werd het kind gepest. De vrijwilligers hebben toen samen met de cliënt een brief aan de kinderrechter geschreven met een verzoek tot een nieuwe woongroep.

‘Kinderen krijgen vaak veel hoop bij het idee dat er een brief naar de rechter gaat, maar de rechter kan ook beoordelen dat hij er niks mee gaat doen’, aldus Els Foppen (22), vrijwilliger en student jeugdrecht. ‘Ik voel me soms wel lullig als ik dat tegen het kind moet zeggen.’ ‘Het balletje ligt bij de rechter wanneer wij de brief verzonden hebben’, aldus Van den Brink (21). ‘Soms is het frustrerend dat je niet mag weten hoe een casus afloopt.’

Van den Brink schat dat er gemiddeld één kind per week langskomt. ‘Het kan zijn dat er soms gewoon geen kinderen zijn die hulp nodig hebben, maar ik denk eigenlijk dat te weinig mensen weten dat we bestaan.’ De rechtswinkel probeert daarom via scholen, gastlessen, Instagram en buurthuizen bekender te worden.

‘Soms gaat een hele zaak over een kind, terwijl dat kind zelf helemaal geen stem heeft gehad’

Tijdens het spreekuur is het soms de kunst om vaders of moeders op afstand te houden, vertelt Foppen. ‘Als een ouder er aan het begin nog bij is, vragen we of die even kan weggaan.’ Soms tot ongenoegen van de ouders. ‘We voeren daarna eerst gesprekken over hobby’s, vriendjes en vriendinnetjes of over wat ze hebben gegeten die dag. Maar op die manier komen we er uiteindelijk écht achter wat het kind wil.’

De Gooijer: ‘Als een kind zegt: “En toen zei de advocaat van mijn vader of moeder dat ik naar jullie moest komen”, weet je meteen: aha, deze spreekt namens de ouders.’

Foppen: ‘Je moet goed afwegen hoeveel waarde je kan hechten aan wat het kind zegt. Is het niet te veel beïnvloed door de ouders? De ene twaalfjarige is veel verder ontwikkeld dan de andere.’

Van den Brink: ‘Het verbaast me echt hoe erg ze soms door hun ouders worden gestuurd. Een kind komt binnen met een helder verhaal, maar na lang doorvragen blijkt de situatie soms heel anders in elkaar te zitten.’

Foppen: ‘Het is mooi om te zien dat studenten zich zo inzetten voor kinderen die gehoord moeten worden. Soms gaat een hele zaak over een kind, terwijl dat kind zelf helemaal geen stem heeft gehad.’