‘Veel tegenstemmen vind je niet in geschreven bronnen, omdat het gevaarlijk kon zijn om je uit te spreken. Daarom moet je op andere manieren zoeken. Je hebt liedjes die het Koninklijk Huis vereren, maar ook spot- en hekeliederen die generaties lang op de Caribische eilanden hebben geklonken, zoals een lied dat in de negentiende eeuw op Curaçao over koning Willem III (1849-1890) werd gezongen:
Biba biba biba biba Wilmu Dèrdu
Ma parse Wilmu Dèrdu
Bo tin idea di frega nos
Ma pa bo frega nos
Bai frega bo mama.
'Oftewel:
Lang leve, lang leve Willem de Derde,
Maar het lijkt erop, Willem de Derde,
Dat je ons voor de gek wilt houden
Maar in plaats van ons voor de gek te houden,
Ga je moeder maar voor de gek houden.
'Ze zeggen: hoelang duurt het nog voordat we onze vrijheid krijgen? Hoe zit dat nou, Willem? We voelen ons beduveld. Als je zulke liederen bestudeert, hoor je een heel ander geluid. Ze zeiden wel degelijk: ik ben het er niet mee eens.
Spiegel
‘De mensen in de koloniën zijn in de marge geplaatst. Wij wilden dat omkeren. Daarom hebben we gewerkt met auteurs uit Indonesië, Suriname en de Caribische eilanden. Zij hebben toegang tot netwerken, archieven en bronnen die vanuit Nederland moeilijker aan te boren zijn. Ook gebruikten we oral history: herinneringen aan ouders of grootouders die leden van het Koninklijk Huis hebben ontmoet.
‘Ons publieksboek Schaduwen van de Oranjezon houdt Nederland een spiegel voor. Het gaat niet om hoe het Koninklijk Huis gezien wil worden, maar hoe het door anderen wordt gezien.
‘Mensen probeerden protest aan te tekenen en spraken zich uit in kranten, maar het koloniale gouvernement onderdrukte dat. Mensen werden opgepakt, gevangengezet of geïnterneerd. Bij een koninklijk bezoek werd de stad niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk schoongeveegd: iedereen die een gevaar kon vormen vanwege mogelijk protest, werd weggehaald.
Schrijnend
‘Dat is de harde macht. Maar daarnaast heb je zachte macht, ook al is die eigenlijk helemaal niet zo zacht. Via vieringen, sportwedstrijden, theater en Koninginnedag werd mensen geleerd: dit is het Koninklijk Huis en het is plezierig om met hen mee te doen. Indonesische vorsten en vorstinnen hadden veel langere dynastieën dan het Huis van Oranje, maar werden toch als kinderen neergezet die door Nederlandse “grootvaders” moesten worden opgevoed. Heel pijnlijk en schrijnend.
‘Een sterk voorbeeld van die zachte macht is gratieverlening. Mensen werden soms tot tien, twintig of dertig jaar dwangarbeid veroordeeld. Rond Koninginnedag bekeken koloniale ambtenaren wie gratie kon krijgen. Zo kon iets heel gewelddadigs worden ingezet als zachte cultuurpolitiek. Ik vond het confronterend om in het archief al die namen te zien van gevangenen van wie het gezinsleven werd verwoest. En dan besluit iemand: nee, laat hem nog maar vijftien jaar zitten. Hoe kun je als bestuur dan nog vrolijk Koninginnedag vieren?
‘Tegelijkertijd: als je hoort dat de koningin vrijheid heeft verleend aan je vader die dertig jaar zou vastzitten, is dat een effectieve manier om de bevolking loyaal en trouw te maken.
‘Het Koninklijk Huis, en zeker Wilhelmina in Indonesië, heeft het koloniale geweld niet alleen goedgekeurd, maar ook verheerlijkt. Er zijn afschuwelijke foto’s van generaals bij stapels lijken van Indonesiërs. Die kwamen ook in Nederland terecht. Wilhelmina wist wat er gebeurde en onderscheidde de verantwoordelijke generaals vervolgens met de Militaire Willems-Orde, de hoogste onderscheiding. Zij was echt fan van hen.
‘De combinatie van koloniaal geweld waarbij heel veel Indonesiërs omkomen én die zachte macht heeft mij het meest verwonderd: hoe lukt dat? Het doet denken aan mentale mishandeling: ik hou je klein. Ik hou van je, maar ik sla je ook.’
Lees meer over het onderzoek:
- Oranjes doorgelicht (1): Stadhouders sloegen verzet enthousiast neer: ‘De norm lag in de hel’
- Oranjes doorgelicht (2): Willem I was een eikel, Willem II een zwakkeling
- Oranjes doorgelicht (4): ‘De koning heeft moreel leiderschap getoond’, vindt onderzoeksleider Gert Oostindie