Uit een vertrouwelijk rapport van de ombudsfunctionaris, waarover Mare onlangs berichtte, blijkt dat de sfeer binnen BASIS, de studievereniging van International Studies, ernstig is verziekt. Leden zijn zwartgemaakt, uitgesloten en zelfs vals beschuldigd van brandstichting en ander wangedrag. Schorsingsprocedures deugen niet en allerlei persoonlijke relaties hebben bestuursprocessen beïnvloed.
Aanleiding van het langslepende conflict is het ongeoorloofd drinken van alcohol door het East Asia Committee op de universiteit, na afloop van een door hen georganiseerd evenement. Uiteindelijk moet één lid, Maya (echte naam bekend bij redactie), de commissie verlaten, mag ze binnen BASIS geen enkele functie meer bekleden en wordt ze uitgesloten van een reis naar Vietnam. Saillant detail: kort daarvoor had zij een relatie met de penningmeester beëindigd.
Afgelopen donderdag werd de problematiek besproken op de algemene ledenvergadering. Een opname daarvan is in handen van Mare.
Uit de opname, die bijna anderhalf uur duurt, blijkt dat de kern van de zaak onbesproken is gebleven. Zo is nog steeds niet duidelijk waarom alleen Maya uit de commissie werd geschorst en waarom ze ook werd uitgesloten van andere activiteiten. Daarnaast kwam ook een vergelijkbaar incident in 2024 niet aan bod waarbij, aldus het ombudsrapport, een studente is weggepest nadat haar relatie met dezelfde penningmeester was geëindigd.
tegenstrijdige verklaringen
Ook tegenstrijdige verklaringen van de penningmeester bleven onbenoemd. Zo schreef hij in een statement dat hij al sinds maart 2025 geen relatie meer heeft gehad met iemand binnen de vereniging, terwijl hij tegen de ombudsfunctionaris verklaarde wel degelijk met Maya een relatie te hebben gehad voordat afgelopen november de bom barstte.
Uit de opname wordt pijnlijk duidelijk hoe weinig begrip er is voor de impact op het slachtoffer. Zo gaat het pas na een uur over de vermeende pesterijen en uitsluiting. Tot dat moment praat het bestuur enkel over de berichtgeving in Mare die eenzijdig zou zijn, wordt er geopperd te achterhalen wie het ombudsrapport heeft gelekt zodat daar sancties op kunnen volgen en is er discussie over de vraag welk deel van het rapport Mare nu wel of niet in bezit heeft.
Hoewel Mare grotendeels de bevindingen van de ombudsfunctionaris, interne BASIS-documenten en andere bronnen gebruikte, en het bestuur meermaals om wederhoor heeft gevraagd, doen bestuursleden het artikel af als ‘eenzijdig’ en ‘niet juist’. Een van de bestuursleden: ‘Ik mag de verslaggever niet.’
Zo heeft de geschorste commissie - volgens het bestuur - niet alleen na, maar ook tijdens het evenement alcohol gedronken en bovendien meer dan ‘een paar biertjes’. Het bestuur vreesde financiering kwijt te raken als daarop geen sancties zouden volgen.
Daarop reageert een lid verbolgen. ‘Niemand is geïnteresseerd in dit deel van het verhaal. We moeten het hebben over de sociale veiligheid.’
De opleidingsvoorzitter van International Studies, Joost Augusteijn, neemt op dat moment het woord over van het bestuur en zegt dat het conflict ‘aan beide kanten escaleerde en dat beide partijen onaardige dingen hebben gezegd’. Uitspraken die mogelijk als grap waren bedoeld werden anders opgevat, waardoor het uit de hand kon lopen.
Advies om te zwijgen
Meerdere leden wilden weten waarom het bestuur geen wederhoor aan Mare wilde geven. ‘Als je echt vindt dat je kan bewijzen dat bepaalde dingen niet kloppen, waarom praat je dan niet?’
‘Nadat Mare contact met ons had opgenomen, hebben we geïnformeerd bij de afdeling communicatie en de ombudsfunctionaris wat we moesten doen’, aldus de penningmeester. ‘Zij adviseerden niet te praten, omdat het om een vertrouwelijk rapport gaat en omdat het ons toch niet zou helpen. We besloten ons gedeisd te houden tot het voorbij zou gaan.’
Op de vraag waarom de penningmeester zich niet afzijdig hield van het ontslag van Maya uit de commissie, aangezien ze kort daarvoor een relatie hadden gehad, antwoordt hij: ‘Het leek me niet nodig om me afzijdig te houden. Ik heb een privé-verleden met Maya. Mijn persoonlijke geschiedenis leek me de formele handelingen niet in de weg te hoeven zitten. Maar dat was misschien een fout.’
Ook zijn leden boos dat het bestuur zo weinig van zich liet horen na de berichtgeving. ‘We hebben een bestuur dat niets zegt, behalve lange e-mails met weinig concrete informatie over de kwestie’, klaagt een van hen. ‘Had dat niet anders gekund?’
‘Repercussies’ voor lekken
‘Ik denk dat we tijd nodig hebben om te reflecteren op de hele situatie en wat we beter hadden kunnen doen’, antwoordde de penningmeester. ‘Nogmaals, er was consensus vanuit allerlei hoeken van de universiteit om er niet op te reageren, omdat het niet zou helpen. Ik zou ook niet weten wat ik in een vergelijkbaar geval zou adviseren aan een nieuw bestuur.’
Zowel de penningmeester als het voltallige bestuur schreven in hun statements dat zij het rapport van de ombudsfunctionaris niet hebben gezien, terwijl Mare dat ‘zeer onwaarschijnlijk’ noemde. Een lid wil weten hoe dat zit.
Dat is een kwestie van semantiek, blijkt uit de toelichting van het bestuur. ‘Er is een verschil tussen de bevindingen van de ombudsfunctionaris en het hele rapport inclusief aanbevelingen. Dat laatste hebben wij niet gezien.’
Dat betekent dat het bestuur de bevindingen wel degelijk heeft gelezen, en dat is precies het deel over het zwartmaken, uitsluiten, de valse beschuldigingen en het feit dat dit in 2024 ook al is gebeurd bij een lid dat kort daarvoor een relatie had met de penningmeester.
Een bestuurslid wil ‘repercussies’ voor degene die het rapport heeft gelekt, maar volgens Augusteijn is dat niet zinvol. ‘Het helpt ons niet om dat te weten. We moeten vooruitkijken.’
Noodnummer
Ook de twee leden die vroegtijdig uit het bestuur zijn gestapt, zoals Mare afgelopen donderdag schreef op basis van interne mails, willen weten wie die informatie heeft gelekt.
Pas na een klein uur stelt een lid de eerste vraag over de pesterijen. ‘Ik las dat Maya een noodnummer heeft gekregen en wat het effect van de hele situatie op haar mentale welzijn is. Wisten jullie hiervan? En hebben jullie haar nu wel of niet gepest?’
Degene die daarop als eerst antwoordt, is een relatief nieuw bestuurslid, dat een van de opgestapte bestuurders vervangt. Hij heeft ‘niet de indruk dat er iemand werd gepest’. Andere bestuursleden bevestigen dat. ‘Ik was vriendinnen met haar voordat het escaleerde’, zegt er een. ‘Ik heb nooit gedoe met haar gehad. Ik geloof niet dat iemand van het bestuur moedwillig leden kwaad heeft willen doen.’
‘Handelen wordt afgekeurd’
Ook de penningmeester zegt geen idee te hebben. ‘Ik heb haar al maanden niet meer gesproken. Volgens mij heb ik haar niet gepest.’
Dat is een opmerkelijke verklaring, aangezien Mare vorige week nog citeerde uit interne mails van de ombudsfunctionaris aan Maya, daterend van half april. Daaruit bleek dat het wangedrag van de penningmeester zelfs doorging nadat het rapport was afgerond.
‘Zijn hele handelen wordt vanuit formele en informele macht sterk afgekeurd’, schreef de ombudsfunctionaris aan Maya. Ook schreef zij dat hij en zijn vriendin op gesprek moesten komen bij het faculteitsbestuur en de opleidingscoördinator.
De vereniging gaat met een externe partij een traject in om de cultuur en structuur van de vereniging te verbeteren. Het nieuwe bestuur, dat binnenkort aantreedt, zal hierbij worden betrokken.
‘Ik heb lang getwijfeld of ik met een verklaring naar buiten zou treden, omdat de afgelopen zes maanden pijnlijk, uitputtend en zeer schadelijk voor mij zijn geweest’, schrijft Maya in een statement dat ze afgelopen weekend naar studiegenoten stuurde.
‘Wat begon als een incident rond alcoholgebruik groeide uit tot iets veel groters. De afgelopen maanden ben ik beschuldigd van (identiteits)fraude, bedreiging, dreigementen van brandstichting, mensen onder druk zetten en ander ernstig wangedrag. Er werd een beeld van mij neergezet dat ik niet herkende en niet kon accepteren.
‘Mijn oorspronkelijke klacht was nooit persoonlijk bedoeld. Die ging over wat ik beschouwde als structurele tekortkomingen, onevenredige en willekeurige maatregelen, en het ontbreken van een eerlijke procedure. Het ging mij altijd om rechtvaardigheid, bewijs, een evenredige aanpak, neutraliteit en verantwoording binnen het proces.
‘Ik ga niet in op alle details van de schade die deze situatie mij heeft berokkend, hoewel het mij diep heeft geraakt. In plaats daarvan wil ik het hebben over het grotere geheel: veiligheid, rechtvaardigheid en verantwoording binnen de universiteit en studieverenigingen.
‘Ik vind dat er niet goed naar mij is geluisterd. Ik werd buitengesloten, bewust eruit gepikt en beoordeeld op basis van een versie van de gebeurtenissen waarop ik niet eerlijk kon reageren. Dit zou niemand mogen overkomen.
‘Ik weet ook dat ik niet de enige ben die zich gekwetst, monddood gemaakt of onveilig heeft gevoeld en hetzelfde heeft ervaren. Andere vrouwen hebben vergelijkbare zorgen met mij gedeeld. Daarom weiger ik stil te blijven.
‘Maar tegelijkertijd wil ik duidelijk maken dat verantwoording nooit mag worden gebruikt om te pesten of intimideren. Hoewel bepaalde personen mij aanzienlijke schade hebben toegebracht, keur ik het niet goed dat mensen worden gepest, geïntimideerd of persoonlijk aangevallen. Ik heb altijd gestreefd naar veiligheid voor iedereen, ook voor degenen die mij schade hebben berokkend.
‘Verandering komt niet voort uit stilzwijgen, maar door te luisteren naar degenen die niet gehoord zijn en hun ervaringen serieus te nemen. Aan iedereen die zich ongezien, ongehoord of alleen voelt: Ik zie je. Ik geloof je. Je staat er niet alleen voor. Dit gaat om meer dan alleen mij. Het gaat erom dat studenten, en met name vrouwen, zich veilig, gerespecteerd en gehoord voelen binnen deze universitaire gemeenschap.’