I. Een soort kamp
‘Ze zeiden dat dit een netwerk voor het leven is, en dat SSL’ers iedere baan kunnen krijgen door de dingen die ze hier leren.’
Hugo* voelde zich gecharmeerd door het glanzende imago van Stichting Studiebegeleiding Leiden (SSL), waar hij werkte als assistent-docent. Naast zijn dubbele bachelor werkte hij in de weekenden van acht uur ’s ochtends tot soms tien uur ’s avonds om middelbare scholieren klaar te stomen voor hun eindexamens.
‘Ik hoorde van mensen dat SSL niet alleen goed betaalt maar ook een soort studentenvereniging is’, vertelt Mees, die er dit jaar startte. ‘Dus ik ben erbij gegaan voor een extra zakcentje.’
‘Het had wel iets, samen zo’n weekend doorkomen’, vertelt Hugo. Er lopen honderd jonge, enthousiaste docenten rond. ‘Je eet samen en borrelt samen, het lijkt wel een soort kamp.’
Het is dit imago van de hardwerkende student in een hecht team dat SSL graag cultiveert. ‘Het is een identiteit’, zegt Hugo. ‘Je bent niet zomaar een student, je bent een SSL’er.’
Maar hoewel de stichting veel eist van de bijlesdocenten, krijgen die er niet evenveel voor terug. In ruil voor hun inzet krijgen ze weinig zekerheid, een beklemmende feedbackcultuur en ondoorzichtige vergoedingen. Mare zocht uit wat er speelt binnen de organisatie, sprak zeven docenten en oud-docenten en bekeek interne documenten en mails.
De pakweg vijfhonderd studenten die werkzaam zijn bij de in 2001 opgerichte organisatie staan onder leiding van Hans Huibregtse (49), opgeleid als scheikundige en econoom. Als voorzitter, secretaris én penningmeester ineen is hij het enige bestuurslid van de stichting. Zijn docenten geven tijdens weekenden in Leiden en soms in andere delen van Nederland examentrainingen aan middelbare scholieren, die voor zo’n cursus al snel vijfhonderd euro per persoon betalen.
II. Een hekel aan ‘rompslomp’
Wie deze dure bijlessen wil geven, moet van goeden huize komen. De selectie voor docenten is streng. Een 8,5 op je eindlijst en een relevante universitaire studie zijn vereist. Na een online gesprek worden kandidaten naar een kennismaking gestuurd.
‘Dat is gewoon een hospiteeravond, maar daar kom je pas halverwege achter’, ondervond Mees. Van de ongeveer twintig aanwezigen blijven er maar enkelen over. Hugo: ‘Ik was trots, ik voelde een soort overlevers-blijheid.’
De procedure: terwijl ze in een kring zitten, spelen kandidaten om de beurt met Huibregtse een rollenspel. Hierin doet Huibregtse alsof hij een leerling is die hulp nodig heeft bij een lastige vraag.
‘Het gaat om het onderbuikgevoel van Hans’, zegt Mees over de selectie. Volgens Hugo sprak de gezichtsuitdrukking van de baas daarbij boekdelen. ‘Bij mijn buurman zag ik: die jongen gaat het niet halen.’
Degenen die deze groepssollicitatie doorkomen, krijgen onverwacht te horen dat het niet om een gewoon baantje gaat, maar om een freelanceconstructie. Dat staat verder niet vermeld in de vacature op de website van SSL. Zij krijgen geen contract en geen loonstrook.
In een intern document met veelgestelde vragen zegt de stichting daarover het volgende: ‘Waarom hebben docenten bij SSL geen contract? Allereerst omdat dit alleen maar rompslomp met zich meebrengt. Daarnaast leert de praktijk dat dit voor niemand een voordeel oplevert. We werken dus op basis van vertrouwen.’
Een rode vlag, vinden experts, want zonder vaste aanstelling zijn medewerkers makkelijk uit te buiten (zie kader met reacties). De stichting lijkt in het algemeen een hekel te hebben aan ‘rompslomp’, want niet alleen contracten zijn te veel papierwerk, ook een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) voor docenten is volgens SSL niet nodig.
Dit document, uitgegeven door de overheid, verklaart dat een persoon geen misdrijven heeft begaan die een belemmering vormen voor het uitoefenen van een beroep.
In sectoren waar mensen met kwetsbare groepen werken, zoals in de zorg of het onderwijs, is zo’n VOG verplicht. Ook in het aanvullend onderwijs is het document gebruikelijk. Als die (bij)lessen worden gegeven aansluitend op regulier onderwijs is het zelfs verplicht, laat het ministerie van Onderwijs weten.
De SSL-docenten bevestigen dat studenten ‘s avonds soms een-op-een in een lokaal met scholieren werken. Maar volgens de stichting is zo’n VOG helemaal niet nodig.
‘We moeten nagaan of de kosten en de administratieve rompslomp opwegen tegen de voordelen’, staat in het document met veelgestelde vragen. ‘Het antwoord is “nee”, er heeft zich bij SSL nog nooit één incident voorgedaan dat voorkomen had kunnen worden met een VOG.’
Desgevraagd laat SSL aan Mare weten dat een VOG niet verplicht zou zijn ‘omdat wij niet onder een schoolbestuur vallen’ (zie kader wederhoor).
III. Cultsfeer
Ondanks deze arbeidsomstandigheden zijn de meeste SSL-docenten erg positief over hun werk. Het lesgeven is leuk en geeft voldoening, en de studenten vormen een hechte groep.
De stichting benadrukt ook voortdurend de waarde van haar grote netwerk waarvan de studenten in hun latere carrières blijven profiteren. Zo is een oud-docent die nu bij de vooraanstaande chipmachineproducent ASML werkt aanwezig bij een bedrijfsfeest. ‘Die doorgewinterde SSL’er geldt als legende binnen het bedrijf’, zegt Hugo. ‘Hij draait soms ook nog een weekend mee.’
Een kinderarts vertelt in een video hoe SSL haar vaardigheden voor het leven heeft bijgebracht. Hugo: ‘Meestal zijn SSL’ers heel trouw. Het is een levenservaring waarover ze geen vals woord willen spreken.’
Yara volgde al in haar eerste jaar een intensieve opleiding tot ‘hoofddocent’: een leidinggevende functie waarbij je toezicht houdt op assistent-docenten en de lessen. ‘Het heeft mijn presentatieskills enorm verbeterd. Dat was het meest waardevolle uit die periode.’
Ze ondervond hoe wijd vertakt het netwerk van voormalig docenten is: tijdens een sollicitatiegesprek bij een ander bedrijf bleek ze tegenover een oud-SSL’er te zitten. ‘Dat schept meteen een band omdat je allebei in die cult zat.’
‘Cult’ is een term die vaker valt in de gesprekken met (oud-)docenten. Een veelgemaakt grapje is volgens Hugo: “Haha, je zit in een cult.” Mees kreeg van een mede-SSL’er een appje: ‘Welkom bij de cult!’
Die sfeer kan beklemmend voelen. Yara: ‘Ik had een collega met wie ik in de pauze soms van die blikken uitwisselde, vanwege die geforceerde vrolijkheid vanuit het bestuur.’
IV. Feedback als eenrichtingsverkeer
Juist die jubelstemming kan ervoor zorgen dat kritiek snel wordt gesmoord. De continue feedbackcultuur van het bijlesbedrijf vergroot dat gevoel van beklemming, zeggen de studenten. Docenten moeten elkaar onderling controleren.
Dat kan op zich nuttig zijn, zegt Mees. ‘Ik heb goed geleerd om feedback te geven en krijgen, dat moet ik ze wel geven.’
Alleen kan die cultuur doorslaan, zeker voor nieuwelingen. Stijn kreeg als beginnend docent aan het einde van elk lesblok waarin de dag is opgedeeld telkens weer beoordelingen, tot zijn grote ergernis.
‘Elke ervaren docent wil dan zijn mening over jou delen, dus dan kan het best dat je drie of vier keer per uur feedback krijgt. Dat voelt als iedere fucking seconde. Overal moet een kwaliteitsslabel op. Je bent daardoor vooral met jezelf bezig, niet met de leerlingen.’ Ook Yara vond de feedbackcultuur lastig, zij voelde zich hierdoor ‘gemonitord’. Daarnaast valt Huibregtse zelf vaak binnen in lessen.
Alle feedback wordt aan het eind van iedere werkdag aan hem doorgespeeld. Leidinggevende hoofddocenten zitten te wachten in de ‘Hans-rij’ voor het kantoor van de manager, waar ze de docenten bespreken die ze onder hun hoede hebben. ‘Ik nam het dan wel op voor mijn docenten’, zegt Yara.
De feedback lijkt vooral eenrichtingsverkeer te zijn. Kritiek naar boven is ongewenst, zo ervaarden twee oud-docenten. Hugo kon zich bijvoorbeeld niet vinden in de stappenplannen bij het doceren, en vond de wekelijkse voorbereidingen soms overdreven. Toen hij dit uitte naar een hoofddocent, speelde die dit door naar Huibregtse. ‘Sindsdien lag ik onder een vergrootglas.’
Dat verergerde tijdens een nascholing met Huibregtse. ‘Hij vroeg: “Hebben jullie nog feedback voor mij?” Niemand durfde iets te zeggen. Ik zei toen dat ik zijn vertelstijl onprettig vond.’ Dit nam de baas hem niet in dank af.
Toen een hoofddocent later opnieuw negatieve feedback doorspeelde naar de baas, was het klaar. ‘Ik kreeg een telefoontje van Hans, die zei dat ik niet terug hoefde te komen. Ik voelde me te kakken gezet, mijn hele vriendengroep werkte daar. Als je er werkt, krijg je urenlang feedback, maar toen ik weg moest, kreeg ik geen uitleg, niks.’
Ook bij ex-collega’s kon hij op weinig begrip rekenen. Hij kreeg te horen dat hij zich maar beter had moeten voorbereiden. ‘Het is een familie, maar ze kunnen je ook zo weer uitspugen.’
Ook andere docenten merkten dat ze na didactische onenigheid of een periode van ziekte niet meer werden ingedeeld. Stijn kreeg het verwijt dat hij niet ontvankelijk was voor feedback. Na een gesprek had hij goede hoop dat hij kon blijven, maar tevergeefs. Hij werd gebeld met de mededeling: ‘Na overleg met Hans is besloten dat je niet terug hoeft te komen.’ Zonder contract had hij weinig manieren om dit ontslag aan te vechten. SSL ontkent tegen Mare docenten te ontslaan vanwege meningsverschillen of ziekte.
V. Gratis inwerken of bijspijkeren
Die onzekere arbeidspositie pakt vaker nadelig uit. Als het coronavirus in 2020 het land platlegt en de scholen sluiten, hopen de docenten aanspraak te kunnen maken op de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA). Dat fonds is in het leven geroepen voor oproepkrachten die vanwege de pandemie hun inkomsten zien verdampen.
Eerst voorspelt SSL nog dat docenten aanspraak kunnen maken op de regeling, zo staat in een mailwisseling die in handen is van Mare.
Maar uit een mail van een maand later blijkt dat toch niet mogelijk omdat SSL geen werkgeverspremies afdraagt. Doordat de docenten niet in dienst zijn, hoeft het bedrijf dus geen premies af te dragen, het geld waaruit sociale voorzieningen zoals de TOFA juist worden betaald.
‘Inmiddels is gebleken dat het UWV strikt vasthoudt aan de definitie van het sociale verzekeringsloon’, schrijft SSL in de zomer van 2020. ‘De lesvergoeding die jullie ontvangen valt daar niet onder. De regeling geldt echt alleen voor werknemers die een dienstbetrekking hebben. Zoals al eerder vermeld zijn jullie niet in dienst bij SSL. Een groot voordeel daarvan is dat wij docenten een flink hogere lesvergoeding kunnen geven.’
Dat laatste is een terugkerend thema in de bedrijfscommunicatie: omdat er geen contract is, kan SSL de docenten zogenaamd meer betalen. In de praktijk blijkt het echter niet zó veel meer te zijn en bovendien gebeurt het niet transparant.
Bovendien is het geld dat docenten gestort krijgen een brutobedrag. Omdat SSL zich niet beschouwt als werkgever houdt de stichting geen loonbelasting in, zoals reguliere werkgevers. Docenten moeten dat geld dus zelf apart houden en jaarlijks afrekenen bij de Belastingdienst, iets waarmee veel studenten geen rekening houden.
En zó vorstelijk is het loon ook weer niet. Een docent krijgt voor een werkdag van twaalf tot veertien uur een vaste vergoeding van 185 euro. Afhankelijk van de leeftijd kan dat net onder minimumloon uitkomen, zeker als je meerekent dat docenten geen vakantiegeld krijgen, geen vakantiedagen of pensioen opbouwen en niet worden doorbetaald bij ziekte.
Bovendien moeten de studenten voor hun eerste loon één weekend onbetaald meelopen om zich in te werken. En bij wijze van training zijn ze verplicht een reeks oude examens te maken, wat volgens bronnen minstens twaalf uur duurt. Daarnaast worden pauzes tussen de lessen door vaak gebruikt als feedbackmoment, waardoor de werkdagen langer kunnen zijn dan de arbeidstijdenwet toestaat. SSL ontkent dat dit laatste het geval is.
Wie meer wil verdienen en daarvoor wordt geselecteerd, kan - zoals Yara - doorstromen naar de beter betaalde functie van hoofddocent. Maar daarvoor moet je wel eerst maar liefst 100 tot 130 uur onbetaalde training volgen. De eenmalige bonus die je na die enorme tijdsinvestering kunt verdienen bij het succesvol afronden van de training bedraagt welgeteld 350 euro.
Waarom willen studenten dan toch zo graag bij SSL blijven werken?
‘Je krijgt het gevoel dat je voordeel haalt uit een netwerk van een speciaal slag enthousiaste mensen’, zegt Hugo. ‘Je werkt samen weekenden lang door. Je hebt een strenge selectie en ontgroening doorstaan. Je krijgt het gevoel dat je erbij hoort.’
Vaste aanstellingen en VOG’s zijn alleen maar rompslomp, zegt de Stichting Studiebegeleiding Leiden (SSL). Wat vinden de experts?
‘Als je dit leest gaan alle alarmbellen af’, zegt Stefan Sagel, advocaat en hoogleraar arbeidsrecht. ‘Een werkverschaffer die zegt dat je geen contract krijgt omdat dat voor niemand een voordeel oplevert, is op zichzelf al reden om op te letten. Als je zegt dat je geen contract aangaat omdat het rompslomp is, tja. Het is misschien rompslomp voor de werkgever, maar het biedt bescherming voor de werknemer.’
Dat er veel misgaat bij SSL ziet ook Neele Boelens, voorzitter van vakbond FNV Young & United: ‘Er wordt hier misbruik gemaakt van het feit dat deze jongeren geen idee hebben wat wel en niet mag. Daardoor worden ze hier keihard uitgebuit. Deze medewerkers zijn niet eens freelancers, want dan sta je ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en heb je een overeenkomst met de opdrachtgever. Dat is hier niet zo.
‘Gelukkig hebben we de wet, en die zegt dat je in loondienst bent als je arbeid uitvoert, daarvoor wordt betaald en moet doen wat iemand anders zegt. Als de docenten echt zelfstandigen waren, zouden ze veel vrijheid hebben. Maar bij SSL horen ze waar en wanneer ze moeten komen opdagen en krijgen ze gedetailleerde instructies over de les die ze moeten geven. Dat is een normale arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer.’
Ook volgens hoogleraar Sagel lijkt er sprake te zijn van schijnzelfstandigheid. ‘Dat docenten zelf kunnen bepalen wanneer ze werken is een argument dat vaak wordt gebruikt door werkverschaffers om te claimen dat er geen arbeidsovereenkomst is. Maar in een recente zaak konden Deliveroo-bezorgers ook zelf kiezen op welke tijden ze wilden werken. Daarover zei de Hoge Raad dat je altijd naar het geheel van omstandigheden moet kijken. Zelfs als zo’n verplichting om te werken ontbreekt, betekent dat niet dat er geen arbeidsovereenkomst is. Je moet kijken naar wat er geldt op het moment dat je wél komt werken. En als je dan gehouden bent aan de instructies van de werkverschaffer kan er wel degelijk een arbeidsovereenkomst zijn.’
Over de 100 tot 130 uur onbetaalde training voor hoofddocenten kan Sagel alleen schaterlachen van ongeloof.
Boelens benadrukt dat inwerkdagen en trainingen waar je verplicht aanwezig moet zijn altijd betaald dienen te zijn.
Ze vindt het ook ‘problematisch en extreem ondoorzichtig’ dat SSL geen werkgeverspremies afdraagt en studenten bruto uitbetaalt. ‘Het is bizar dat deze werkgever zich daaraan onttrekt. Het is nalatig werkgeverschap. Ze zijn vooral bezig met ervoor zorgen dat ze minder hoeven te betalen. Als je 18 bent kun je niet voorspellen hoeveel je netto overhoudt. Stel, je werkt in de aanloop naar de eindexamens, van januari tot en met mei, dan moet je pas in juni van het volgende jaar daarover belasting betalen. Dat bedrag moet je dan nog maar op je rekening hebben staan. Ik denk dat weinig jongeren daarmee rekening houden.’
Het ministerie van Onderwijs laat over de VOG weten dat ‘in het algemeen werken met kinderen en tieners om extra aandacht voor veiligheid vraagt. Daarom is het altijd verstandig om die medewerkers een VOG te laten aanvragen’. Uit een rondgang van Mare blijkt dat andere examentrainers wél om een VOG vragen.
SSL is niet de eerste examentrainer die gebruikmaakt van schijnzelfstandigheid, zegt Boelens. ‘Bij bijlesbedrijf Lyceo was een vergelijkbare zaak met docenten die als schijnzelfstandigen aan de slag moesten, al hadden zij wél contracten. We hebben toen collectief onderhandeld en gelijk gekregen dat het gewoon werknemers waren. Inmiddels heeft Lyceo hun docenten in loondienst, zoals het hoort. Als de docenten van SSL dat ook willen, moeten we met elkaar in actie komen.
‘Vaste contracten en zekerheid, normale arbeidstijden, een fatsoenlijke beloning en geen onbetaalde opleiding meer - dat kunnen we regelen. Uiteindelijk kun je alleen samen zo’n verandering afdwingen.’
Voorzitter Hans Huibregtse ontkent dat er bij de Stichting Studiebegeleiding Leiden (SSL) sprake is van schijnzelfstandigheid.
‘Onze docenten zijn niet bij ons in dienst. Dat is in ons hele bestaan ook nimmer het geval geweest.’ Volgens hem heeft de Belastingdienst dat geconcludeerd in ‘een regulier (tweedaags) (boeken)onderzoek’ en ‘door meerdere locatiebezoeken af te leggen en gesprekken met diverse docenten te voeren’. Dat onderzoek wil hij echter niet delen. Hij stuurt slechts twee minieme screenshots van tekstfragmenten.
‘Het wel of niet in dienst zijn is een complexe zaak’, aldus Huibregtse. ‘Wij zijn niet op de hoogte van de precieze werkwijze van andere instituten. Een bedrijf als Lyceo heeft een geheel andere opzet. De Belastingdienst heeft bij ons aangegeven dat zij elke organisatie apart beoordelen en dat subtiele verschillen kunnen uitmonden in andere uitkomsten.’
Stefan Sagel, advocaat en hoogleraar arbeidsrecht reageert desgevraagd dat de Belastingdienst weliswaar kan oordelen over de fiscale kant van een dienstbetrekking, maar dat de civiele rechter de finale autoriteit is die gaat over de arbeidsrechtelijke aspecten.
Op de vraag waarom SSL niet met contracten werkt, wat bij freelanceconstructies gebruikelijk is, gaf Huibregtse geen antwoord.
Hij spreekt wel de klachten tegen van docenten die lange dagen moesten maken. ‘Het maximaal aantal uur per dag dat een docent bij ons kan lesgeven is ca. 10 uur. Niet alle docenten zijn in het avondprogramma aanwezig. Gemiddeld geeft een docent ca. 1 uur per dag les in het avondprogramma. Dat komt neer op een totaal van gemiddeld ca. 9 lesuren per dag. Overigens kunnen onze docenten zelf aangeven of zij bij het avondprogramma aanwezig zijn of niet. Zij zijn daar op geen enkele manier toe verplicht.’
Over de talrijke evaluaties zegt hij: ‘Wij wijzen docenten erop dat de pauzes belangrijk zijn om te ontspannen. Alleen de allereerste pauze wordt gedeeltelijk gebruikt om met elkaar kennis te maken. Een deel van de laatste pauze wordt regelmatig gebruikt om met elkaar te evalueren maar ook dit is absoluut niet verplicht.
‘Hoewel onze docenten geen 12 uur op een dag lesgeven, kunnen de dagen zeker intensief zijn. Dat is precies de reden waarom docenten zelf aangeven wanneer zij beschikbaar zijn, zodat zij dit goed kunnen combineren met hun studie. Dat dit over het algemeen vrij goed lukt, blijkt uit het feit dat veel van onze docenten cum laude afstuderen, regelmatig twee studies doen of honours trajecten volgen.’
SSL overweegt wel om het komende schooljaar alle docenten een VOG aan te laten vragen, aldus de voorzitter. Maar hij blijft erbij dat het eigenlijk onnodig is omdat docenten ‘niet onder een schoolbestuur vallen en leerlingen zonder formele tussenkomst van school bij ons lessen volgen. Enkele middelbare scholen verhuren hun locatie aan ons maar wij zijn verantwoordelijk, niet de school.’
Hij ontkent dat docenten soms een-op-een met scholieren werken. ‘Wij wijzen erop dat een groot deel van onze leerlingen al meerderjarig is en onze docenten altijd in teams werken.’
Da Vinci College Kagerstraat, dat regelmatig ruimtes verhuurt aan SSL, laat in een reactie weten de samenwerking te gaan heroverwegen in afwachting van eigen onderzoek naar de aanwezigheid van een VOG voor bijlesdocenten.
Over de onbetaalde trainingen laat Huibregtse weten: ‘Wij investeren actief in de kwaliteit van ons docentennetwerk. Daarom stellen wij kosteloos trainingen beschikbaar waarin docenten kennismaken met onze werkwijze, kwaliteitsstandaarden en didactische methodieken. Van docenten die via onze organisatie opdrachten uitvoeren, verwachten wij dat zij beschikken over deze specifieke kennis. Het volgen van de betreffende trainingen is daarom onderdeel van onze kwaliteitsborging.’
Hij ontkent docenten te ontslaan vanwege kritiek of ziekte. ‘Wij werken met zelfstandige docenten op freelancebasis. Zoals bij iedere zakelijke samenwerking kan het voorkomen dat een samenwerking niet wordt voortgezet. Het is absoluut niet ons beleid om samenwerkingen te beëindigen vanwege ziekte of omdat iemand een inhoudelijk gesprek voert over didactiek.’
Dat er intern over een cultsfeer wordt gesproken, komt hem niet bekend voor. ‘Er is een sterke focus op het leveren van kwaliteit en het beste bij elkaar naar boven halen. Onze docenten staan midden in de maatschappij, opereren volledig zelfstandig zonder druk van wie dan ook.’
Als laatste wil hij nog opmerken dat veel docenten met plezier bij SSL werken. Docenten werken vaak meerdere jaren bij SSL, worden vaak geworven door andere SSL’ers, en in een interne enquête beoordelen de docenten SSL met een 8,5.