Achtergrond
Uit de gevangenis, de echte wereld in — Oud-conservator en ‘stamgast op Schiphol’ Jan Just Witkam verlaat universiteit
Hij is misschien de meest geleerde arabist die u nooit op televisie zag. Morgen geeft Jan Just Witkam zijn afscheidscollege. ‘De continuïteit van de klassieke collecties is grote schade toegebracht.’
donderdag 9 december 2010
Jan Just Witkam: ‘Ik had weinig zin de laatste jaren van mijn dienstverband vechtend door te brengen.’ © Taco van der Eb
Een jaar of tien geleden belandde Jan Just Witkam in een Oezbeekse cel. De conservator Oosterse handschriften en expert in de Arabische boekcultuur was in dat land op zoek naar bijzondere manuscripten. Hij had geld gewisseld op de zwarte markt en was betrapt. Het incident liep met een sisser af.
De kortstondige gevangenschap tekent de gedrevenheid van Witkam (65), studeerkamergeleerde en kosmopoliet tegelijk. De hoogleraar bewoont een monumentaal pand aan de Donkersteeg. Zijn huiskamer is een sfeervolle wirwar van hardhouten meubilair, tropische kamerplanten, foto’s, boeken en een opvallende collectie Balinese toneelmaskers die hem ‘verwijtend’ aankijken. Witkam: ‘Ze vertellen me dat ik eigenlijk nieuwe zou moeten halen.’ De afgelopen twee jaar verbleef hij de helft van de tijd in het buitenland. Onlangs nog vloog hij naar Pisa, Milaan en Tasjkent (Oezbekistan). ‘Stamgast van Schiphol’, noemt hij zichzelf. Als student Arabisch en Perzisch reisde hij al veel: hij kampeerde in de Sahara, nam de bus vanuit Teheran naar Bagdad, bezocht Afghanistan. Later bleef hij reizen. Als conservator jaagde hij op koopjes in Indonesië, Australië, het Midden Oosten, Noord-Afrika, India, Maleisië, Canada, de Verenigde Staten. Regelmatig keerde hij terug met kostbare spullen, die hij uit veiligheidsoverwegingen vaak transporteerde in ‘sjofele, rafelige tasjes.’
Eenendertig jaar was hij conservator Oosterse collecties van de universiteitsbibliotheek, totdat hij in 2005 in botsing kwam met de directie van de bibliotheek. Hij gaf zijn conservatorschap op, en bleef hoogleraar. ‘Het einde van het islamitische handschrift’ heet zijn afscheidscollege. ‘Een wat enigmatische titel’, zegt Witkam lachend. ‘Misschien denkt iedereen dat ik eens een boekje ga open doen.’
Onder Witkams conservatorschap groeide de Leidse manuscriptencollectie flink: van ongeveer 14300 manuscripten bij zijn aantreden naar ongeveer 26400 bij zijn vertrek. Witkam wist veel fondsen te regelen en gebruikte zijn netwerk om manuscripten binnen te halen. Trots is hij bijvoorbeeld op een handschrift van Al Maqrizi, dat hij kocht op een veiling in Londen voor 10.000 pond. ‘Een fantastische aankoop.’
Een verschil in visie met de universiteitsdirectie zorgde voor zijn vertrek in 2005. De directie wilde een meer digitale koers varen. Volgens Witkam waren veel cruciale bronnen - boeken die verschijnen in bijvoorbeeld het Midden-Oosten of Indonesië - helemaal niet elektronisch beschikbaar. ‘Zonder ook maar enigszins het belang van elektronica te willen bagatelliseren, maar die boeken moet je uit de regio halen en op papier aanschaffen, of je dat nu leuk vindt of niet.’
Met pijn in zijn hart stapte hij op. ‘Het is je kindje. Maar ik had weinig zin om die laatste vijf jaar van mijn dienstverband ruziënd en vechtend door te brengen.’ Er zijn gaten gevallen in de collectie, zegt Witkam. ‘De continuïteit van de klassieke collecties is grote schade toegebracht – en dat zeg ik niet uit gekrenkte ijdelheid.’
Zijn vertrek als conservator ziet hij achteraf als een blessing in disguise. ‘Alsof je jaren in een gevangenis hebt gewoond, en daar zo gehecht aan bent geraakt, dat je niet meer ziet dat de deur niet op slot zit. Het was een opluchting om de échte wereld in te stappen, weg van dat spinnenweb van ambtelijke protocollen en verstikkende rituele omwegen.’ Zijn website www.islamicmanuscripts.info, een inventarisatie van Arabische manuscripten, wordt ook in de leeszalen van de UB veel geraadpleegd, stelt hij vast. ‘Het geeft een grote voldoening dat ik het met mijn volstrekt gebrekkige IT-kennis kennelijk beter doe dan sommige mensen die er voor hebben doorgeleerd.’
Misschien is Witkam de meest geleerde arabist die u nooit op televisie zag. Voor die rol van tv-islamoloog voelt hij niet. Wel keek hij met zijn studenten naar de Ayaan Hirsi Ali’s film Submission en bestudeerde de brief die Mohammed B. op het lijf van Theo van Gogh prikte. College geven zal hij missen. Hij gaat een boek schrijven over de Leidse islamgeleerde Snoeck Hurgronje en een vertaling maken uit het Latijn van een bestseller over de islam uit 1705 van Adriaan Reland (‘verbluffend’ actueel). Ook is hij sinds kort hoofdredacteur geworden van het Journal of Islamic Manuscripts. Nog steeds importeert Witkam boeken uit de Arabische wereld. Nu voor zijn eigen collectie.
Hij toont zijn studeervertrekken: een Manhattan van boekentorens, met sommige stapels nog verpakt in bubbeltjesplastic, vers verstuurd uit Caïro. ‘Werk in uitvoering. Daar hebben we het nog niet eens over gehad.’