‘I am a genocide scholar, I know it when I see it.’
Die uitspraak van de Israëlisch-Amerikaanse genocide-expert Omer Bartov (72) sloeg twee jaar geleden in als een bom. Bartov is hoogleraar Holocaust- en genocidestudies aan Brown University en maakte naam met zijn onderzoek naar onder andere nazi-Duitsland en mythevorming rond de Wehrmacht.
Bartov maakte van dichtbij mee hoe de jonge staat Israël zich ontwikkelde. Hij is geboren en getogen in een kibboets en vocht als groepscommandant in het Israëlische leger (IDF) tijdens de Jom Kipoer-oorlog (1973).
Vanuit zijn kantoor in Boston blikt de professor terug op de geschiedenis van het land, en vraagt hij zich af waar het is misgegaan. In zijn in april gepubliceerde boek Israel, What Went Wrong – waarover hij op 28 mei aan de Leidse universiteit een lezing houdt – vraagt hij zich af hoe Israël is afgegleden van een land dat bij de oprichting in 1948 brede steun kreeg van de Verenigde Naties tot een verguisde staat die zich schuldig maakt aan genocide?
Bartov beschrijft hoe het zionisme veranderde van emancipatiebeweging die bescherming zocht tegen Europees antisemitisme naar een etnisch nationalistische staatsideologie.
Wanneer is het fout gegaan in Israël en waarom?
‘Grotendeels vanwege de missende grondwet. In 1948 wilde de ultraorthodoxe Joden geen constitutie omdat de Torah voldoende zou zijn. Maar eigenlijk kozen de Israëliërs uiteindelijk voor een staat zonder grondwet zodat ze dan de grenzen van de natie niet hoeven vast te leggen en hun relatie met de Palestijnen niet hoeven te definiëren.
‘Zoals Ben-Gurion, de eerste premier van Israël destijds zei. “Waarom zouden we nu vastleggen wat de grenzen zijn? Misschien komt er een oorlog en wordt ons grondgebied groter.” Kijk naar hoe Israël nu strijdt in Zuid-Libanon. Veel stemmen in Israël zeggen: misschien moeten we het bezetten, of meer grondgebied van Syrië overnemen.
‘Daarbovenop komt uiteraard de poging tot etnische zuivering en genocide van de Palestijnen in Gaza, en de sluipende etnische zuivering op de Westelijke Jordaanoever. Het draait allemaal om die kern: de keuze om geen keuze te maken. Een grondwet zou het uitstellen van die beslissing veel moeilijker hebben gemaakt omdat het juridische kernkwesties had vastgelegd in het Israëlische rechtsstelsel.
‘De laatste oorlog die Israël heeft gevoerd was de Jom Kipoer-oorlog waarin ik zelf heb gevochten. Toen vocht Israël tegen de legers van Egypte en Syrië die in het bezit waren van tanks, vliegtuigen en artillerie. Sindsdien is Israël nooit meer existentieel bedreigd, en heeft het geen échte oorlog gevoerd tegen een gelijkwaardige vijand.
‘De Palestijnse kwestie is nu bepalend. Al het geweld dat er sindsdien is geweest, heeft te maken met de weigering om die kernkwestie van Israëls bestaan op te lossen: de relatie tussen twee groepen van ongeveer gelijke omvang onder Israëlisch gezag.’
Is er een groot verschil tussen nu dienstplichtig zijn of in 1973?
‘Absoluut. Ik vind niet dat de oorlog van ’73 had moeten uitbreken. Israël had een vredesverdrag van Egypte kunnen accepteren. Maar dat gebeurde niet, en er volgde een oorlog die we ervoeren als een existentiële dreiging om ons voortbestaan.
‘Het leger van nu is compleet veranderd. Veel militairen zijn heel anders opgeleid dan wij destijds. Het leger vindt dat ze heilige oorlog voeren tegen de vijand en geeft niet om mensenrechten of democratie. In feite doen ze aan opstandbestrijding.
‘Daarnaast is de bezetting van de Palestijnse gebieden van een totaal ander niveau dan in mijn tijd. Toen ik zeventien was protesteerden we daar al tegen.’
‘Ik denk dat de ontwikkeling van de bezetting sinds 1967 een enorme impact heeft gehad op generaties Israëlische mannen en vrouwen. Zij waren en zijn verantwoordelijk voor de ontmenselijking van Palestijnen. En dat kwam vooral tot uiting in Gaza, na de Hamas-aanval, waarbij honderden Israëlische burgers werden vermoord. En dat gaf de ruimte om iets op een ongekende schaal uit te voeren. Het leger waarin ik diende zou daartoe nooit in staat zijn geweest.’
U heeft het boek opgedragen aan uw vader. Waarom noemt u hem ‘de laatste zionist’?
‘Hij zag hoe een eerdere versie van zionisme werd vervangen door een ander idee. Deze variant van zionisme is heel anders dan die van mijn vaders, maar ook mijn generatie. Toen bestond het ideaal nog dat het zionisme intrinsiek kon worden verbeterd.
‘Het huidige zionisme heeft niks humanistisch in zich en heeft voor niemand respect. Om het botweg te zeggen: het is Joods suprematisme, racistisch, gewelddadig en genocidaal. Het moet op de vuilnisbelt van de geschiedenis belanden. Zolang Israël door die ideologie wordt geregeerd zal het blijven wat het nu is en verdient het om een paria-staat te zijn waarop internationale druk wordt uitgeoefend.’
Het boek wordt in acht talen gepubliceerd, maar niet in het Hebreeuws. Het wordt ook niet in Israël uitgebracht, hoezo niet?
‘Nóg niet. Ik heb er veel moeite voor gedaan om het gepubliceerd te krijgen in Israël en ik ben nog in contact met twee uitgevers. Er is een heel kleine kans dat het gaat gebeuren. Ik denk dat de uitgevers onder grote druk staan en het commerciële risico niet durven te nemen. Er is in Israël simpelweg niet genoeg lezerspubliek, al helemaal niet voor serieuze onderwerpen.
‘Daarnaast zouden er lezers kunnen zijn die uit protest niet langer boeken bij die uitgeverij willen kopen. Er zijn ook veel uitgeverijen die het oneens zijn met mijn argumenten en de kritiek op de linkse beweging in Israël. Wat nogal een vreemde beslissing is vanuit uitgeversoogpunt. Je hoeft het niet eens te zijn met de inhoud, je moet alleen vinden dat het de moeite waard is om te lezen.’
Zowel uw genocide-uitspraak als het boek roepen veel negatieve reacties op. Hoe gaat u daarmee om?
‘Ik ben geen snowflake. Maar als iemand een e-mail aan mij begint met dat ik een klootzak ben, hoef ik niet meer verder te lezen. Loze aantijgingen zoals dat ik het Joodse volk kwets of een voorstander van Hamas ben, zijn het resultaat van blootstelling aan propaganda. Die mensen schrijven mij niet om in discussie te gaan. Ik blokkeer ze, vaak al nadat ik de eerste regel lees.’
‘Er zijn ook mensen die vinden dat Israël geen genocide pleegt, of vinden dat de terminologie niet klopt. Dat is een redelijk argument om te hebben. Maar wat belangrijk voor mij is: ik heb gevoel dat het boek een groep mensen helpt om duidelijker naar de situatie te kijken en zichzelf te distantiëren van de constante propaganda op sociale media en traditionele nieuwsmedia.’
In juni 2024 was u van plan een lezing te geven op de Israëlische Ben Gurion-universiteit. Veel IDF-reservisten die net in Gaza hadden gediend en (extreem)rechtse studenten protesteerden hiertegen. Na veel oponthoud ging u in gesprek met ze, hoe verliep dat?
‘Bij aanvang schreeuwden ze naar me dat ze geen moordenaars waren. Sommige groepjes waren zo verstorend dat ik ze na een uur uitnodigde om in gesprek te gaan met ze. Uiteindelijk heb ik de lezing nooit gegeven.
‘Ze wilden laten zien dat ze humaan waren en toonden foto’s waarop ze hun eigen rantsoen aan Syrische en Palestijnse kinderen gaven. “Kijk”, zeiden ze, “er is geen honger in Gaza!” Niet begrijpende dat dat compleet irrationeel was. De kinderen namen die rantsoenen aan juist omdat er hongersnood is.
‘Er was volgens hen geen andere keuze dan het hele gebied te vernietigen. Ze zagen zichzelf als slachtoffers van de Hamas-aanvallen waartegen ze zich verdedigden. Wat ik zag, is dat ze overduidelijk posttraumatische stressstoornis hadden, iets wat door de Israëlische overheid onder het tapijt wordt geschoven. Ik zag heel veel onverwerkt trauma, die jongeren hadden door straten gelopen gevuld met door honden aangevreten lijken. Vanuit dat perspectief kon ik met ze meeleven.’
Aan Nederlands universiteiten, ook in Leiden, woedt een fel debat over de academische banden met instellingen in Israël. Moeten universiteitwn die verbreken?
‘Ja. Israëlische universiteiten hebben hun eigen Palestijnse studenten en stafleden onderdrukt. Ik geloofde tot oktober 2023 dat de Israëlische universiteiten progressiever werden, maar een meerderheid bleef toentertijd ofwel stil of sprak hun steun uit voor wat de Israëlische overheid deed.
‘Persoonlijk wil ik helemaal geen enkele band meer hebben met welke Israëlische universiteit dan ook als instituut. Ik nodig wel Israëlische wetenschappers uit voor bijeenkomsten, maar ik wil niet geassocieerd worden met Israëlische academische instellingen, totdat ze daadwerkelijk veranderen. En ze hebben voortdurend geklaagd over het feit dat ze geboycot worden, zonder ooit te proberen te begrijpen waarom.’
Omer Bartov, Israel, What Went Wrong. Fern Press/Penguin Random House UK, 256 pgs, € 23
Holocaust and Genocide Studies in Polarized Times: A Conversation with Omer Bartov, donderdag 28 mei van 15:15-17:00 uur in het Lipsius, ruimte 0.03