English
Zoeken
Digitale krant
App
Menu
Voorpagina Achtergrond Wetenschap Studentenleven Nieuws Cultuur Columns & opinie Podcast  

Menu

Categorieën

  • Voorpagina
  • Achtergrond
  • Wetenschap
  • Studentenleven
  • Nieuws
  • Cultuur
  • Columns & opinie
  • Podcast

Algemeen

  • Archief
  • Contact
  • Colofon
  • App
  • Digitale krant
  • English
Achtergrond
Deze bomvolle kamers van wetenschappers komen nooit meer terug
Hoogleraar Remco Breuker op zijn oude kamer. Foto Kuno Jansen
Marciëlle van der Kraan
donderdag 3 september 2026
Twee jaar jaar geleden ging het Matthias de Vrieshof-gebouw dicht voor renovatie. Dat betekende het einde van kamers van onderzoekers die propvol met boeken en curiosa stonden. Voordat ze sneuvelden zijn kantoren gefotografeerd en nu zijn ze te zien in een expositie. ‘Dit voelt als het einde van een tijdperk.’

Van buiten leek de Matthias de Vrieshof aan de Witte Singel weinig meer dan een anoniem kantoorgebouw uit de jaren tachtig. Maar achter bijna alle deuren in het pand ging een kleurrijke wereld van talen, boeken, onderzoeksobjecten en verzamelingen schuil.

Toen de strenge regels bekend werden over wat er wel en niet mee mocht naar de nieuwe, gedeelde werkplekken in het Herta Mohr-gebouw, moesten wetenschappers van de afdeling niet-westerse talen en culturen afscheid nemen van een deel van de eigen collecties.

Vlak voor de verhuizing in 2024 vereeuwigde de Leidse Amateur Fotografen Vereniging de kantoren, waar sommige wetenschappers in soms meer dan twintig jaar hun collectie opbouwden, op de gevoelige plaat. De foto’s zijn nu te zien in de tentoonstelling ‘Waar wetenschap woont’ in de foyer van het stadhuis.

Gabrielle van den Berg heeft ruim twintig jaar in haar oude kamer gezeten. Foto Kuno Jansen

‘Elke kamer was een kleine wereld’

Het kantoor van Gabrielle van den Berg, hoogleraar cultuurgeschiedenis van Iran en Centraal-Azië, staat nog steeds vol met persoonlijke souvenirs. ‘Ze vertegenwoordigen voor mij hoe ongelooflijk gastvrij mensen mij altijd tegemoet zijn getreden.’

‘Ik heb meer dan twintig jaar in de Matthias de Vrieshof gezeten. Wat ik zo mooi vond aan die oude kamers, was dat ze allemaal een eigen karakter hadden. Je zag meteen wie er werkte en wat iemand onderzocht. Het waren kleine werelden op zichzelf.

‘Mijn eigen kamer stond ook vol met spullen die iets vertelden over mijn onderzoek. Zoals de de hoedjes die ik heb verzameld van een religieuze minderheid in het Pamir-gebergte van Tadzjikistan. Het zijn voor een groot deel cadeaus van mensen bij wie ik heb gelogeerd of die ik tijdens mijn veldwerk heb ontmoet. Ze vertegenwoordigen voor mij hoe ik daar heb kunnen werken en hoe ongelooflijk gastvrij mensen mij altijd tegemoet zijn getreden.

‘Naarmate ik ouder word, worden die spullen steeds bijzonderder. Sommige van die mensen zijn inmiddels overleden, anderen spreek ik nog wel eens en weer anderen helemaal niet meer.

‘Ik heb mijn nieuwe kamer natuurlijk ook weer persoonlijk gemaakt, met posters en boeken, maar in de Matthias de Vrieshof zat veel geschiedenis. Een poster uit Samarqand is mij bijvoorbeeld heel dierbaar. Die komt uit de tijd dat ik in Centraal-Azië studeerde. Als ik daarnaar kijk, denk ik terug aan een periode waarin alles nog voor mij als student open lag en ik ontzettend veel vrijheid voelde.

‘Dat is ook waarom ik zo blij ben met deze tentoonstelling. Een werkkamer aan de universiteit is eigenlijk een soort curiosakabinet. Bij Petra (zie portret 2) zie je filmposters, bij Remco (zie portret 3) alles uit Korea en bij Peter Webb een muur vol Arabische boeken. Zo’n kamer laat niet alleen iets zien van een persoon, maar ook van een vakgebied.

‘Ik vind het jammer dat er in de nieuwe gedeelde kantoren minder ruimte is voor zulke persoonlijke omgevingen. Natuurlijk is het ook goed om af en toe keuzes te maken; ik hecht veel waarde aan spullen en doe niet snel iets weg. Maar juist die voorwerpen maken onderzoek tastbaar. Ze vormen vaak het begin van een gesprek.

‘Ik vind het daarom ontzettend leuk dat deze foto’s er zijn. Ze laten een manier van werken zien die misschien aan het verdwijnen is: de wetenschapper met een eigen kamer, vol boeken, herinneringen en verhalen.’

De overvolle boekenkast van Petra Sijpesteijn. Foto Kuno Jansen

‘Een eigen plek is belangrijk’

Petra Sijpesteijn, hoogleraar Arabisch, was in eerste instantie bang dat het Herta Mohr-gebouw een kille omgeving zou zijn. ‘Je ziet elkaar daar vaker. Ik vind het een geweldige ruimte.’

‘Ik vond het in eerste instantie niet zo leuk om hoogleraar te zijn, omdat je allemaal managementdingen moet doen. Toen kreeg ik een coach die zei: “Je moet symbolen om je heen hebben waarom je dit doet, wat je stimuleert en wat je blij maakt in je vakgebied.” Zoals je ziet, ben ik dat gaan doen.

‘Ik doe sociale geschiedenis, het dagelijks leven van mensen die in het islamitische rijk leefden. Als ik naar het Midden-Oosten reis, kom ik altijd met dingen terug. Ik heb bijvoorbeeld lampions die tijdens de ramadan worden gebruikt, maar ook een christelijk-Egyptisch icoon en dingen uit de Koptische kerk.

‘Die dingen weerspiegelen wat ik doe. Ik werk met brieven die in het verleden op papyrus zijn geschreven en gewoon werden weggegooid. Het zijn geen met goud bestikte boeken, maar wegwerpdingen. Ik ben geïnteresseerd in hoe mensen hun dagelijks leven inrichten, of eigenlijk: hoe je dat dagelijks leven kunt reconstrueren.

‘Toen we hoorden dat we gingen verhuizen, dacht ik vooral aan alle manieren waarop ik mijn kamer gebruikte. Ik had bijvoorbeeld eens een student die heel verdrietig werd. Ik dacht: hoe ga ik dat straks doen als ik de kamer met een collega deel? Ik was ook bang dat het echt een kille, zakelijke omgeving zou worden.

‘Maar ik moet zeggen: als gebouw werkt het Herta Mohr veel beter. Iedereen komt binnen via die grote plek, je ziet elkaar daar vaker, je ziet andere mensen lopen, je zwaait meer naar elkaar. Ik vind het een geweldige ruimte als je binnenkomt. Daar ben ik heel blij mee.

‘Maar ik vind het nog steeds belangrijk dat je een eigen plek hebt, die je ook helemaal eigen kunt maken. Als ik een stom administratief karweitje aan het doen ben, hoef ik soms alleen maar even om me heen te kijken en denk ik: daar doe ik het voor.

‘Ik vind het geweldig dat deze tentoonstelling laat zien wat er achter die deuren zit. Ik hoop dat mensen denken: jeetje, dat zit dus allemaal in die gebouwen. Dat ze zich realiseren wat een rijkdom de universiteit herbergt. Die rijkdom bestaat niet alleen uit de spullen die we hebben kunnen meenemen, maar ook uit de kennis en de mooie dingen die we bestuderen, waar we over praten en college over geven.’

Remco Breuker moest een derde van zijn boeken wegdoen. Foto Kuno Jansen

‘We zijn een verdwijnend soort mens’

Voor Remco Breuker, hoogleraar Koreastudies, werkt een kamer delen niet. ‘Ik hou niet van praten, ik wil lezen.’

‘De Matthias de Vrieshof was een oerlelijk gebouw natuurlijk, maar ik had een heerlijke kamer. Veel van mijn boeken heb ik daar geschreven. Ik heb hier in het Herta Mohr-gebouw nog geen pagina kunnen schrijven. Hier heb ik te veel prikkels: ik zit achter een grote glazen wand, iedereen kan me zien zitten.

‘Ik heb in de verhuizing een derde van mijn boeken weggedaan, een derde naar huis en een derde staat hier nog. We krijgen hier simpelweg te weinig ruimte. Ik krijg te horen: maar je hebt toch pdf’s tegenwoordig?

‘Veel geesteswetenschappers werken het liefst met boeken en niet alles is digitaal. Als ik vertalingen maak, liggen er soms tien boeken open. Of je geeft me tien schermen waarop ik alles tegelijkertijd kan openzetten, anders werk ik niet zo snel. Dus dat doe ik nu allemaal thuis, want in dat kleine kantoor kan dat niet.

‘Ik wil een deur achter me kunnen dichttrekken en werken. Ik moet een kamer delen, dat vind ik ook niet super. Ik ben wetenschapper, ik schrijf veel, ik lees veel. En dat doe ik in afzondering. Ik hou niet van praten, ik wil lezen. Als ik mensen wil zien, dan loop ik wel naar ze toe. Dan heb ik niet van die bedachte paden nodig om elkaar dan semi-toevallig tegen het lijf te lopen en een leuk gesprek te beginnen.

‘Ik heb het idee dat er bij het ontwerp niet heel erg rekening is gehouden met wat wetenschappers zélf willen. De kamers zijn klein, maar de paden tussen de kamers en de gangpaden zijn zo breed dat er een tank doorheen kan rijden zonder ongelukken. Er is ruimte genoeg, maar je moet kiezen voor wie die ruimte dan is. En die ruimte is blijkbaar niet voor de wetenschappers. Die moeten het werk thuis doen, is dan de conclusie.

‘Mijn oude kamer werkte ook voor de begeleiding van studenten. Ik had een bureau waar ik met PhD- en masterstudenten dingen kon bekijken, opzoeken en laten zien. Dat kan allemaal niet meer. Dit voelt echt als het einde van een tijdperk.

‘Ik mis mijn kantoor heel erg. Het is waar ik het meest positief ben geweest. Ik heb er het ene en het andere boek geschreven.

‘Het is jammer dat dit nu niet meer kan. Ik heb geen hoop dat het ooit weer bij het oude komt. Wij zijn toch een verdwijnend soort mens.’

Deel dit artikel:

Lees ook

Achtergrond
‘Welkom bij de cult’: de schaduwzijde van het prestigieuze bijlesbedrijf SSL
Examentrainer SSL is een felbegeerde werkplek voor ambitieuze studenten, maar achter de gevel schuilt een arbeidsrechtelijke valkuil waar VOG’s, contracten en loonstrookjes gelden als ‘rompslomp’ en kritiek op de leiding niet wordt getolereerd. ‘Het is een familie, maar ze kunnen je ook zo uitspugen.’
Achtergrond
Wel of geen GNSV op de introductieweek? Hoe Leiden blijft worstelen
Achtergrond
Zeventig studenten staan straks met beide benen in de modder
Achtergrond
PhD’er Donna schildert in recordtempo promoties: ‘Hierna word ik volledig kunstenaar’
Achtergrond
Leo Lucassen stopt, samen met broer en vakgenoot Jan blikt hij terug: ‘We zijn geen softies’
Download nu de Mare app voor je mobiel!
Downloaden
✕

Draai je telefoon een kwartslag, dan ziet onze site er een stuk beter uit!