‘Zelfdoding is de grootste doodsoorzaak onder jongeren’, vertelt Rianne de Soet, onderzoeker bij LUMC Curium, het academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie. De steeds grotere druk van sociale media, zorgen om de toekomst en het moeten neerzetten van ‘het perfecte plaatje’ dragen bij aan de ontwikkeling van psychische problematiek bij jongeren.
Deze week startte het GGZ-platform 113 Zelfmoordpreventie een campagne om aandacht te vragen voor het feit dat er maandelijks een schoolklas overlijdt door zelfdoding: gemiddeld 26 jongeren. In de hoop het taboe te doorbreken en de drempel naar hulp te verlagen, stelde de organisatie in samenwerking met nabestaanden een schoolfoto samen van overleden jongeren. Op lessenvoorhetleven.com zijn hun verhalen te lezen.
Behandelingen
De wachtlijsten voor het krijgen van hulp zijn enorm lang, legt De Soet uit. Er ligt volgens haar een nadruk op ‘lichte’ en ‘makkelijk behandelbare’ problemen, zoals ADHD of een fobie. ‘Maar juist de GGZ, die de allermoeilijkste problemen behandelt, loopt helemaal vol.’ Juist die doelgroep heeft de hulp hard nodig en loopt het meeste risico op zelfdoding.
De Soet werkte elf jaar lang bij het Leger des Heils en maakte daar mee hoe jongeren met langdurige problematiek steeds weer van het kastje naar de muur werden gestuurd. ‘Er is onvoldoende aandacht voor complexe problemen. We zijn continu bezig met het bestrijden van symptomen.’
In haar promotieonderzoek Shared Roads, Shared Risks onderzocht De Soet jongeren met complexe problematiek die al jarenlang hulp krijgen maar weinig resultaat zien. ‘De jongeren zelf zijn niet complex, maar hebben jarenlang niet de juiste zorg gekregen en zijn steeds weer doorverwezen. Ook weten zij hun problemen goed te maskeren, en stapelen psychische problemen zich op.’
Daardoor krijgen ze het gevoel dat ze niet te helpen zijn. Hun wereld wordt steeds kleiner en hun toekomst uitzichtloos. ‘Het ligt niet aan de motivatie. Deze jongeren willen heel graag herstellen. Maar ze durven er niet op te vertrouwen dat het deze keer wél werkt.’
Door werkdruk en beperkte financiële middelen, richt de geestelijke gezondheidszorg zich te veel op het oplossen van de klachten en niet op de oorzaak daarvan. ‘De behandelingen zelf zijn heel goed, die hoeven ook echt niet weg. Maar de jongeren worden te snel losgelaten. Je hebt iemand nodig die heel lang bij je blijft en zegt: “Ik blijf bij je en we gaan samen ontdekken wie je bent en wat ervoor zorgt dat jij je zo voelt.”’
Nu gebeurt het tegenovergestelde. Iemand wordt bijvoorbeeld aangemeld met een depressie, maar dan komt er ook eetproblematiek bij of is er sprake van zelfbeschadiging of suïcidale gedachten. De klachten veranderen steeds. Hulpverleners worden vaak meteen afgerekend op de verbetering van klachten: als iemand binnenkomt met een eetstoornis, wil je dat die persoon weer een gezond BMI krijgt en kan uitstromen.
‘De ernst zit hem in het uitvallen op verschillende gebieden: school, thuis, het sociale netwerk. De echte oorzaak van problemen kunnen herkennen en begrijpen kan alleen door een relatie op te bouwen, net als met een goede vriend of vriendin. Soms zijn jongeren al acht jaar in behandeling en ontdekken dan dat in de kindertijd iets heel heftigs is gebeurd.’
Verantwoordelijkheid
Versplinterde expertises zorgen ervoor dat er geen maatwerk wordt geleverd. In de jeugdpsychiatrie zijn veel jongeren die een verslaving hebben, maar de kennis daarover zit vooral bij de verslavingszorg. ‘We kunnen veel leren van elkaar’, vindt De Soet. ‘Daarom moet er meer worden samengewerkt. Niemand neemt de verantwoordelijkheid. Behandelaren kunnen het spannend vinden om met deze doelgroep aan de slag te gaan, want als het misgaat, kun je verantwoordelijk worden gehouden voor de gevolgen. Zo worden jongeren steeds doorgestuurd.’
Ook zou het oordeel van de buitenwereld over (de behandeling van) psychische problematiek moeten veranderen. ‘Als samenleving kijken wij anders naar fysieke en mentale problemen. Als er iemand doodgaat aan complicaties na een lang behandeltraject, zijn we heel snel met het beschuldigen van wat niet goed is gegaan. Maar als iemand sterft omdat de kankerbehandeling niet is geslaagd, kijken we daar veel milder naar.’
Wie met fysieke gezondheidsproblemen in het ziekenhuis belandt, krijgt ook vaak meer steun van de omgeving dan bij een langdurige psychische ziekte. ‘Jongeren voelen zich nu vaak niet gehoord. We moeten samen gaan kijken naar wat zij nodig hebben en hen serieus nemen. We mogen accepteren dat het veel tijd kost.’
Rianne de Soet, Shared Roads, Shared Risks. Promotie was 17 december 2025
Denk jij aan zelfdoding of maak je je zorgen om anderen? Je bent niet alleen. Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via www.113.nl of bel 113 (lokaal tarief) of 0800-0113 (gratis)