Wetenschap
In het vogelasiel zie je hoe burgers bijdragen aan de wetenschap: ‘Futenkuikens zijn net Tamagotchi’s’
Het wordt steeds makkelijker voor burgers om de wetenschap te helpen: naast teldagen, natuur-apps en clean-ups zorgen ook dierenopvangcentra voor waardevolle data, bijvoorbeeld over de verspreiding van vogelgriep. Mare ging met bioloog Liselotte Rambonnet naar het vogelasiel waar ze werkt. ‘Jonge gierzwaluwen krekels en wasmotten voeren is echt aanpoten.’
Vincent Bongers
donderdag 12 februari 2026
Een zwanenkuiken uit de serie ‘Vogels huilen niet‘ (2014) van Anjès Gesink

Ghaaa! Ghaaa! Ghaaa!‘ De knobbelzwaan komt uit bad’, zegt Liselotte Rambonnet, bioloog en coördinator bij de vogelopvang in Leiderdorp. De enorme vogel wordt uit een zwarte bak met water getild. Collega Karen slaat een handdoek om het dier heen dat eerst klaaglijke tonen uitslaat en dan begint te sissen.

Karen is niet onder de indruk van het verbale verzet. ‘Dat blazen is vooral branie.’

‘Hij heeft onder zijn knobbel een nare wond’, vertelt Rambonnet. ‘Hij was zo mager, waarschijnlijk vanwege pijn bij het slikken waardoor eten moeilijk is. Hij krijgt met een slang voeding toegediend, zodat hij weer aankomt en de wond kan genezen.’

Karin verwijdert de handdoek. ‘Hij kan zelf naar zijn hok aan de andere kant van de kamer lopen.’ De zwaan sist nogmaals een tikje beledigd en stampt vervolgens, na enige bijsturing (‘nee, niet daarheen’), naar zijn hok.

De opvang draait voornamelijk op vrijwilligers, net als de dierenambulance in hetzelfde pand. Er verblijven vooral meeuwen, duiven en kauwen, maar ook zeldzamere patiënten. Rambonnet opent een van de grotere hokken van een roofvogel. ‘Hier hebben we een sperwer die gewond is geraakt. Waarschijnlijk is-ie tegen een raam gevlogen.’

Snaveltjes

De sperwer plukt aan een dood vogeltje. ‘We voeren haar overleden kuikentjes. Het is een beetje een gek gevoel dat je jonge duiven oplapt, maar tegelijkertijd dode soortgenoten als voedsel gebruikt.’ Het gaat al een stuk beter met de roofvogel dan toen ze in januari binnen werd gebracht. ‘Ze had toen niet genoeg kracht om van de grond te komen. Inmiddels kan zij naar boven, op de hoge kast vliegen.’

’s Winters is het betrekkelijk rustig in de opvang. In het broedseizoen begint de drukte. Afgelopen jaar was het vroeg in het seizoen al heel heet. ‘Jonge gierzwaluwen komen dan van onder de dakpannen vandaan, vallen op de grond en komen bij ons terecht. Je moet ze elk uur met de hand krekels en wasmotten voeren. Dat is echt lastig bij deze soort, want ze sperren hun snaveltjes niet open. Je wordt dus gedwongen om dat een beetje te forceren en ze hebben juist heel erg breekbare snaveltjes. We hadden er veertig, dus dat was behoorlijk aanpoten.’

Rambonnet onderzocht het belang en de effectiviteit van burgerwetenschap en promoveerde vorige week bij de afdeling Science Communication & Society van het Instituut Biologie. ‘Voor heel veel biologen zijn de bijdragen van burgers echt noodzakelijk, omdat je als wetenschapper zo beperkt bent in je tijd en de schaal waarop je onderzoek kunt doen. Als je bijvoorbeeld een groot probleem als plasticvervuiling goed in kaart wil brengen heb je echt heel veel mankracht nodig. Ook het verbeteren van kennis over de natuur is grotendeels afhankelijk van burgers. Rond de 95 procent van alle soortenkennis die aan de EU wordt gerapporteerd, is afkomstig van vrijwilligers.’

Liselotte Rambonnet aan het werk. Foto Ghislaine Holswilder

Rambonnet deed onderzoek naar Nederlandse wild- en vogelopvangcentra, maar ook een project als Schone Rivieren waarbij ruim 1100 vrijwilligers twee keer per jaar de oevers afstruinen om plasticafval te verzamelen, categoriseren en documenteren. ‘De aanpak is heel gestandaardiseerd en levert veel data op die dan weer van nut zijn voor wetenschappers.’

Het project heeft ook invloed op overheidsbeleid. Deelnemers zijn soms ook meer dan schoonmakers en dataverzamelaars. ‘Je hebt supervrijwilligers, Schone Rivieren-ambassadeurs, die in hun eigen gemeente gaan lobbyen voor beleidsverandering om plasticvervuiling te voorkomen en zelf ook allerlei activiteiten organiseren.’

Participatie van burgers leidt vaak ook tot nieuwe perspectieven bij wetenschappers. ‘Mensen met verschillende achtergronden delen hun ervaringen en kennis. Dat helpt bij het bedenken van onderzoeksvragen.’

seksspeelgoed

Het is steeds makkelijker geworden voor mensen om de wetenschap een handje te helpen. ‘Je kunt bijvoorbeeld ObsIdentify op je telefoon installeren. Dat is een app waarmee je wilde dieren en planten kunt identificeren. De jaarlijkse tuinvogeltelling is ook enorm populair.’

Rambonnet zag dat bij onderzoek naar plasticvervuiling vooral hoogopgeleide mensen meededen. ‘Als je een bredere doelgroep actief wil betrekken, kun je samenwerkingsverbanden vinden door naar een diverse groep mensen toe te gaan. Ik deed dat bijvoorbeeld met de vrijwilligers van de wildopvangcentra die wat betreft opleidingsniveau meer representatief zijn voor de maatschappij. Zij hebben heel veel kennis, verzamelen veel data en zijn geïnteresseerd in onderzoek.’

Voor haarzelf was het sowieso al bekend terrein. ‘In mijn studietijd werkte ik al als vrijwilliger bij de dierenambulance, destijds in Oegstgeest.’ Naast haar werk bij de opvang is ze ook een van de oprichters van Stichting De Grachtwacht: een groep vrijwilligers die elke zondag in kano’s clean-ups in de Leidse grachten doen. ‘We vinden het belangrijk dat we niet alleen het afval uit het water halen, maar alle troep ook categoriseren.’

Daar zitten de gekste spullen tussen, vertelt ze. ‘Ik had tijdens een dienst bij de dierenambulance iets opvallends gespot in een Leidse sloot. We hebben toen een kleine expeditie opgezet om het uit het water te halen. We verzamelen namelijk in ons wachtershuisje (zie kader) op de Marebrug bijzondere vondsten, en die zijn ook te bezichtigen. Eenmaal ter plaatse bleken het plastic billen met een vrouwelijk geslachtsdeel te zijn: seksspeelgoed. Een mooie toevoeging aan de 18+-collectie die we al hadden.’

Grote vriezer

Hoe inspirerend de praktijk ook voor haar is, als wetenschapper moest ze afstand houden. ‘Tijdens mijn onderzoek naar de vogel- en wildopvangcentra was ik geen vrijwilliger bij de opvang in Leiderdorp en heb ik de medewerkers niet meegenomen in het onderzoek.’

Maar nu haar proefschrift is voltooid, is ze weer begonnen. Ze haalt een plumeau uit een bak. ‘Die is voor kleine futen. Die zitten vaak op de rug van hun vader of moeder. Dat kun je hiermee nabootsen, als je ze hierop zet. Futenkuikens hebben een hartvormige plek op hun kop die felrood wordt als ze gezond zijn. Je kunt ze als een Tamagotchi in de gaten houden. Ideaal, had elke vogel dat maar.’

Ze loopt naar de kast en pakt er een dode vogel met een prachtig van donkerbruin naar zandkleurig verlopend verenkleed uit. ‘Dit is een houtsnip. Ze hebben een lange snavel en als ze ergens tegenaan knallen krijgen ze vaak een zwelling in de kop. Deze heeft het helaas niet gered.’

En dat is het lot van een deel van de vogels in de opvang, blijkt als Rambonnet een grote vriezer opent en in een stapel plastic zakken graaft. ‘Hier liggen ook een houtsnip en een sperwer. Sommige overleden vogels gaan naar Naturalis voor de onderzoekscollectie.’

‘Een gans met vogelgriep viel uit de lucht en liep rond in de keuken van een studentenhuis’

Nederland telt zo’n 65 vogel- en wildopvangcentra die meer dan honderdduizend dieren in nood opvangen. Ze verzamelen steeds vaker digitaal data, wat het makkelijker maakt om de gegevens te ontsluiten voor de wetenschap. Alleen houden de centra daar bij de verslaglegging geen rekening mee: ze verzamelen alle informatie voor hun eigen overzicht en omdat het nodig is voor het verkrijgen en behouden van vergunningen.

Dat zou nog beter kunnen, en medewerkers staan daar ook voor open, aldus de onderzoeker. ‘Centra willen bijvoorbeeld een grotere rol spelen in het monitoren van ziektes. Dat is van groot belang voor de overheid, zeker nu de vogelgriep heerst. Wat zeggen de data van centra over waar en wanneer die voorkomt en welke soorten het meest gevoelig zijn? Maar dat kost tijd en dus geld die de opvangcentra momenteel niet hebben.’

beschermende kleding

In Leiderdorp zag Rambonnet zelf hoe het virus oprukt. ‘Ik hou hier het aantal meldingen bij. In de eerste twee weken van november was er ineens een stijging. De ambulance kreeg bijvoorbeeld een melding van een studentenhuis waar een gans in de keuken liep. De vogel was uit de lucht komen vallen en bleek vogelgriep te hebben. Ook voor de volksgezondheid spelen de dierenambulance en de opvangcentra een heel belangrijke rol.’

Medewerker Bernhard trekt beschermende kleding en handschoenen aan. ‘Volgens mij hebben we net een nieuw vogelgriepslachtoffer binnengekregen’, zegt Rambonnet. ‘Als het aantal gevallen toeneemt, moet je steeds vaker deze kleding aan. Dat kost heel veel geld. De overheid heeft eenmalig een ton beschikbaar gesteld waarmee centra beschermende kleding kunnen aanschaffen. Maar dit gaat vaker voorkomen in de toekomst en daar mag Den Haag best meer geld voor uittrekken.’

Liselotte Rambonnet, Plastic Detectives and Wildlife Guardians. Impact of volunteers monitoring plastic pollution and wildlife on science, society and nature Promotie was 3 februari

Inbraak bij De Grachtwacht: ‘Spullen hebben alleen voor ons grote waarde’

Op zondagnacht is er ingebroken in het brugwachtershuisje op de Marebrug. Een voorbijganger merkte de stukgeslagen ruit op en meldde het aan De Grachtwacht, de organisatie die het huisje beheert. Er is niks gestolen.

De Grachtwacht organiseert wekelijkse kanotochten door de Leidse grachten om de grachten schoon te houden. Enkele van de spraakmakende spullen die ze opvissen tijdens hun tochten, exposeren ze in het brugwachtershuisje. In de vitrine naast de vernielde voordeur staan onder meer een opgeviste Labubu en een opgezette duif.

‘Er liggen spullen die voor ons van grote waarde zijn, maar de straatwaarde ervan is bijna niks’, vertelt Liselotte Rambonnet als ze maandagmiddag de glasscherven van de grond raapt. ‘We vinden wel veel statiegeldflessen in de grachten, maar die bewaren we niet hier.’
‘De dader is letterlijk door de groepsfoto’s van de clean-ups naar binnen geklommen. Dus diegene had ook wel kunnen weten dat hier geen waardevolle spullen liggen.’

Op camerabeelden was te zien hoe de inbreker, die niet identificeerbaar was, een baksteen door de ruit gooide. ‘Sinds we in 2019 hier zijn begonnen, hebben we één keer eerder een baksteen door de ruit gehad’, vertelt Rambonnet. ‘Dat was op 3 oktober, dus dat was eerder een dronken actie dan een poging tot inbraak.’ 

Door Carmen Brouwer

Foto Stichting De Grachtwacht