‘Misschien zal het nooit lukken’, klinkt de stem van emeritus hoogleraar Lex van der Eb (92). Gekleed in toga en met baret op loopt hij door een leeg Groot Auditorium van het Leidse Academiegebouw. Hij opent het deurtje dat naar het spreekgestoelte leidt, stapt omhoog en groet de imaginaire aanwezigen. ‘Maar dat is onderzoek’, gaat Van der Eb verder. ‘Als je het niet probeert, dan heb je nooit wat. Je moet gewoon doorgaan.’
Het is de eerste scène uit de korte documentaire Opus Magnum over het leven en werk van de bioloog die baanbrekend kankeronderzoek deed en aan de basis stond van het Janssen-coronavaccin. De regisseur van de film heeft een heel bijzondere band met Van der Eb: Claire Visser (23) is namelijk zijn kleindochter. Het eerbetoon aan haar opa is tevens haar afstudeerproject voor de Dutch Filmers Academy in Amsterdam.
‘Ik vond het heel mooi om hem te filmen in de zaal waar hij kwam toen hij nog aan de universiteit verbonden was’, vertelt Visser vanuit Engeland waar ze inmiddels Ocean Science aan de University of Plymouth studeert. ‘In het fotoboek waar hij in de documentaire doorheen bladert, zie je hem ook in het Groot Auditorium staan. Op het einde loopt hij naar de uitgang van de zaal en trekt hij zijn toga uit.’
Fundamenteel onderzoek
De film is ook een hommage aan het belang van fundamenteel onderzoek: ‘Heel bijzonder hoeveel vrijheid hij had om dat te doen, daardoor had hij zoveel impact. Wetenschap moet nu heel doelgericht zijn en de financiële druk is veel groter.’
De documentaire wordt op woensdag 1 april vertoond in het Academiegebouw. ‘Opa en mijn oma Titia komen. Zij hebben de film al eerder gezien, bij hen thuis. Lex zei er toen niet heel veel over, maar ik denk dat hij het wel mooi vond.’
De rest van de familie, onder wie zoons Taco (die voor Mare fotografeert), Jeroen en haar moeder Marjolijn, heeft de documentaire nog niet gezien. ‘Ze vroegen al: “Wanneer mogen wij?” Maar ik houd het spannend, ook voor mezelf.’
Visser kreeg als klein kind wel wat mee over wat haar grootvader deed. ‘Tijdens corona kwam er heel veel media-aandacht voor het onderzoek van opa. Toen werd me pas echt duidelijk hoe belangrijk zijn werk was, maar besefte ik ook dat ik er nog niet superveel over wist. Het leek me interessant om uit te zoeken wat hij allemaal heeft gedaan.’
In een scène bekijkt Van der Eb diaprojecties van oude foto’s uit het lab (‘jonge, jonge, jonge, wat is dat lang gelden’). Na een dia van flessen met belangrijk materiaal waarop tape is geplakt met de tekst ‘Keep your f… hands off!!!’ verschijnt een foto van Canadese collega Frank Graham, met een stompje van een sigaar tussen de lippen. Hij speelde een belangrijke rol in het revolutionaire onderzoek.
‘Er zijn virussen die kanker veroorzaken en ik wilde weten welke genen van het virus die kanker veroorzaken’, vertelt Van der Eb in de film. ‘Ik wilde een methode vinden om DNA in cellen te krijgen om die kankerverwekkende genen te vinden.’ Er was toen net ontdekt dat bepaalde adenovirussen in staat waren rattencellen om te zetten in tumorcellen. Het team probeerde met virus-DNA een kankercel te creëren die zich oneindig vaak kan delen en dus onsterfelijk is. Het was een moeizaam proces - ‘Ik zag dat totaal niet zitten’ - maar het lukte uiteindelijk om deze cel in een rat te ontwikkelen. De gouden greep was de toevoeging van calciumchloride.
Graham nummerde zijn experimenten. Na 293 experimenten lukte het om zo’n cel in menselijk weefsel te maken: HEK-293. Het was een revolutie in medisch onderzoek en zou decennia later de basis vormen van een coronavaccin. ‘Tot hun eigen verbazing lukte het experiment’, zegt Visser. ‘Ze wilden al bijna opgeven.’
Van der Eb ontwikkelde met oud-promovendus Dinko Valerio, die het farmabedrijf Crucell had opgericht, een verbeterde versie van de HEK-293: cellijn PER.C6. Het werd een groot commercieel succes. De Amerikaanse farmaceut Johnson & Johnson kocht Janssen Vaccins op, dat al eerder Crucell had overgenomen.
Om veel geld verdienen draaide het nooit bij haar opa, vertelt Visser. ‘Hij deed het onderzoek voor de mensheid en de vooruitgang van de wetenschap.’
Het coronavaccin werd niet overal met gejuich ontvangen. Binnen de antivax-beweging waren er mensen die zich richtten op Van der Eb. ‘Er zijn bedreigende zaken geweest waarvan ze zijn geschrokken’, aldus Visser. ‘Het zorgde een beetje voor een donkere wolk boven het onderzoek. Ik heb erover nagedacht om het in de film te verwerken, maar dat zou te veel zijn geworden.’
Van der Eb liet zich makkelijk regisseren. ‘We pakten het heel rustig aan, want hij vond het best spannend. Het is lang geleden en hij is oud. Als iemand anders had gevraagd om een film over hem te maken, had hij misschien nee gezegd. Dat is het voordeel van kleindochter zijn. De band tussen ons zorgde voor een heel fijne sfeer en gaf minder druk. Als iets niet lukte, was dat oké.’
Visser filmde haar grootouders thuis in Oegstgeest, bijvoorbeeld als ze ontbeten. ‘Daar zie je de dynamiek tussen Lex en mijn oma Titia’, aldus Visser. ‘Ze zijn een team. Zonder haar had hij dit allemaal niet kunnen doen. Ze gaf haar eigen carrière in de biologie op om hem te steunen.’
In die tijd verloor je als vrouw je baan als je ging trouwen. ‘Wellicht hadden ze het toen op een manier kunnen regelen dat ze kon blijven werken, maar ze heeft er geen spijt van.’
Van der Eb werkte tachtig uur per week. ‘Alle wetenschappers werken zo lang, zegt mijn oma in de film. Hij zag zijn kinderen alleen in de vakanties. Het was normaal voor hen, ze zijn ermee opgegroeid.’
Hij voelde zich ook verbonden met zijn collega’s. ‘Bini Klein, die altijd zijn vaste analist was in het lab, is nog steeds een goede vriendin. We hebben ze gefilmd toen ze wandelden op Landgoed Oud-Poelgeest en kletsten over vroeger en over de groene specht. Iedereen had een rol in het onderzoek en daar had hij veel waardering voor.’
Claire Visser, Opus Magnum. Filmvertoning, Academiegebouw (Telders Auditorium), woensdag 1 april, 20:00 uur, gratis