Wetenschap
Kunnen duizend pompen de Noordpool redden?
Het ijs op de Noordpool smelt zo snel dat de eerste ijsvrije zomer al in 2050 dreigt. Fonger Ypma probeert het tij te keren door zeewater omhoog te pompen en zo het ijs dikker te maken. ‘Het is pionieren, maar ik geloof erin.’
Marciëlle van der Kraan
donderdag 12 maart 2026

Het is windkracht 8 en het sneeuwt’, vertelt Fonger Ypma via een videoverbinding vanuit Nunavut, Canada. ‘We moesten net op de sneeuwscooter van waar we slapen naar het research center. Dat was al een helse tocht, dus vanaf nu blijven we lekker binnen.’

Vijf jaar geleden richtte hij het bedrijf Arctic Reflections op. ‘In 2021 kon je voor het eerst weer eens schaatsen. In dorpjes als Haaksbergen willen ze als eerst de schaatsmarathon organiseren. Om dat voor elkaar te krijgen leggen ze steeds dunne laagjes water op het ijs om het zo snel mogelijk te laten groeien. Ik dacht: kunnen we dat niet op de Noordpool doen? Daar heb je water zat.’

De gedachte liet Ypma, die zaterdag een lezing geeft in het Wereldmuseum, niet los. ‘Ik heb een natuurkunde-achtergrond en heb veel in de energietransitie gewerkt. Het lukt langzaam maar zeker om de CO₂-uitstoot naar beneden te krijgen, maar toen bedacht ik: in de arctische gebieden zit allemaal methaan in de permafrost en als dat vrijkomt doordat het smelt, kunnen we wel weer helemaal opnieuw beginnen met de energietransitie. Dus kunnen we daar niet wat aan doen?’

Hobby

Zijn idee was al eerder uitgewerkt door een Amerikaanse professor. ‘Dat ben ik toen als hobby helemaal gaan lezen.’ Samen met de TU Delft heeft hij allemaal proefjes gedaan. ‘Maar als ik het in het academische laat hangen, gaat er nooit wat van komen, dacht ik. Iemand doet er een PhD over, gaat vervolgens wat anders doen en voor je het weet ben je vier jaar verder.’

Daarom zegde Ypma, samen met mede-oprichter Tom Meijeraan, zijn baan op en ging op reis om veldtesten te doen. ‘We wilden het tot het eind van dat jaar proberen. Als het niet zou lukken, hadden we toch een mooi avontuur. We zijn toen naar Spitsbergen, Svalbard en Newfoundland gegaan. Dat ging best goed. Inmiddels hebben we een groot team en krijgen we een hele grote subsidie van 11 miljoen euro van onder andere de Universiteit van Cambridge.’

‘Bij min dertig graden Celsius gaat apparatuur voortdurend stuk’

Om het water op de zee-ijskappen te krijgen, en daarmee het ijs in de winter dikker te maken, gebruikt het bedrijf grote waterpompen. ‘We boren eerst een gat met een diameter van ongeveer 25 centimeter in het ijs. Het ijs is ongeveer 70 centimeter dik hier. Dan pompen we het water omhoog en bevloeien de sneeuw.’ Zo hoopt het bedrijf het ijsverlies in de zomer terug te brengen van 100.000 vierkante kilometer naar 100 tot 1000 vierkante kilometer.

Met een slee trekt het team naar de volgende plek om het proces weer helemaal opnieuw te doorlopen. ‘We testen nu op kleine schaal om aan te tonen dat deze techniek werkt. Maar uiteindelijk willen we zo’n duizend pompen hebben, waarmee we het ijs de zomer door kunnen helpen.’

Ook moet het project op een gegeven moment zo autonoom mogelijk verlopen. ‘Momenteel gebruiken we nog benzine, omdat dat het enige is dat makkelijk werkt. Maar we zouden liever energiehubs hebben, waar de pompen kunnen opladen. Zonne-energie wordt lastig, omdat het hier lang donker is, maar we denken aan wind of waterstof.’ Ook blijft de temperatuur een heikel punt. ‘Bij min dertig graden Celsius gaat apparatuur voortdurend stuk. Dan werken de batterijen niet, of die komen niet op tijd aan per boot.’

Lokale bevolking

Ypma werkt nauw samen met de Inuit-bevolking. ‘Ze zijn onmisbaar: ze weten de route, snappen de weersomstandigheden en houden in de gaten of er ijsberen rondlopen, die we gelukkig nog niet hebben gezien. Maar ze helpen ook met de operatie. Uiteindelijk zien we het voor ons dat we hen inhuren om dit project in goede banen te leiden.’

De natuurkundige denkt dat de lokale bevolking dat ziet zitten. ‘Je kunt het je bijna niet voorstellen, maar ’s zomers kunnen ze veel minder bewegen, terwijl ze in de winter eigenlijk een soort snelweg hebben voor hun huis. Als er veel ijs is, kunnen ze jagen en andere dorpjes bezoeken. Het behoud van het zee-ijs is voor hen heel belangrijk.’

‘Er dreigt een heel ecosysteem te verdwijnen’

Satellietbeelden tonen dat de inspanningen van Ypma’s team effect hebben: het ijs blijft namelijk langer wit. ‘Het is cool om te zien dat er meer zonlicht weerkaatst wordt en dat het smeltproces van het ijs langer duurt.’

Een belangrijke uitdaging is de schaalbaarheid van het project: om echt effect te hebben zou er jaarlijks 80.000 vierkante kilometer ijs moeten worden aangedikt. ‘Dat is bijna twee keer de oppervlakte van Nederland. Je hebt meer partijen nodig om dat te financieren. Iedereen vindt het een probleem, maar niemand is probleemeigenaar.’

Bovendien zijn er veel sceptici. ‘Dat is ook logisch. Met dit onderwerp zijn veel mensen met verschillende meningen bezig.’ Uiteindelijk is het ook een tijdelijke oplossing, stelt Ypma. ‘We moeten met z’n allen de CO₂-uitstoot naar beneden brengen, anders is dit allemaal voor niks. Als we dat niet doen, gaat elk scenario er al vanuit dat de eerste ijsvrije zomer voor 2050 plaatsvindt. Wij kunnen dat misschien iets meer uitstellen, maar als de opwarming van de aarde zo doorgaat, heeft het op een gegeven moment geen zin meer. IJsberen en narwals zijn ontzettend afhankelijk van het zee-ijs, dus er dreigt een heel ecosysteem te verdwijnen.’

‘Wij doen ontzettend ons best, maar er is nog steeds een grotere kans dat het niet lukt. Daar ben ik eerlijk in. Het is pionieren. Maar als ik er niet in zou geloven, zou ik er niet aan werken. Als we het ijsseizoen een beetje kunnen verlengen, zijn we al heel blij: één maand langer is qua zonreflectie al heel substantieel.’


Fonger Ypma, Pool tot Pool Publiekslezingendag, Wereldmuseum Leiden, zaterdag 14 maart, 10.00-17.00 uur, ticketprijs € 39,50