Wetenschap
In Den Haag zaten vroeger net zoveel vrouwen als mannen in de bak: ‘Dubbele moraal’
In de zeventiende en achttiende eeuw was de helft van de gevangenen in Den Haag vrouw. Drie studenten geschiedenis zochten uit waarom dat zo was. ‘Honderden vrouwen werden vervolgd voor prostitutie.’
Marciëlle van der Kraan
donderdag 18 juni 2026
Van links naar rechts: Martijn Treur, Maartje van Dijk en Alexander Nuijten

‘Is dat niet een mooie klucht? Hij weet niet beter of het zijn kind is, en ik heb een goede stuiver om van te leven.’ Met die woorden zou de Haagse weduwe Cornelia van der Redder in 1767 hebben opgeschept tegenover haar winkelmedewerkster. Sinds het overlijden van haar man was het haar niet gelukt een nieuw bestaan op te bouwen. Wanneer zij in het Harthuis, vermoedelijk een bordeel, de welgestelde Delftse houtkoper Adrianus Scheer ontmoet, ziet zij een nieuwe kans.

Niet veel later vertelt Cornelia hem dat zij zwanger is. Uit angst voor de schandpaal stemt Adrianus ermee in haar jarenlang financieel te onderhouden. Maandenlang lijkt hij – mede dankzij haar groeiende ‘buik’ – geen moment te twijfelen aan haar verhaal. Totdat getuigen beginnen te praten en Cornelia’s leugen langzaam aan het licht komt. Ze loopt tegen de lamp en wordt in de Haagse Gevangenpoort opgesloten en later ‘voor eeuwig’ verbannen uit Holland en West-Friesland.

Hoewel tegenwoordig slechts zes procent van de gedetineerden in Nederland vrouw is, lag dat aandeel in de zeventiende en achttiende eeuw veel hoger. Ongeveer de helft van de verdachten voor de Haagse rechtbank was vrouw. In sommige periodes werden er zelfs meer vrouwen dan mannen bestraft.

‘Voor vrouwen was het vroeger heel moeilijk om rond te komen’, zegt Maartje van Dijk, masterstudent geschiedenis, terwijl ze de zogeheten Gijzelzolder binnenloopt. Hier werden mensen opgesloten tot ze hun openstaande schulden zouden afbetalen. Samen met medestudenten Martijn Treur en Alexander Nuijten deed Van Dijk de afgelopen twee jaar, in opdracht van het Rijksmuseum de Gevangenpoort, onderzoek naar misdaad en straf in de Haagse gevangenis.

Prostitutie

Volgens haar belandden veel vrouwen uit economische nood in de criminaliteit. ‘Ze werden opgepakt voor bedelen of tippelen. Dat waren destijds strafbare feiten, terwijl we daar nu heel anders naar kijken.’

‘Daarnaast was er een dubbele moraal voor vrouwen’, zegt Treur, die ook bachelorstudent criminologie is. ‘Honderden vrouwen werden vervolgd voor prostitutie, terwijl de mannen die voor hun diensten betaalden vaak vrijuit gingen door hun vervolging af te kopen. Vrouwen hadden simpelweg een lagere maatschappelijke status.’

Dat vrouwen zo’n prominente rol speelden in de dossiers van de Gevangenpoort is lang onderbelicht gebleven. De gevangenis staat vooral bekend om de gevangenschap van de gebroeders De Witt. Op 20 augustus 1672 werden Johan en Cornelis de Witt voor de Gevangenpoort door leden van de Haagse schutterij op gruwelijke wijze vermoord. Daardoor ontstond het beeld dat het vooral een plek was waar vooraanstaande mannen vastzaten.

‘Dan knippen ze met een schaar je neus door, of ze hakken je oor af’

Van Dijk: ‘Het verhaal van de Gevangenpoort was lange tijd gebaseerd op de zaken van het Hof van Holland.’ Dat gerechtshof behandelde doorgaans zaken van bestuurders, ambtenaren en andere welgestelden, terwijl de Haagse stadsrechtbank zich vooral bezighield met het gewone volk. ‘Maar zodra je naar die stedelijke rechtbank kijkt, kom je opeens veel meer vrouwen, arme mensen en migranten tegen.’

In de strafmaat werden vrouwen en mannen grotendeels gelijk behandeld. Alleen zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding gaven, mochten niet worden gemarteld. Toch waren er verschillen. ‘De mythe is dat ter dood veroordeelde vrouwen vaker werden gewurgd dan opgehangen’, zegt Treur. ‘Anders kon het publiek onder hun rokken kijken.’

Sodomie

Nuijten: ‘Wurging was al in de klassieke oudheid een doodvonnis dat vaker bij vrouwen werd opgeleg. Daarom werden mannen die veroordeeld werden voor sodomie vaak gewurgd, omdat het nog minder eervol was.’

Rond 1730 ontstaat er in de Republiek der Nederlanden een golf van sodomieprocessen, waarbij veel mannen worden veroordeeld voor seksuele handelingen met andere mannen. ‘Veel van die processen werden in het geheim gevoerd, omdat sodomie werd gezien als iets besmettelijks. Na de veroordeling tot wurging, werden de mannen in de zee gegooid, want ze verdienden geen begrafenis.’ De vervolgingen namen pas af toen ook mannen uit de hogere kringen in beeld kwamen.

Maar de meeste gevangenen eindigden niet op het schavot. Veel vaker kozen rechters voor verbanning. Voor zware delicten werden misdadigers gebrandmerkt met het wapen van de stad.

Arm vs rijk

‘Mensen werden regelmatig opnieuw opgepakt en als je dan een brandmerk had, wisten ze dat je al eerder een misdaad had begaan. Als je de sleutels van Leiden op je schouder had staan, was de kans groot dat daar niet meer mocht komen.’

Volgens Treur werkte het brandmerk als een vroegmodern strafblad. ‘Soms werd je alleen al vanwege zo’n merk uit een andere stad gezet. Je was bij voorbaat al een crimineel.’ Zonder centrale administratie probeerden overheden op die manier bij te houden wie eerder was veroordeeld.

Discriminatie kwam in de Gevangenpoort veel voor. Wie arm was, belandde in een donkere ‘gajool’ omringd door ongedierte, terwijl welgestelde verdachten een ruime kamer kregen, compleet met een goed bed en een haardvuur. Sommigen mochten zelfs op hun erewoord naar buiten. 

Zeventiende eeuwse martelwerktuigen. Beelden Rijksmuseum

‘Er waren ook dienstmeiden die hielpen bij ontsnappingen’, zegt Van Dijk. ‘Ze verdienden niet zoveel, dus in ruil voor geld zetten ze wel even de deur open. Daarnaast hielden cipiers zich niet aan de regels en waren ze onbetrouwbaar.’

Ook afkomst speelde een grote rol in hoe mensen werden behandeld. Meer dan de helft van de verdachten in de Gevangenpoort kwam van buiten Den Haag. Vaak uit Duitsland, Engeland, Schotland of Frankrijk. Treur: ‘In Den Haag woonden veel rijke mensen, dus het was heel aantrekkelijk om hier te komen bedelen. Daarnaast had de stad geen stadsmuur, dus kon je zo naar binnen wandelen.’

Pijnkelder

‘Het was moeilijker om als niet-burger rond te komen’, zegt Van Dijk. ‘Je hebt geen netwerk, geen familie, geen bescherming.’ Nuijten vult aan: ‘Als je geen connecties hebt, is het lastiger om ontslagen te worden uit gevangenschap.’

Via een smalle trap dalen de studenten af naar een donkere ruimte. ‘Dit is de pijnkelder’, zegt Treur. In de kamer staat een houten pijnbank, waarop verdachten werden gegeseld. Aan de muur hangen scheenklemmen, duimschroeven en in de hoek staat een rekpaal.

Een van de meest gebruikte martelmethoden was palei. Gevangenen werden dan aan hun handen, die vastgebonden zaten op hun rug, omhoog getakeld. ‘Dan gaat je schouder uit de kom. Soms hingen ze dan nog gewichten aan je tenen, om je extra zwaar te maken.’

Beul

Toch roept de pijnkelder een vertekend beeld op van de rechtspraak in de Republiek. De zwaarste vormen van lijfstraffen kwamen vooral in de zestiende eeuw voor. ‘Dan zie je nog dat mensen geplitsneusd worden’, zegt Treur. ‘Dan knippen ze als straf met een schaar midden in je neus. Ook werden soms oren of andere lichaamsdelen afgehakt.’

Vanaf de zeventiende eeuw komen zulke lijfstraffen veel minder voor. ‘Kennelijk ontstond er een soort verlichtingsideaal waardoor straffen minder zwaar werden’, zegt Nuijten.

Martelen gebeurde sowieso minder vaak dan gedacht wordt. Treur: ‘Het was simpelweg te duur. De beul moest speciaal daarvoor vanuit Haarlem naar Den Haag komen en daar moest voor worden betaald. Het grootste deel van de gevangenen werd nooit gemarteld, maar verbannen uit de stad.’