Tijdens de Vuile Oorlog in Argentinië werden mensen uit vliegtuigen gegooid boven de Atlantische Oceaan, of opgesloten en gemarteld in detentiecentra. Kinderen die geboren werden van moeders in gevangenschap, werden weggehaald bij de moeders. Het is een greep uit de wandaden waar de junta (het militaire regime), die begon met de staatsgreep van Jorge Videla in 1976 en die eindigde in 1983, zich schuldig aan maakte.
Een nationale commissie schatte het aantal verdwenen mensen rond de negenduizend, mensenrechtenorganisaties denken dat het eerder rond de dertigduizend ligt.
Personen van wie het vermoeden bestond dat ze links georiënteerd of politiek actief waren, liepen gevaar om te worden opgepakt en in het geheime detentie- en martelcentrum ESMA te belanden. In 2015 werd dat een museum en gedenkplaats voor de militaire dictatuur. Alleen: alle informatieteksten bleken geschreven te zijn over mannen. Over de ervaringen van vrouwen werd met geen woord gerept. En dat terwijl ook zij tijdens hun gevangenschap slachtoffer waren van seksueel en reproductief geweld, misbruik en seksisme.
Na vragen van het publiek en activisten erkende het museum die blunder, vertelt promovendus Daniela Kravetz, die het ESMA in 2019 bezocht. Geweld tegen vrouwen was tijdens het maken van de tentoonstelling “vergeten”.
Het staat tragisch genoeg symbool voor de ervaringen van vrouwen in periodes van geweld. Kravetz werkte eerder als advocaat onder andere bij de Verenigde Naties en bij het Joegoslaviëtribunaal. Ze is gespecialiseerd in mensenrechten, gendergerelateerd geweld en toegang tot recht in conflict- en postconflictsituaties.
Voor haar PhD onderzocht ze geweld tegen vrouwen tijdens conflicten in Colombia, Peru, Argentinië, Guatemala en Chili en zag ze hoe dat pas na jaren of zelfs decennia in de rechtszaal belandde. ‘Je kon zien hoeveel er was weggelaten uit de officiële documentatie, en wat voor verschil het maakt om die stemmen en ervaringen toe te voegen.’
In Argentinië werd nadat het regime omver was geworpen de hoogste leiding van de junta vervolgd tijdens de zogeheten Trial of the Juntas. ‘De meesten werden veroordeeld. Maar die zaak richtte zich vooral op moord en ontvoering, en gerelateerde misdrijven zoals diefstal van eigendommen. Er was wel enig bewijs van verkrachtingen en gevangenneming, maar dat was geen belangrijk onderdeel. Pas latere rechtszaken toonden aan dat seksueel geweld tegen vrouwen vaak integraal onderdeel uitmaakte van het criminele plan van het regime om politieke oppositie te onderdrukken.’
Toen Carlos Menem in 1989 president van Argentinië werd, stopte de vervolging van de leden van de junta. ‘Hij verleende amnestie aan velen van hen.’ Onderzoeken en rechtszaken werden pas in 2005 hervat. ‘Het begon met vermiste personen. Daarna volgden kinderen die geboren waren terwijl hun moeders gevangen zaten en die waren ontvoerd of illegaal ter adoptie waren afgestaan door het leger.’
Het duurde daarna nóg zo’n vijf jaar voordat de eerste berechting voor seksueel geweld plaatsvond, dankzij landelijke richtlijnen van het Openbaar Ministerie. ‘Daarin werd gezegd dat misdrijven van seksueel geweld tijdens de dictatuur, misdrijven tegen de menselijkheid waren. Daarmee was er geen belemmering of verjaringstermijn meer voor vervolging.’
Het afgelopen decennium was Argentinië in de regio koploper in dit soort zaken. ‘Het zijn vooral de slachtoffers, vaak bijgestaan door vrouwen- en mensenrechtenorganisaties en advocaten die gerechtigheid eisten. Ze bleven vaak decennialang achter de zaak staan.’
Of dat succesvol blijft, is de vraag. De huidige regering zet weer stappen terug als het aankomt op verantwoordelijkheid nemen, zegt Kravetz. De Argentijnse overheid stopte dit jaar ook het grootste deel van de ESMA-financiering, waardoor er geen geld meer is voor conservators. Er is nu alleen nog een gedenkplaats over.
In Colombia woedt al decennia lang een burgeroorlog tussen de regering, rechtse paramilitaire groeperingen, linksgeoriënteerde communistische guerrilla’s en de drugsmaffia. ‘Het geweld tegen de bevolking is daar afschuwelijk geweest’, zegt Daniela Kravetz. ‘Colombia heeft een van de grootste aantallen interne vluchtelingen ter wereld, zo’n negen miljoen.
Gezien de grote hoeveelheid misdaden kreeg seksueel geweld geen prioriteit. ‘Soms kwam dat door te weinig expertise en middelen, of het werd gezien als een natuurlijke consequentie van de oorlog, in plaats van een bewuste strategie van de verschillende gewapende groepen. Maar Colombia heeft, mede dankzij vrouwenrechtenorganisaties, later grote vooruitgang geboekt als het gaat om het aanpakken van gendergerelateerde misdrijven.’
Reproductief geweld en geweld tegen individuen vanwege hun seksuele geaardheid en genderidentiteit, worden nu wel gezien als tactieken in een conflict in plaats van als een gevolg van het conflict. ‘Dat is vrij uniek.’
In Peru zijn er juist tegenslagen. ‘Onlangs heeft een nieuwe amnestiewet de voortzetting van rechtszaken over misdaden tegen de menselijkheid geblokkeerd.’ En in Chili verandert de rechtsgang. ‘Veel misdaden hebben zo lang geleden plaatsgevonden, dat de verdachte of het slachtoffer al overleden is. Dus de strategie verandert: buiten de rechtszaal gaat de zoektocht naar vermisten door, binnen de rechtszaal wordt er gevraagd om schadevergoeding.’
‘De behoefte aan gerechtigheid voor slachtoffers is niet afgenomen’, zegt Kravetz. ‘Over de hele linie is publieke erkenning gekomen. Dat is, ongeacht of er strafrechtelijke vervolging heeft plaatsgevonden of niet, vaak net zo belangrijk voor de slachtoffers.’