‘We weten niet exact hoeveel verschillende stoffen er in je darmen zitten, maar in dit onderzoek hebben we er zeker 200 verschillende gedetecteerd’, vertelt biochemicus Mariyana Savova. Voor de promovendus zijn die stoffen interessant omdat ze een rol kunnen spelen bij het ontstaan en voorkomen van allergieën.
Sinds enkele jaren onderzoeken wetenschappers hoe darmen de vorming van ziektes beïnvloeden, waaronder de vorming van allergieën. Niet alleen omdat we allergenen binnenkrijgen via ons voedsel, maar ook omdat de darmflora, de microben die in ons spijsverteringsstelsel wonen van invloed zijn op ons immuunsysteem.
Het huidige advies om allergieën te vermijden luidt meestal simpelweg: de stoffen waar je allergisch voor bent vermijden. Maar Savova wilde weten of het ook werkt om de darmflora bij te sturen.
Allergieën zijn eigenlijk een overreactie van het immuunsysteem op een verder ongevaarlijke stof. ‘Er is veel wat we nog niet weten van hoe onze darmflora en ons immuunsysteem precies met elkaar omgaan, maar we weten dat de stoffen die de bacteriën produceren immuunreacties kunnen verminderen of juist verergeren’, vertelt Savova.
Als case study keek ze naar koemelkallergie, een veelvoorkomende aandoening bij jonge kinderen. Sommigen ontgroeien die overgevoeligheid, maar het kan ook verergeren. Dergelijke allergieën ontwikkelen zich vaak in fases. Bij jonge kinderen begint het met eczeem, maar dat kan zich later ontwikkelen tot heftigere allergische reactie, en in de ernstigste gevallen zelfs tot anafylaxie, een heftige immuunreactie die dodelijk kan zijn.
‘De darmflora van zeer jonge kinderen verandert vaak en snel’, legt Savova uit. ‘Die veranderingen gaan vaak samen met wisselingen van voeding, van borstvoeding naar gedeeltelijk vast voedsel, naar volledig vast voedsel. Met elke verandering gaan de darmflora meer op dat van een volwassene lijken.’
Wat het onderzoek moeilijk maakt, is dat er niet voor iedereen hetzelfde standaardpakket darmbacteriën bestaat. Savova: ‘Er ontstaan al verschillen als een kind vaginaal of via een keizersnede wordt geboren, of een kind borstvoeding krijgt of babymelk krijgt. Zijn er broertjes of zusjes thuis, of misschien een huisdier? Dat speelt allemaal mee.’
Duizend dagen
Op driejarige leeftijd is het voedingspatroon vaak gestabiliseerd en zijn de darmflora dat meestal ook. Juist omdat de darmflora in die eerste duizend dagen zo makkelijk veranderen, is dat een goed moment om ze met een interventie proberen bij te sturen.
Om te kijken of dat lukte, volgde Savova een groep jonge kinderen tijdens een langere periode, terwijl ze speciale voeding kregen met probiotica (nuttige bacteriën) of prebiotica (voedingsstoffen voor nuttige bacteriën).
Door te vervolgens te meten hoeveel van hen koemelkallergie ontwikkelden en welke stoffen in hun poep aanwezig waren kon ze een idee krijgen wat er in hun darmen gebeurt, en mogelijk een verband vinden tussen bepaalde stoffen en het ontstaan van overgevoeligheden.
‘Er zijn heel veel stoffen in de darmen aanwezig, maar als je over de proefperiode meet, zal maar een deel daarvan significant wijzigen. We zagen ongeveer honderd stoffen veranderen, en veel daarvan waren bij dezelfde processen betrokken. Dat verwachten we ook, als je ziet hoeveel er verandert in een lichaam in die levensfase en als er veranderingen in het dieet optreden. Niet al deze stoffen zijn bij allergie-vorming betrokken, maar we krijgen wel een beeld welke processen geactiveerd worden als je je dieet aanpast. ’
Geen afname
Een daling in het aantal koemelkallergieën bij de kinderen die de probiotica kregen bleef uit. Toch waren er onder de invloed van de speciale voeding wel veranderingen zichtbaar, vooral bij de jongere kinderen. ‘Hoewel de voeding geen statistisch significant effect had op het verminderen van koemelkallergie, suggereert de waargenomen toename van ontstekingsremmende stoffen dat dit soort stoffen als supplement toevoegen aan het dieet toch immunologische voordelen kan opleveren.
‘We hebben nog niet het complete plaatje van hoe onze darmflora en ons immuunsysteem met elkaar omgaan. Eerder onderzoek richtte zich vaak alleen op welke bacteriën aanwezig waren, maar ik denk dat we moeten kijken naar welke stoffen daadwerkelijk aanwezig zijn om te onderzoeken wat die bacteriën echt aan het doen zijn.
‘Bij gezonde baby’s die borstvoeding krijgen, zien we dat hun darmen rijk zijn aan bifidobacteriën, die eten graag de suikers in melk. Veel eerdere studies hebben al laten zien dat ziektes op die leeftijd vaak gepaard gaan met een lage hoeveelheid bifidobacteriën, maar misschien moeten we focussen op meer dan een bacteriesoort om een goede interventie te maken.’
Ouders hoeven nu nog niet op zoek te gaan naar wonderdrankjes die allergieën kunnen voorkomen, aldus de promovendus. ‘Dit was echt een eerste verkennend onderzoek. Ik ben hoopvol dat we in de toekomst via het dieet van de moeder of het kind interventies kunnen ontwikkelen om allergieën tegen te gaan. We weten simpelweg nog niet hoe we het micriobioom effectief kunnen veranderen. Als het kan, is borstvoeding geven nog steeds het beste.’
Mariyana Savova, Gut Microbial Metabolomics to Understand Allergies in Early Life. Promotie 17 maart