‘Ik ben geboren en opgegroeid in India’, vertelt Vinod Subramaniam. ‘Het was fantastisch, ik heb ervan genoten. Mijn moeder en schoonouders wonen er nog, ik heb nog steeds contact met mijn schoolmaatjes van de middelbare school. Ik ga er minstens één keer per jaar naartoe.’
‘Ik ben geboren en opgegroeid in India’, vertelt Vinod Subramaniam. ‘Het was fantastisch, ik heb ervan genoten. Mijn moeder en schoonouders wonen er nog, ik heb nog steeds contact met mijn schoolmaatjes van de middelbare school. Ik ga er minstens één keer per jaar naartoe.’
De natuurkundige is sinds 2015 bestuurder op verschillende universiteiten en is sinds dit jaar collegevoorzitter van de Universiteit van Amsterdam. Volgende week woensdag is hij de hoofdspreker op de eerste Vaes-Eliaslezing. Aanleiding is het tienjarig bestaan van het Leiden Asia Centre (zie kader).
‘Ik heb zowel een voet in Azië als Europa’, antwoordt hij op de vraag waarom hij is uitgekozen als keynote speaker. ‘Ik heb mijn wortels in Azië maar ben de hele wereld over geweest.’ Na zijn jeugd in India vertrok hij op zijn achttiende naar Amerika. ‘Ik kreeg een beurs aan de Cornell University, dat was toen heel schaars. Die kans heb ik gegrepen.’
In uw lezing bespreekt u wat Europa en Azië van elkaar kunnen leren. Wat bijvoorbeeld?
‘Allereerst is het een illusie om te denken dat Azië iets op één manier doet. Er zijn heel veel verschillende culturen en zelfs binnen een land bestaan al enorme verschillen. Ik ben in het zuiden van India geboren, maar in het noorden opgegroeid. In beide delen spreken ze verschillende talen en schrijven ze in een heel ander schrift. Die verschillen tussen en binnen Aziatische landen zijn groter dan in Europa.’
‘Dat gezegd hebbende: Europa kan bijvoorbeeld van Azië leren op het gebied van innovatie. Landen als China, Singapore en Zuid-Korea rollen op enorme schaal innovaties uit. Hoe doe je dat op die enorme schaal? Kijk naar de humanoid robots in China, de robotica die mensachtige vormen hebben aangenomen. De sprongen die zij maken, en zo enorm snel, dat is fascinerend. China zit wereldwijd in de top twee of drie op het gebied van robotica en AI. Maar ook op het gebied van batterijen doen ze het goed.’
Wat kan Azië leren van Europa?
‘Kijk bijvoorbeeld naar de brede aanpak van ASML in Eindhoven of de Nederlandse expertise op het gebied van water die van groot belang kan zijn voor landen als Thailand, India en Bangladesh. Daar zitten veel meer mogelijkheden tot samenwerking. Nederlandse baggerbedrijven kunnen daar bijvoorbeeld havens aanleggen, zoals ze ook al hebben gedaan in bijvoorbeeld India. Maar je kan ook kijken naar culturele aspecten: de traditie van open en gelijkwaardige discussie is iets waar Azië van kan leren.’
Zouden beide werelddelen meer moeten samenwerken?
‘Daar ben ik heel erg voor, maar je moet ook weten hoe je je eigen kennis beschermt. We moeten niet naïef zijn: be as open as possible, as close as necessary.
‘Daarnaast zijn er geopolitieke spanningen die de samenwerking kunnen bemoeilijken. Bedrijven en onderzoeksinstituten kunnen dat niet negeren.’
Wat is een belangrijke overeenkomst tussen beide werelddelen?
‘We zijn allemaal nieuwsgierige mensen. Het gaat niet alleen om zakendoen, maar ook om de uitwisseling van kunst, cultuur en eten. Als hobbykok zeg ik: wie houdt niet van sushi of een Indiase curry? Heerlijk toch?’
Het Leiden Asia Centre – het onafhankelijke kenniscentrum dat als missie heeft de relevantie van academisch onderzoek over hedendaags Azië aan te tonen voor de overheid, het bedrijfsleven, de media en het algemene publiek - bestaat tien jaar.
Dat moet worden gevierd, vindt directeur Floris Harm. Volgende week vindt daarom de eerste Vaes-Eliaslezing plaats, die het centrum jaarlijks wil laten terugkeren. ‘Met de jaarlijkse lezing willen we de positie van de universiteit als kenniscentrum onderstrepen’, aldus Harm.
De lezing is vernoemd naar Wilhelmina Gerardina Vaes-Elias. Zij kwam uit Rotterdam en bezat een grote collectie kunstvoorwerpen die na haar dood zijn geveild en waarvan de opbrengst is geschonken aan het Leiden Asia Centre.
De eerste editie van de Vaes-Eliaslezing is woensdag 30 september van 17 tot 19 uur in het Groot Auditorium van het Academiegebouw. Naast Vinod Subramaniam spreekt ook de Leidse collegevoorzitter Luc Sels en is er een discussie. Er zijn nog plekken beschikbaar.
Een dag later, op 1 oktober, is er een besloten symposium in Den Haag met tientallen sprekers uit binnen-en buitenland, gemodereerd door Aziëcorrespondenten van de NOS.