English
Zoeken
Digitale krant
App
Menu
Voorpagina Achtergrond Wetenschap Studentenleven Nieuws Cultuur Columns & opinie Podcast  

Menu

Categorieën

  • Voorpagina
  • Achtergrond
  • Wetenschap
  • Studentenleven
  • Nieuws
  • Cultuur
  • Columns & opinie
  • Podcast

Algemeen

  • Archief
  • Contact
  • Colofon
  • App
  • Digitale krant
  • English
Achtergrond
De schaamte achter Babi Pangang: ‘Het gerecht heeft voor mij een bittere nasmaak’
Stills Julie Ng
Marciëlle van der Kraan
donderdag 24 september 2026
In de documentaire Meer dan Babi Pangang, vanavond te zien in het Lipsius, onderzoekt Julie Ng de Chinees-Indische restaurantcultuur, het racisme eromheen en haar eigen familiegeschiedenis. Mijn vader zei: “Is niet lekker. Is voor de Hollanders.”’

‘Het stinkt hier.’

De jonge Julie Ng wil het liefst door de grond zakken. Het is het eerste wat een klasgenootje zegt als ze binnenstapt bij Lotus, het Chinees-Indische restaurant van haar ouders in Sint-Oedenrode. Haar familie zit net samen te eten. ‘Ik schaamde me dood. Ik dacht: datgene wat wij eten is gewoon vies. Alles stinkt.’

Ng groeide op in het restaurant van haar ouders. Haar vader en moeder waren in 1975 vanuit Hongkong naar Nederland gekomen. Hun leven stond zeven dagen per week in het teken van koken, serveren en schoonmaken. En terwijl andere kinderen buitenspeelden, vouwde Ng servetten.

Het gevoel dat er iets mis was met haar afkomst, kreeg ze al jong. ‘Ik was zeven of acht toen ik langs een aantal oudere kinderen fietste. Die riepen opeens heel hard: “Ga terug naar je eigen land!” Dat was echt een mindfuck. Waar moet ik heen dan? Ik ben gewoon hier geboren. Op dat moment besefte ik: het gaat niet om mij als mens, maar puur om wat zij zien.’

Het zorgt ervoor dat Ng nooit klasgenoten thuis uitnodigt. Ze schaamt zich voor het restaurant van haar ouders en probeert steeds meer afstand te nemen van haar Chinese afkomst. ‘Door de discriminatie die ik ervoer, dacht ik: het is helemaal niet goed om Chinees te zijn of anders te zijn dan de rest. Ik wilde niks met mijn Chinees-zijn te maken hebben.’

Waarom besloot je een film over babi pangang te maken?
‘In eerste instantie wilde ik gewoon een korte, grappige documentaire maken over de afkomst van babi pangang. Ik dacht: het is toch een heel bijzonder gerecht. Het wordt gemaakt door Chinese restauranthouders, gegeten door Nederlanders en het heeft een Indonesische naam. Thuis aten wij het zelf ook nooit. Daar moet een interessante geschiedenis achter zitten. Dus ik ben op zoek gegaan naar de afkomst van het gerecht en al gauw merkte ik dat ik een enorme beerput opentrok.’

Hoezo?
‘Ik ontdekte dat de eerste Chinese zeelieden al in 1911 naar Nederland waren gekomen. Het allerergste was dat ik niet wist hoe racistisch de Nederlandse overheid en bevolking tegen deze Chinezen waren. Daar ben ik heel erg van geschrokken. Het verhaal van de babi pangang is allemaal wel leuk, maar dat is een soort paard van Troje geworden om een groter verhaal te vertellen.’

‘Ik dacht: don’t ask for permission, ask for forgiveness later’

De zeelieden waren in 1911 naar Nederland gehaald tijdens een staking in de Rotterdamse haven. Ze werden gezien als stakingsbrekers, kregen te maken met openlijk racisme en werden ‘het gele gevaar’ genoemd. Tijdens de economische crisis in de jaren dertig verdwijnt de vraag naar matrozen en beschouwde de Nederlandse overheid Chinezen als ‘overtollig’ waarna razzia’s en deportaties volgen. Van de ongeveer vijfentwintighonderd naar Nederland geëmigreerde Chinezen is aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog nog maar een klein deel over.

Je ouders kwamen in de jaren zeventig vanuit Hongkong naar Nederland en begonnen een restaurant. Hoe was het voor jou om daar als kind op te groeien?
‘Best eenzaam. Ze waren altijd tot laat aan het werk. Als het spitsuur begon, moesten wij eigenlijk verdwijnen, want kinderen horen niet in de zaak te zijn. We hadden niet echt een stabiele thuisbasis om op terug te vallen.

‘Ik viel heel vaak in slaap in de klas. Zodra de juffrouw een voorleesboek tevoorschijn haalde, dacht ik: oh nee, daar gaan we weer. Dat had op mij een soort Pavlov-effect. Dan haalde de conciërge een stretcher uit de berging en werd ik daarop gelegd.

‘Dat was natuurlijk niet oké, dus mijn moeder werd op het matje geroepen. Zij moest een oplossing vinden om te voorkomen dat ik maar in slaap bleef vallen. Dus had ze onder de toonbank een soort van nisje ingericht, dan kon ik daar slapen terwijl zij hard aan het werk was. In het begin vond ik dat verschrikkelijk. Ik hoorde al die geluiden van het restaurant en wilde gewoon de aandacht van mijn moeder, maar ik moest slapen.’

Je hebt het je ouders lang kwalijk genomen dat ze er zo weinig voor je waren. In de documentaire spreek je je vader daar ook op aan. Hoe was dat gesprek?
‘Ik zei tegen hem dat hij er vroeger niet voor mij was en dat hij mij ook niet verdedigde. Dat vond hij heel moeilijk om te horen. Hij vroeg om te stoppen met filmen, ging naar de keuken en heeft daar heel hard staan huilen. Dat heeft de editor uiteindelijk uit de film geknipt.
‘Als puber dacht ik: waarom zijn jullie er nooit? Pas later ben ik gaan beseffen wat zij allemaal hebben opgegeven. Mijn vader zei: “School was niet voor mensen zoals ik.” Dat vond ik heel pijnlijk. Hij mocht geen dromen hebben, hij moest werken. Door wat zij hebben opgeofferd, heb ik wel de kansen gekregen die zij nooit hebben gehad.

‘Ik heb mijn vader nooit gevraagd of ik hem voor de docu mocht filmen. Ik ben gewoon naar hem toe gegaan en gaan draaien. Ik dacht: don’t ask for permission, ask for forgiveness later. Ik heb heel blij dat hij dat gewoon heeft toegelaten.’

‘Hij zag de film voor het eerst tijdens het Nederlands Film Festival in februari. Ik was echt bang dat ik onterfd zou worden. Na afloop kwam hij met tranen in zijn ogen naar buiten en gaf hij me twee klopjes op mijn schouder. Dat doet hij normaal nooit.

‘Later stuurde ik hem een screenshot waarop stond dat de film de op een na best bezochte documentaire van het festival was. Toen stuurde hij terug: “Goed gedaan, goed zo.” Dat had hij nog nooit tegen mij gezegd. Ik dacht: die heb ik in de pocket.’

Hoe gingen je ouders om met racisme van klanten?
‘Mijn vader had het niet eens door, maar mijn moeder wist dondersgoed wat er aan de hand was. Maar het waren betalende klanten. Wat doe je dan? Ze hadden vrij weinig keus en lieten het gaan.

‘Dat mensen zich zo gedroegen, raakt me. Ik word er ook heel boos over. Waar haal je het lef vandaan om zo met mensen om te gaan terwijl je daar te gast bent?’

‘Ik reageer anders. Laat ik het zo zeggen: wat ik terugroep, komt niet in de Bijbel voor. Racisme tegen Aziaten wordt heel vaak verpakt als een grap. Daardoor wordt het heel normaal gevonden, terwijl het natuurlijk helemaal niet grappig is. Het wordt ook niet beter. Onlangs nog noemde de Arbeidsinspectie een draaiboek Babi pangang met bami. Dan denk ik: jongens, wat is dit? Dit komt vanuit de overheid!’

Wat doet het met je dat andere Chinese Nederlanders zich in jouw verhaal herkennen?
‘Dat biedt soelaas, zeker omdat ik me altijd zo eenzaam heb gevoeld. Nu ik erachter kom dat meer mensen dit hebben meegemaakt, voel ik me minder alleen.

‘De film heeft ook heel erg veranderd hoe ik naar mijn eigen Chinese achtergrond kijk. Toen ik las over het racisme tegen die Chinese zeelieden dacht ik: holy shit, ik ben zelf ook onderdeel van die gemeenschap. Toen ben ik me steeds meer gaan verdiepen in mijn roots. Ik ben me eigenlijk gaan schamen dat ik me schaamde voor het Chinees-zijn. Nu ben ik juist trots. Maar dat heeft heel lang geduurd.’

In de documentaire vertel je dat zowel jouw vader als jij nooit babi pangang hebben gegeten. Heb je het inmiddels wel geprobeerd?
‘Nee. Het is een principekwestie geworden. Het gerecht heeft voor mij een bittere nasmaak gekregen. Het staat voor mij symbool voor racisme en discriminatie. Het is te beladen om het nu gewoon lekker te gaan zitten eten.
‘Als kind heb ik mijn vader wel eens gevraagd wat babi pangang eigenlijk was. Toen zei hij: “Nee, is niet lekker. Is voor de Hollanders.” En dat is altijd zo gebleven.’

Julie Ng, Meer dan babi pangang, Lipsius, donderdag 24 sept 17:00-20:00 uur. Na afloop panelgesprek met documentairemaker Julie Ng

Deel dit artikel:

Lees ook

Achtergrond
Wat drijft mensen tot religieus extremisme? ‘Het is het goede tegen het kwade’
Wat drijft mensen tot religieus extremisme, oorlogsmisdaden, genocide en terrorisme? Alette Smeulers geeft een lezing over het gevaar van radicalisering en tunnelvisie. ‘De verheerlijking van geweld trekt ook sadisten en psychopaten aan.’
Achtergrond
Wat Europa en Azië van elkaar kunnen leren
Achtergrond
Waarom we tegen onszelf praten: ‘Self-talk helpt bij het oplossen van ingewikkelde problemen’
Achtergrond
De Nassaus zetten alles op het spel voor hun bezit: ‘Doodsverachting was een deugd’
Achtergrond
Mopperend genoot Jan Just Witkam van zijn onbegrensde vrijheid
Download nu de Mare app voor je mobiel!
Downloaden
✕

Draai je telefoon een kwartslag, dan ziet onze site er een stuk beter uit!