Willem Frederik van Nassau-Dietz, stadhouder van Friesland, kwam in 1664 op een heel knullige manier om het leven. Een van zijn pistolen weigerde, waarschijnlijk gedurende een jachtpartij, af te gaan. Hij besloot thuis het wapen eens goed schoon te maken.
Toen de stadhouder daarmee bezig was, ging het wapen alsnog af. De kogel verbrijzelde zijn kaak, gebit en neus. Van Nassau-Dietz leefde nog een week. Op zijn sterfbed schreef hij nog brieven waarin hij verwees naar het ongeluk waardoor hij niet meer kon praten.
‘Willem Frederik is een heel interessant figuur’, vertelt universitair docent geschiedenis Jasper van der Steen, die een boek over de familiegeschiedenis van de Nassaus publiceerde. ‘Het is natuurlijk tragisch dat je jezelf in het gezicht schiet. Maar de stadhouder was een boeiend persoon. We weten relatief veel over hem omdat hij een uitgebreid dagboek bijhield.’
Machtiger edelman
De stadhouder hield zijn familieleden van de tak Oranje-Nassau scherp in de gaten, want wellicht kon hij het nog schoppen tot prins van Oranje en zo meer bezit in de Nederlanden verkrijgen. ‘Een Nassau-Dietz kon de Oranjes opvolgen als die tak zou uitsterven. In die periode was dat niet heel onwaarschijnlijk. Willem II van Oranje ging dood voordat hij een mannelijke erfgenaam had, want zijn zoon, de latere Willem III, werd pas net na zijn dood geboren.’
Om zijn positie te verbeteren wilde Willem Frederik heel erg graag trouwen met de oudste dochter van Frederik Hendrik van Oranje-Nassau, de vader van Willem II. ‘Dat lukte niet, want die werd uitgehuwelijkt aan een veel machtiger edelman. Uiteindelijk moest hij akkoord gaan met een huwelijk met een jonger zusje: Albertine Agnes.’
Later werd er toch nog een Nassau-Dietz prins van Oranje. ‘Stadhouder-koning Willem III stierf zonder erfgenaam. Voor zijn dood had hij Johann Willem Friso, een kleinzoon van Willem Frederik, aangewezen als opvolger. En Friso was een voorvader van… koning Willem Alexander.’
Fantastische verhalen
De Nassaus spelen een belangrijke rol in de Nederlandse geschiedenis. Het is echter een adellijke familie uit Duitsland, dat toen deel uitmaakte van het Heilige Roomse Rijk.
Het is moeilijk te herleiden waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen. De familie wist het zelf ook niet precies. ‘Er zijn allerlei fantastische verhalen over: ze zouden bijvoorbeeld al met Romeinse elites mee naar Duitsland zijn gekomen, maar dat is helemaal niet zeker.’
In Duitsland bezit de familie onder andere de steden Nassau, Dillenburg en Siegen. ‘Maar ze zijn er nooit in geslaagd om een hele machtige staat in Duitsland te worden. De Habsburgers in Oostenrijk en de Hohenzollern in Brandenburg slaagden daar wel in: dat waren echt belangrijkere families.’
De Nassaus krijgen wel stevig voet aan de grond in de Nederlanden. ‘Zoals zo vaak in die tijd was dat het gevolg van een huwelijk.’ Begin vijftiende eeuw trouwde Engelbrecht I van Nassau met Johanna van Polanen, dochter van Jan III, heer van Breda, een zeer rijke edelman. ‘Zo ontstond er een Nederlandse Nassau-tak en dat zorgde ervoor dat de familie bezit in de Nederlanden en de Duitsland kreeg. De bezittingen in Nederland zijn lucratiever dan de Duitse gebieden.’
Van René van Chalon erfde ene Willem van Nassau de titel ‘Prins van Oranje’. Hij groeide uit tot leider van de opstand tegen de Spaanse overheerser van de Nederlanden. Hij werd niet alleen geleid door edele motieven. ‘We zijn geneigd om Willem van Oranje als de Vader des Vaderlands te zien die vocht voor de vrijheid van de burgers en als oprecht protestant streed tegen vervolging van geloofsgenoten. De Nederlanden waren echter heel rijk en de familie kon veel inkomen uit de heerlijkheden halen.’
De Nassaus hadden al langere tijd hoge posities verworven in het Habsburgse bestuur en dienden als bevelhebbers in het leger. Functies die hen veel inkomen en prestige opleverden. ‘Ze werden de belangrijkste edellieden van de Nederlanden.’
Om die positie te behouden voerden de Nassaus een high risk, high gain-strategie. ‘Ze zetten alles op het spel om hun bezit te verdedigen. Anders overrompelde het Habsburgse leger van Filips ze. Het is echt niet zo dat Willem bij voorbaat al heel erg geloofde in het idee van Nederlanderschap. Hij geloofde in het familiebedrijf Nassau en het verdedigen van zijn bezittingen.’
Versplintering
Zijn broers Lodewijk, Adolf en Hendrik stierven op het slagveld, zelf overleefde Willem de opstand ook niet: de prins werd in 1584 vermoord door Balthasar Gerards.
Het adellijk eergevoel was belangrijk. ‘Het was natuurlijk een persoonlijk drama voor Willem dat zijn drie jongere broers sneuvelden. Maar sterven op het slagveld was tegelijkertijd een manier voor een lid van een adellijk huis om eer te behalen voor de familie. Doodsverachting werd gezien als een deugd.’
Hun dood was een middel om druk uit te oefenen. ‘De familie gebruikte de offers om aan de rebelse staten van de nieuwe republiek duidelijk te maken dat de familie recht had op compensatie en dankbaarheid.’
In Duitsland wisten de Nassaus zich tot in de negentiende eeuw te handhaven. In de familie was sprake van erfdeling maar golden ook overkoepelende afspraken over hoe dat aan te pakken. ‘In 1607 sloten ze een erfvereniging, een soort huiswet met regels om versplintering van het familiebezit te voorkomen. Iedere mannelijke Nassau moest bij het bereiken van het achttiende levensjaar daarvoor een eed zweren. Uiteraard werden die regels ook wel eens geschonden en waren er conflicten, desondanks bleef de familie altijd met elkaar in gesprek.’
forse gevolgen
In 1783 volgde er een nieuwe huiswet met harde afspraken en forse gevolgen. In 1815 ontstond na het verslaan van Napoleon het Koninkrijk der Nederlanden met Willem I van Oranje-Nassau op de troon. Hij was ook de groothertog van Luxemburg.
Nederland had een grondwet, Luxemburg regelde met de huiswet van de Nassaus de opvolging. Nederland stond later in de negentiende eeuw vrouwelijke successie toe, waardoor Willem III na zijn dood kon worden opgevolgd door dochter Wilhelmina.
‘In Luxemburg gold echter nog steeds de huiswet en die stond vrouwelijke opvolging niet toe. Met als gevolg dat de eerste mannelijke verwant van Willem III groothertog werd: Adolf van Nassau. Luxemburg stapte dus door huisregels uit 1783 uit de personele unie met het Koninkrijk der Nederlanden. De Nassaus zitten in beide landen op de troon, maar zijn daarentegen in Duitsland geheel verdwenen.’
Jasper van der Steen, De Nassaus, een vorstelijk familiebedrijf 1500-1800. Prometheus, 392 pgs., € 37,50
Vrouwen speelden een leidende rol in het versterken van de machtpositie van de Nassaus. ‘Louise de Coligny bijvoorbeeld’, legt Jasper van der Steen uit. ‘De vierde vrouw van Willem van Oranje, was minder dan een jaar met de prins getrouwd toen hij werd vermoord. Ze had een zoon met Oranje, Frederik Hendrik, maar zat ook opgescheept met zijn halfbroers en -zussen, waarvan velen nog niet volwassen waren. Haast zonder geld en met weinig macht, moest ze proberen hen op een goede plek te krijgen. Ze bleek heel bedreven in het voeren van een slimme huwelijkspolitiek waarmee ze onder andere de invloed van de Nassaus in Frankrijk vergroot.’
Een andere opvallende vrouw is Amalia van Solms, de naamgeefster van de huidige kroonprinses. Zij was Duits en kwam als hofdame mee met Elizabeth Stuart, de protestantse koningin van Bohemen die naar Den Haag vluchtte tijdens de Dertigjarige Oorlog van 1618-1648.
‘Amalia kwam ook uit een onteigende protestantse familie. Ze was berooid maar slaagde erin met Frederik Hendrik van Oranje te trouwen. Amalia ontpopte zich vervolgens tot een grote behartiger van de familiebelangen door te bemiddelen tussen en allianties te sluiten met andere vorstenhuizen. Een aantal van haar dochters trouwde met hoge Duitse partijen.’
Ze duikt ook vaak op in het dagboek van Willem Frederik, de stadhouder die zichzelf per ongeluk neerschoot. ‘Amalia was zijn schoonmoeder en hij vindt haar maar lastig. Ze kijft, schrijft hij. Maar dat hij haar vaak noemde, duidt erop dat haar woorden van belang waren. Amalia was dé spin in het dynastieke web.’
Het verhaal van Filips Willem van Oranje, de oudste zoon van Willem van Oranje, zit vol tragiek. Tijdens de opstand ontvoerden de Spanjaarden hem waarop hij decennia vastzat. ‘Die gevangenschap leidt tot een schisma in de familie’, vertelt Jasper van der Steen. ‘Filips erfde toen Willem stierf officieel de Prins van Oranje-titel. Het was echter zijn jongere halfbroer Maurits die een sterke politieke- en militaire positie opbouwde in de Republiek.’
Toen Filips vrijkwam, ontstond er dus een probleem. ‘Maurits was bang dat hij een deel van zijn bezit zou verliezen. Het kwam tot een soort schikking: na de dood van Filips Willem zouden zijn bezittingen naar halfbroers Maurits en Frederik Hendrik gaan.
Filips Willem stierf in 1618 op een bizarre manier. ‘Als hoge edelman moest je veel feesten geven met grote banketten. Om dat vol te houden was het niet ongebruikelijk om een klysma te laten zetten.’ Dat werd een lavement genoemd, ‘een uitspoeling van het darmkanaal door het rectaal inspuiten van een vloeistof.’ Bij Filips Willem ging het mis. ‘Het klysma werd klunzig uitgevoerd.’
Volgens een getuigenis bediende ‘de chirurgijn “de spuit met zo’n kracht en geweld dat deze in plaats van de normale weg te nemen iets afweek, vanwege de opgezwollen aambeien die de doorgang versperden en waaraan deze prins leed”. ‘Na het van pijn uitgeschreeuwd te hebben werd de spuit teruggetrokken en bleek deze “geheel bebloed’.
Van der Steen: ‘Zo ontstond een ontsteking die hem uiteindelijk fataal is geworden.’