Studentenleven
‘In de klimhal is iedereen vrolijk en vriendelijk’
Fiep Taverne (22, sociaal werk) staat achter de bar bij boulderhal Krachtstof. ‘Mijn collega’s zijn superlief. Het is echt een soort familie waarin je terechtkomt.’
Emiel Beinema
donderdag 21 mei 2026
Foto Marc de Haan

Wat doe je bij de boulderhal?
‘Ik sta voornamelijk achter de bar, maar leg nieuwe mensen ook uit wat klimmen is en wat de veiligheidsregels zijn. Af en toe loop ik een rondje door de hal, dan kijk ik of iedereen zich aan die regels houdt. Verder maak ik heel veel koffie en thee en af en toe wat te eten.

‘Als mensen koffie met melk bestellen, probeer ik daar altijd iets leuks van te maken. Al mijn collega’s hebben een baristacursus gedaan, maar ik ben niet minder goed. Ze leerden daar vooral de basis, die had ik al. Gaandeweg leer je natuurlijk steeds meer. Ze denken er nu over een cursus voor gevorderden te houden, dus wellicht komt dat nog.’

Oefen je ook met je eigen koffie?
‘Nee, ik drink altijd zwarte koffie. Heel soms een cappuccino, maar ik drink zo veel koffie. Als ik acht cappuccino’s zou drinken, kan dat niet goed zijn.’

En acht zwarte koffie wel?
‘Nee, hahaha. Maar dat is denk ik iets minder erg.’

Wat vind je het leukste aan je werk?
‘Het allerleukst vind ik een praatje maken met bezoekers. Ze hebben altijd zin om te klimmen en om hier te zijn. Ik houd echt van mensen. Iedereen die hier komt, is heel open, vriendelijk en vrolijk. Mensen hebben begrip als ze even moeten wachten en ze geven vaak complimentjes. Ik heb ook in een supermarkt gewerkt, daar was dat minder.

‘Mijn collega’s zijn ook superlief. Het is echt een soort familie waarin je terechtkomt. Iedereen checkt altijd even in bij elkaar hoe het gaat. We gaan ook weleens samen uit en sommigen gaan samen op vakantie.’

Ik zie ook een hond lopen, mag die naar binnen?
‘Ja, die is hier wel vaker. Je mag je huisdier hier meenemen. Ik neem soms ook mijn kat Soep mee. Die vindt het leuker om mee te gaan dan alleen thuis te zitten. Het is een heel hondachtige kat, zeggen we altijd. Hij is niet bang.

‘Toen hij nog een kitten was, dacht ik: ik neem hem gewoon een keer mee. Dan went hij aan drukkere plekken, voor als hij een keer moet logeren. Hij liep gelijk overal rond en ging naar mensen toe die binnenkwamen. Voor honden rent hij soms wel weg, dat ligt eraan hoe de hond reageert. Als die stil blijft, gaat Soep er soms naartoe. Een heel raar beest, eigenlijk.’