‘Elk kwartier een bak!’ roept rechtenstudent Simon (21) als het Nederlands elftal zich zondagavond opmaakt voor de eerste WK-wedstrijd tegen Japan. In de met gekleurde vlaggetjes versierde huiskamer hangt een beamer waarop de spelers van Oranje het volkslied opdreunen. De Leidse studenten die Simon bij elkaar heeft verzameld, zijn nog druk bezig met bier te pakken en voeren gesprekken over allesbehalve voetbal.
In Arnie en Arno’s mojo dojo casa home (de huisnaam, geïnspireerd op het huis van Ken in de film Barbie) woont Simon samen met oude vriend en tevens groot voetballiefhebber Harold (22, bedrijfseconomie). Meestal begint de oranjegekte bij hen al vroeg.
‘Dan hangen de slingers al twee weken van tevoren’, zegt Simon. Dit jaar waren ze iets minder punctueel met hun voorbereidingen en moest een paar dagen van tevoren de gastenlijst voor de eerste wedstrijd nog flink worden aangevuld. Wel hebben ze hun fietsen alvast oranje gespoten.
Elk kwartier een bak
‘Ik weet nog niet hoeveel mensen er komen, maar er staat al genoeg bier en wijn klaar’, verzekert Simon een paar dagen eerder. In de fusie heeft zich op zondagavond een mix van vvv-tjes, dispuutsgenoten en commissieleden verzameld. ‘Ik ben de enige die iedereen kent.’
Voor de aftrap worden nog snel de spelregels vastgesteld. ‘Bij elke wedstrijd spreken we af wanneer er bakken getrokken moeten worden’, legt Simon uit. Ieder kwartier een bak dus, en nog een halve per doelpunt dat Nederland weet te scoren. Zo komen ze hopelijk door de voorraad aan kratten Brouwersbier en halve liters Klok radler heen.
Want eigenlijk is dat vanavond het echte spel: bier drinken.
‘Wat is, denken jullie, het lengteverschil tussen de Nederlandse en Japanse spelers? En waarom draagt iedereen roze schoenen?’ Echt kennis van voetbal heeft biologiestudent Sophie (22) niet, toch zit ze helemaal in de wedstrijd. ‘Als Nederland verliest, ga ik gewoon door met juichen voor Japan.’
Die tactiek heeft ook Aïken (22): een student Japanstudies die vanavond strategisch géén kleur bekent, al draagt hij wel een oranje sjaaltje.
‘Dit is de eerste maar ook meteen de moeilijkste wedstrijd’, vindt oud-student maar nog actief bestuurs- en dispuutslid Mike (27), die zich duidelijk een stuk beter heeft ingelezen dan de rest. Mike kijkt trouw alle WK-wedstrijden en is hier niet alleen voor de gezelligheid. ‘Japan denkt echt dat ze de wereldtitel kunnen grijpen. Zij strijden daadwerkelijk als een team en geven altijd alles. Het is een uitdaging om tegen zo’n team te spelen.’
Potje dertigen
In de hoek van de kamer heeft zich een drietal dispuutsgenoten tot een andere wedstrijd gewend. De rode dobbelstenen, mét dispuutslogo in plaats van een zes, rollen over de tafel. Ze spelen het drankspel dertigen, waarbij het doel eigenlijk hetzelfde is als voor de voetbalkijkers: in korte tijd zo veel mogelijk slokken drank uitdelen (of zelf wegwerken).
Maar helemaal afzijdig houden ze zich niet. ‘Als we gejoel horen, weten we dat we even op moeten kijken’, zegt antropologiestudent Puck (20). De eerste helft van de wedstrijd blijkt niet spectaculair, dus ze kunnen rustig door blijven gooien.
Voetbal (en de biertjes) weten ook de voorheen nog vreemden met elkaar te verbinden. ‘Ik kom uit een voetbalgezin, maar het spel kon mij eigenlijk nooit boeien’, vertelt archeologiestudent Juul (23). ‘Maar nu vind ik het echt geweldig. Ik geniet van de samenstelling aan mensen hier. Je wordt echt meegetrokken in de hype, iedereen is enthousiast. Als Nederland scoort kan ik het nu extra waarderen.’
Dat vindt ook Puck, die aan het einde van de eerste helft afstand doet van de dobbelstenen en ook aan de buis gekluisterd raakt. ‘Dat komt echt door de rest.’
Plassen tijdens ‘hydration breaks’
‘PAUZE! ROKEN!’ klinkt er in koor als de eerste helft ten einde komt. De teleurstellende openingsfase brengt toch een andere opluchting met zich mee. Voor het eerst worden er in de wedstrijd ook extra pauzes ingelast, de zogenoemde ‘hydration breaks’. De spelers op het veld kunnen in de hitte extra water drinken om uitdroging te voorkomen. ‘Voor ons is het ook handig’, vindt Simon. ‘Met al die bakken hebben we de extra plaspauzes hard nodig.’
Dat er toch ook échte voetbalfanaten in de kamer aanwezig zijn, blijkt in de tweede helft. Simon heeft geld ingezet op de winst van Oranje en een doelpunt van aanvaller Gakpo. Dat blijkt niet de juiste voorspelling. Vlak na de start van de tweede helft maakt Virgil van Dijk de 1-0. De Leidse studenten springen euforisch op.
Maar de vreugde is maar van korte duur. ‘Godver! Kutspel!’, roept Simon als Japan niet veel later de gelijkmaker maakt. Op de bank in het midden van de kamer blijft het verrassend stil.
‘Aïken lacht!’ constateert Sophie. Een aantal jongens belaagt, volgens Simon ‘met liefde’, de student Japanstudies die op de bank ligt en te vrolijk lijkt te kijken. ‘Je moet een strafbak doen’, beveelt Simon. Aïken komt er met een waarschuwing vanaf, want echt juichen deed hij niet. ‘Anders moet je echt optyfen’, grapt Simon.
‘Je gaat er natuurlijk vanuit dat iedereen gewoon voor Nederland is’, vertelt Simon later. Aïken bekent: ‘Ik ben voor allebei de teams. Gelijkspel is voor mij natuurlijk wel de leukste uitkomst.’
‘Eruit! En trek een bak!’
‘We moeten echt locked-in zijn!’ roept Juul naar de groep. De wedstrijd wordt eindelijk spannend. En ja hoor, iedereen veert juichend overeind als Summerville scoort. Maar waarom gaat Nederland daarna alleen nog maar verdedigen? Een grote fout, aldus voetbalfanaat Mike. ‘Oranje is beroemd voor die strategie. Maar aanvallen zou een betere tactiek zijn, want Japan is ook heel goed. Jammer dat wij zo terugzakken.’
Zijn vrees wordt werkelijkheid: Japan scoort. ‘Oprecht, Aïken, eruit! En… trek een bak!’ reageert Simon.
De ontknoping op het scherm: 2-2. En de uitkomst voor het échte spel? Er zijn in anderhalf uur zeven bakken per persoon getrokken.
Aïken is tevreden over ‘de best mogelijke uitkomst’. Volgens hem is dit ook gunstig voor de Universiteit Leiden. ‘Het is in ieder geval handig voor het bezoek van de Japanse keizer deze donderdag, dan is er geen winnaar en geen verliezer.’