Hoe ben je gids geworden bij het Vredespaleis?
‘Ik werkte eerst in de horeca, maar dat was ik zat. Toen ben ik op zoek gegaan naar iets met meer aansluiting bij mijn studie. Via een goede vriend, die hier ook werkt, ben ik binnengekomen.
‘Het is een unieke plek: zo’n groot en mooi paleis midden in een woonwijk. Er schuilt ook een heel rijke geschiedenis achter. In 1899 was er een wapenwedloop tussen landen aan de gang. De Russische tsaar had daar simpelweg geen geld voor en heeft toen voorgesteld om een internationale vredesconferentie te houden. Op zijn initiatief kwamen er in Nederland 26 landen samen, en omdat geen enkel land met elkaar door één deur kon, werden alle ideeën van tafel geschoven, behalve het idee om een internationaal hof te creëren, dat werd het Permanent Hof van Arbitrage (PHA).
‘Door de gunstige ligging van Nederland en onze neutraliteit kwam het PHA in Den Haag. Het hof werd gehuisvest in het paleis, dat in 1913 werd geopend.’
Wat maakt je werk zo bijzonder?
‘Na de Tweede Wereldoorlog werd hier ook het Internationaal Gerechtshof (IGH) gevestigd. Dat is nog steeds de grootste speler als het gaat om uit de hand gelopen conflicten tussen staten. Een bekende zaak die in 2022 bij het IGH kwam, is de oorlog van Rusland tegen Oekraïne.
‘De allerbeste internationale rechters werken hier en daar deel ik dan een werkplek mee. Ik besef ook elke keer als ik naar binnen stap hoe bijzonder dat is. Op een dag doe ik drie tours van een uur, ieder weekend. Toch verveelt het me niet. Het verhaal dat ik vertel en alles wat er te zien is, is daar te boeiend voor.
‘Je kunt hier ook allerlei bijzondere mensen tegen het lijf lopen. Aan het eind van het jaar is het zomaar mogelijk dat je staat te barbecueën met de president van het IGH.’
Hebben bezoekers bepaalde verwachtingen?
‘Veel mensen hebben geen idee wat er zich afspeelt. Het is geen museum, maar een operationeel paleis. Eigenlijk zijn mensen altijd even stil bij binnenkomst en klinkt er een verwonderde “Waaauw”.’
‘Er staan allemaal geschenken in het paleis. Bij de bouw is er namelijk wereldwijd gevraagd om een bijdrage. De hekken zijn bijvoorbeeld een gift van Duitsland, de deuren van België, de marmeren vloer bij de entree was een Italiaans cadeau, de klok in de toren komt uit Zwitserland en ga zo maar door.
‘Deze week komt de keizer van Japan langs. Boven in het paleis zit de Japanse zaal, die is bedekt met handgeweven wandtapijten van goudzijden draad. Dat was een geschenk van Japan, en de keizer komt de ruimte nu bezoeken.’
Wat vind je zelf het mooist?
‘Mijn favoriet is een vierluik van glas-in-lood, waarin de weg naar vrede wordt afgebeeld. Elk raam staat symbool voor een specifieke periode in de geschiedenis, en het laatste raam is een toekomstvisie van complete vrede.
‘Ik hoop ook op die vrede, maar dat is vandaag de dag soms een beetje lastig. Ik merk bij bezoekers ook kritiek op het internationaal recht. Ik probeer ze dan op het hart te drukken hoe belangrijk het is dat we een plek hebben waar aandacht wordt besteed aan oorlog en conflicten. Stel je voor dat we dat niet zouden hebben.’