We zijn in Nederland het meest digitaal gekoloniseerde land van Europa. In zijn boek Kolonisten van de cloud beschrijft oud-Microsoft lobbyist Jochem de Groot hoe makkelijk Nederlandse overheden zich hebben overgeleverd aan de Amerikaanse leveranciers van servers en software. Onze overheidsdiensten zijn op vrijwel alle niveaus volledig afhankelijk van Microsoft en voor universiteiten is dat nauwelijks anders.
Voor universiteiten is de technologische afhankelijkheid een groot probleem. De Utrechtse hoogleraren José van Dijck en Albert Meijer betogen in hun stuk Naar collectieve digitale autonomie van Nederlandse universiteiten (2025) dat ons bestaansrecht is gebaseerd op het doen van onafhankelijk onderzoek, en het bijdragen aan innovatie en kennisontwikkeling. Onafhankelijkheid, betrouwbaarheid en vooruitstrevendheid zijn onverenigbaar met onze extreme afhankelijkheid van een kleine groep monopolistische tech-leveranciers.
onomkeerbare verzuring
De parallel tussen de tech-afhankelijkheid en kolonialisme is niet vergezocht. Door honderden miljoenen aan licenties te betalen, blijft de ontwikkeling van eigen kennis en kunde achter. Het licentiejuk drukt op overheids- en onderwijs begrotingen, en wordt jaarlijks bovendien snel zwaarder. Zoals kolonialisme in de gekoloniseerde gebieden leidde tot het terugdringen van lokale industrieën en kennisinstellingen, blijft onze kennis en ontwikkeling achter.
Aan het begin van de innige trans-Atlantische vriendschap schreef Jacob Presser, deels in bezettingstijd, het lucide en bij vlagen geestige boek Amerika, van kolonie tot wereldmacht (1949). Het boek eindigt met de verschillende posities in de Europese discussie over de wenselijkheid van Marshall hulp. Presser voorzag zowel de kansen als de gevaren. Dankzij de investeringen destijds konden Europa en Amerika zich aan een gezamenlijke groei optrekken. Nu, aan het einde van de trans-Atlantische vriendschap dreigt een onomkeerbare verzuring in de verhoudingen. De tachtigjarige symbiotische relatie tussen Europese en Amerikaanse welvaart is op het gebied van IT aan het transformeren tot een parasitaire dominantie.
Als je dit stuk leest op een telefoon die verkocht wordt door een Amerikaanse leverancier en met software uit dat zelfde land, lijkt die dominantie misschien onvermijdelijk. Maar kolonialisme zit voor een groot deel in de hoofden van de gekoloniseerden. De dertien Verenigde Staten die zich in 1776 losmaakten van het Britse Rijk hadden vooral een ideologische barrière te slechten. Ze moeste gaan geloven dat ze zichzelf konden besturen. Daarna was het snel afgelopen met de Britse overheersing en brak een periode van ongekende dynamiek aan.
Juist aan de universiteit hebben we de mogelijkheid om een nieuwe weg in te slaan. Ik schrijf dit tekstje met OnlyOffice. Het programma slaat mijn voortgang automatisch op in SurfDrive. Dat kan dankzij SURF, een samenwerking van Nederlandse onderwijsinstellingen. Als ik zou willen zou ik de tekstverwerker kunnen koppelen aan een AI-model naar keuze, de Europese vertaal-AI DeepL en mijn referencemanager zijn al volledig geïntegreerd. Wat Microsoft ons biedt met Teams en Co-pilot is minder bijzonder dan ze ons willen doen geloven. Wat zou er gebeuren als we de gelden van Microsoft-licenties steken in onze eigen ontwikkeling?
In het historische onderzoek gebruiken we taalmodellen die in Europa werden ontwikkeld om handgeschreven historische teksten machinaal doorzoekbaar te maken. Het is een revolutionaire ontwikkeling in historische methodologie. Als we hadden gewacht tot een techbaas opdracht had gegeven om deze techniek te ontwikkelen, dan waren we nog lang niet zo ver als we nu zijn.
Schijnveiligheid
OpenAI, Microsoft en Google zullen dit semester agressief hun producten opdringen aan studenten, docenten en bestuurders. Ze zullen zich ook richten op de zorgen die we in Europa hebben over de ontwikkelingen in de VS. Partijen die met gevoelige informatie omgaan kunnen nu bij Microsoft een certificaat krijgen dat hun gegevens alleen in Europese clouds staan. Maar het inkopen van schijnveiligheid vertraagt onze eigen ontwikkeling. De toekomst ligt bij schaalbaarheid, decentralisatie en investeren in lokale kennis. Het ligt bij oplossingen die zijn toegesneden op de concrete noden van groepen gebruikers—niet bij het invoegen van overbodige toepassingen die ons van over de oceaan worden opgedrongen.
Ons eigen ISSC lijkt in een spagaat te zitten. Het Meerjarenplan 2025-2028: Werken aan waarde legt veel nadruk op ‘digitale soevereiniteit’ en ‘het beperken van afhankelijkheden’, maar in de huidige context moeten ze ook aan de slag met het opzetten van Microsofts Azure Landing Zone. Juist Nederlandse universiteiten zijn, dankzij hun eerdere investeringen in samenwerkingen goed gepositioneerd om een nieuwe koers te gaan varen. Maar dat vraagt wel om bestuurders die concrete stappen zetten richting digitale autonomie. Van Dijck en Meijer benadrukken dat er nu een kans is om de eigen capaciteiten op te bouwen en de afhankelijkheden af te bouwen. Het maatschappelijke draagvlak is er inmiddels, wat we nu nodig hebben is durf en visie om te investeren in onze autonomie.
Karwan Fatah-Black is universitair docent sociale en economische geschiedenis