Er is de afgelopen tijd veel vergaderd over AI aan de Universiteit Leiden: werkgroepen kwamen bijeen, symposia werden georganiseerd en beleidsdocumenten geschreven. Toch constateerde de universiteitsraad dat het college van bestuur nog steeds geen coherente visie heeft op hoe studenten en medewerkers met AI moeten omgaan.
Ik ben psychologiestudent in Leiden. Wij gebruiken AI dagelijks, voor van alles. Het enige wat ik tot nu toe te horen heb gekregen, is wanneer ik het níét mag gebruiken, maar nóóit wat ik moet weten om het goed te kunnen gebruiken.
Faculteiten stellen richtlijnen op die voornamelijk gaan over grenzen en regels. De FGGA (Faculteit Governance and Global Affairs) omarmde AI officieel, maar koppelde die omarming meteen aan een kleurgecodeerde lijst van toegestane en verboden tools.
De faculteit Rechten worstelt hardop met de vraag of een verbod überhaupt handhaafbaar is. En op een symposium van Geesteswetenschappen gaf een docent aan dat er te weinig wordt gesproken over hoe het curriculum met AI moet omgaan, mede omdat er te weinig tijd voor is.
Maar wat er in al die richtlijnen ontbreekt, is onderwijs.
Het verschil is groot. Een regel zegt: gebruik ChatGPT niet bij deze opdracht. Onderwijs legt uit waarom ChatGPT een slechte keuze is voor dit specifieke doel, welk alternatief wél werkt en hoe je kritisch nadenkt over de output van een AI-model. Een student die dat begrijpt, heeft geen toezicht nodig om betere keuzes te maken.
Onjuiste informatie
Het meest basale probleem: grote taalmodellen zoals ChatGPT produceren regelmatig onjuiste informatie. Bronvermeldingen worden soms simpelweg verzonnen, omdat een model dat werkt op patroonherkenning niet controleert of iets ook echt bestaat. Dit gebeurt vaker dan studenten verwachten. Wie dat niet weet, levert een opdracht in met gehallucineerde verwijzingen.
De conclusie daaruit is niet dat AI verboden moet worden. Een goede prompt bedenken is al een vaardigheid op zich. Wie AI dwingt tot een precieze vraag, dwingt zichzelf tot helder denken over wat je eigenlijk wil weten. Een vage vraag levert immers een vaag, en vaak onbetrouwbaar, antwoord op.
Daarnaast bestaan er tools die aanzienlijk betrouwbaarder zijn voor academisch gebruik. NotebookLM, een tool van Google, genereert antwoorden uitsluitend op basis van bronnen die jij zelf aanlevert, zodat je altijd weet waar de informatie vandaan komt.
De tool genereert daarnaast podcasts, flashcards en mindmaps die studenten helpen met leren. Tools als Elicit en Consensus doorzoeken uitsluitend wetenschappelijke literatuur en koppelen elk antwoord aan de bronpaper, wat onafhankelijke verificatie mogelijk maakt.
Geen van deze dingen komt nu aan bod in het standaard onderwijsprogramma. Gelukkig zijn er mogelijkheden in het curriculum zelf om dit probleem aan te pakken. Academische Vaardigheden is een verplicht onderdeel van vrijwel iedere bachelor. Studenten leren er al hoe ze bronnen zoeken, citeren en wetenschappelijk argumenteren.
Dat zijn precies de competenties die ook nodig zijn voor verantwoord AI-gebruik: bronkritiek, zorgvuldigheid en transparantie over je werkwijze. Een module over AI past hier naadloos in: niet gericht op hoe een taalmodel technisch werkt, maar hoe je er kritisch mee omgaat.
Leiden heeft de expertise om dit in te vullen, verspreid over faculteiten en onderwijsinnovatiecentra die zich al bezighouden met AI en onderwijs. Wat ontbreekt, is de omzetting naar een concreet, verplicht onderwijsaanbod voor alle studenten.
De universiteit vergadert al ruim twee jaar over AI. Werkgroepen adviseren, beleidsdocumenten worden opgesteld en afgekeurd, nieuwe werkgroepen opgericht. Ondertussen gebruiken studenten diezelfde AI zonder enige begeleiding en klagen docenten dat ze misbruik nauwelijks kunnen controleren.
Op een gegeven moment is nog meer overleg geen voorzichtigheid meer, maar enkel uitstel.
Madelief Selter is student psychologie