Ik wilde altijd meer weten en meer lezen (deze twee activiteiten waren voor mij altijd volledig synoniem; sommige mensen leren door te doen, ik niet) en het hoogst haalbare leek mij een wandelende encyclopedie te zijn. Triviant, toen dat nog gespeeld werd, nam ik dan ook altijd extreem serieus. Ik was waarschijnlijk niet de fijnste medespeler.
Die dorst naar kennis in het algemeen ben ik kwijtgeraakt (ik dorst alleen nog naar specifieke kennis, bijvoorbeeld naar hoe de Jurchen zich organiseerden en bestuurden in de elfde eeuw).
Dat is een gevolg van ouder worden, vermoed ik, maar ook van het tegenwoordig beschikbaar zijn van ontmoedigend veel kennis waar je ook bent. Zelfs op het toilet zijn de moppentrommels van Max Tailleur vervangen door toegang tot meer kennis dan je ooit tot je zou kunnen nemen.
En dat is fijn hoor, om zo even uit te kunnen zoeken of Ranulph Fiennes and Ralph Fiennes familie van elkaar zijn (spoiler: ja, het zijn achterneven). Maar ik merk dat ik steeds meer verlang naar niet-weten.
Dat klinkt boeddhistisch wellicht, maar dat is het niet. Ik wil simpelweg niet alles hoeven weten en sommige dingen weiger ik actief te weten. Ik eis het recht om niet te weten op.
Ik bevind me wat dat betreft in goed gezelschap. De beroemdste fictieve persoon ter wereld, Sherlock Holmes (dat u dat even weet), is een vroege weetweigeraar. Watson beschreef hem als volgt in de eerste Holmes-roman A Study in Scarlet: ‘His ignorance was as remarkable as his knowledge. Of contemporary literature, philosophy and politics he appeared to know next to nothing. [….] My surprise reached a climax, however, when I found incidentally that he was ignorant of the Copernican Theory and of the composition of the Solar System. That any civilized human being in this nineteenth century should not be aware that the earth travelled round the sun appeared to be to me such an extraordinary fact that I could hardly realize it.’
Op de hoogte gesteld door Watson, dat de aarde om de zon draaide, reageerde Holmes met deze onsterfelijke woorden: ‘Now that I do know it I shall do my best to forget it.’
Holmes ging ervanuit dat het menselijk brein net als een harde schijf een bepaald opslagvolume had en dat je er maar beter zorg voor kon dragen dat alleen de belangrijkste feiten werden opgeslagen.
Ik betwijfel of Holmes gelijk had met deze uitleg, maar hij had wel gelijk met zijn notie dat een mens niet alles moet weten. Ik merk al geruime tijd dat mijn all-you-can-eat-benadering van kennis niet meer voldoet. Al die dingen die ik zou moeten weten maar niet wil weten (nieuwsbrieven, mails van no reply-adressen, bijna elke appgroep, politieke peilingen, opiniestukken, persoonlijke profielen, het meeste nieuws) leiden alleen maar af.
Ik ondervind ook aan den lijve (in den breine?) dat ik mijn beste werk doe als ik geconcentreerd afgezonderd ben van de wereld.
De enige reden dat ik de afgelopen jaren twee grote vertaal- en annoteerprojecten heb kunnen afmaken is niet alleen de jarenlange consistente tijdsinvestering van enige uren per avond en weekend geweest, en ook niet mijn technische vaardigheden in dit werk, maar vooral mijn letterlijke afkeer van dingen (niet van mensen overigens, althans niet van de mensen om mij heen) die me zouden afleiden. Het lukte me zelfs om ’s avonds mijn e-mail met rust te laten en op het internet slechts pagina’s te bezoeken die me hielpen lastige filologische kwesties op te lossen.
Ik loop dan ook nog steeds achter met van alles, zowel wetenschappelijk als op andere vlakken – ik moet eerlijk bekennen dat ook menige beleidsuitzettende mail niet op mijn volle aandacht heeft kunnen rekenen. Ik vermoed dat ik deze jaren harder heb gewerkt dan ooit tevoren (met uitzondering van mijn studie in Korea wellicht), maar tegelijkertijd voelde ik me meer ontspannen, rustiger en prettiger dan ooit. Minder weten doet me goed.
Ik ben nu bezig met een boek over de Jurchen van de tiende tot de twaalfde eeuw in Noordoost-Azië. Dag hoor allemaal.
Remco Breuker is hoogleraar Koreastudies