Hij zegt dat het in zijn buurt niet voorkomt, maar vindt het vervelend voor me dat het hier, waar ik woon, wel gebeurt. Vervelend dat ik, terwijl ik naar ons afspraakje wandelde, vier keer werd nageroepen door een volwassen man. Vier keer in twintig minuten lopen is gemiddeld eens per vijf minuten.
Ik lach het weg. Een van de mannen die me lastigviel, kwam me fietsend op de stoep tegemoet en reed me bijna omver. Ik schrok, kon hem maar net ontwijken en liep door. Hij stapte af, liep me achterna.
Niet om sorry te zeggen, maar om te zeggen hoe prachtig mijn benen waren en of ik niet even met hem wilde praten. Ik was een onzichtbare voetganger tot hij mij bijna aanreed en van achteren bekeek.
Wat me ook opvalt, is dat, in tegenstelling tot deze man, zelfs vervelende mannen verlegen kunnen zijn. Dan zie ik dat een man zijn mond opent om iets vulgairs te zeggen, maar komt er geen concreet woord uit. Alsof hij het toch niet durft. Ook al staat hij helemaal klaar voor zijn commentaar, wijdbeens en loerend, om op het moment suprême niet op zijn woorden te komen (lekkere benen? mooie billen?) en af te druipen.
Mijn date is ook verlegen, denk ik.
Want het is wel gezellig op dit terras, maar onze avond is nog niet heel romantisch. Hij drinkt zijn blond bier en leunt achterover terwijl hij naar de grond kijkt. Het gegeven dat we elkaar via een app hebben ontmoet, en dus duidelijk hebben afgesproken dat dit een date is, lijkt te betekenen dat het verder niet nodig is om de romantiek op te zoeken.
Hij vraagt mij op een vriendschappelijke toon of ik het vervelend vind om zoveel aandacht te krijgen op straat.
Ik antwoord beleefd dat het niet zo fijn is, maar dat ik probeer me er niet door te laten beperken. Dat ik naar buiten blijf gaan, al word ik klemgereden door een brommer, achternagezeten door een vreemde of aangeraakt in een trein. Dat ik probeer te lachen om deze incidentjes, ook al zijn ze nooit grappig.
En ik denk, maar zeg het niet, dat het van mij ook heel dapper is dat ik ondanks al die incidentjes nog steeds met mannen afspreek. En dat het jammer is als dat leidt tot een beleefd gesprekje op een terras met een verlegen man die mij niet aankijkt.
Elke vijf minuten schreeuwt er een vieze man naar mij, omdat hij mij aantrekkelijk vindt. Het zou fijn zijn als een man die ik zelf aantrekkelijk vind, mij ook aantrekkelijk vindt en dan niet te verlegen is om dat tegen mij te zeggen.
Giselle Maria Timmers studeert literatuurwetenschap