Columns & opinie
Wie zoals ik vrijwillig gaat speeddaten heeft verloren
‘Maar waarom ben je hier eigenlijk?’, vraagt de man tegenover me tijdens de speeddateavond. ‘Je bent een zelfverzekerde vrouw.’
Renske Veldman
donderdag 5 november 2026

Wat hij niet doorheeft, is dat mijn aanwezigheid ironisch is. Natuurlijk heb ik dit niet nodig, ik ben slechts met een vriend mee. Zijn vraag bevestigt mijn aanname dat daten tegenwoordig een wedstrijdje nonchalant blijven is. Wie vrijwillig naar zo’n avond gaat heeft verloren.
Maar de herfst valt me zwaar. Mijn kamer is vochtig, de was wordt maar niet droog en het wasrekje is, net als de groeiende collectie lege wijnflessen, de komende maanden vast deel van mijn interieur.

Ik troost mezelf door onder de mensen te blijven komen, in een collegezaal waar niemand weet dat ik voor het tweede jaar op rij bij het vak zit. Na vruchteloos studeren kruip ik naar de kroeg waar mijn afgestudeerde vrienden voor tienen al naar huis willen.

Studievertraging voelt eenzaam.Dus zet ik mij over mijn trots heen en meld mij aan voor een speeddateavond. Generatie Belangst heeft datingapps en georganiseerde formats nodig, omdat niemand meer in het openbaar een blauwtje durft te lopen. 

Bij aankomst zie ik iedereen individueel een drankje halen en stilletjes tegen de muur plakken voor het begint. Iemand aanspreken is niet nodig. De vrouwen blijven zitten, de mannen schuiven door. Ik zit aan een afgelegen tafeltje waardoor de jongens die bij mij op audiëntie mogen me steeds niet kunnen vinden. Het belooft weinig goeds.

‘Generatie Belangst durft nooit meer een blauwtje te lopen’

Daar komt nog bij dat ik een hoogopgeleide vrouw ben. Een onmogelijk te daten categorie, weet ik sinds ik eens halverwege een eerste date spottend ‘echt zo’n welgesteld universiteitsmeisje’ ben genoemd. Met die rollende ogen en die arrogante maniertjes zal het inderdaad nooit meer goedkomen. Ik heb me deze avond voorgenomen niet te vragen welke symfonie van Mahler hun favoriet is. 

Op mijn beurt vind ik de mannen die ik date onvolwassen, nonchalant en soms ronduit grof. Maar de gemene deler van al mijn gefaalde situationships ben ik toch echt zelf, ook al heb ik online geleerd dat vrijgezel zijn altijd de schuld van het andere geslacht is.

Op tafel liggen kaartjes met vragen als ‘wat is je grootste angst?’, mocht een aantal minuten vrij in te vullen menselijk contact te ingewikkeld zijn. Alle hindernissen zijn hier weggepoetst, maar daarmee ook alle spanning en, vreemd genoeg, elk gevoel van verbinding. 
Ik mis de opwinding van blikken stelen en buiten gaan roken in de hoop dat hij me achternagaat. Ik mis de kunst van vrienden dwingen naar een club te gaan omdat die ene jongen daar waarschijnlijk is, om vervolgens samen te bespreken of hij wel naar me keek.

Om te compenseren voor de gemaakte sfeer wordt er alsmaar luider gepraat. Omdat ik niets versta, speel ik aanstellerig met mijn haar en dreun zo veel mogelijk biografische gegevens op. De ander een vraag stellen komt niet in me op, ik wijt het aan de biertjes waarmee ik mezelf moed indrink.

De avond dooft even stil uit als hij begon. Zelf een nummer vragen is niet nodig, je mag achteraf online doorgeven wie je nog eens zou willen zien. Verslagen laat ik me op mijn, tegen mijn gewoonte in, opgemaakte bed vallen. Ironisch of niet, ik heb tenminste een poging gedaan, houd ik mezelf voor. 

Maar de volgende keer dat een nerveuze geesteswetenschappenjongen me afwijst in de kroeg, zal ik dankbaar zijn. Als een jongen met naar achter gekamd haar zijn sigarettenwalm in mijn gezicht uitblaast terwijl hij vertelt hoe tof zijn dispuut is, weet ik weer hoe goed ik het heb.

Renske Veldman is student crisis and security management